De financiën van de gemeente Hengelo 

Meerjarenperspectief 2017-2020

Maatschappelijke takenverkenning 2016-2019

De voorliggende begroting is de eerst volgende begroting die voor ligt na de uitgebreide maatschappelijke takenverkenning die in 2015 is gehouden en waarvan de uitwerking plaats vond in de Beleidsbegroting 2016-2019. De maatschappelijke takenverkenning behelsde een samenhangend pakket van investeringen in de stad en bezuinigingsmaatregelen om de meerjarenbegroting op orde te krijgen. De structurele doorwerking heeft ook zijn effect in de nu voorliggende begroting. Het pakket behelsde ruim € 1 miljoen aan nieuwe beleidsinvesteringen, € 5,7 miljoen aan structurele bezuinigingsmaatregelen en € 1,9 miljoen aan belasting- en tariefmaatregelen.

Structureel sluitende begroting

Het financieel toezicht op de gemeente wordt door de provincie Overijssel uitgevoerd. De provincie houdt toezicht op de manier waarop de gemeenten met hun geld omgaan. De gemeenteraad is verantwoordelijk voor een structureel sluitende gemeentebegroting. De begroting moet structureel en reëel in evenwicht zijn, dat betekent dat structurele lasten gedekt worden door structurele (reële) baten.

Sociaal domein

In de nasleep van de jaarrekening 2015, vindt momenteel een verdergaande controle van de jaarcijfers van aanbieders plaats. Op basis de bevindingen tot nog toe, hebben wij signalen dat de uitvoering van de taken in het sociaal domein, en in het bijzonder de Wmo en Jeugdhulp, in 2016 in mindere mate budgettair neutraal zou kunnen verlopen dan op basis van de jaarrekening 2015 aannemelijk leek.

Wanneer tevens rekening wordt gehouden met de extra budgettaire kortingen voor de jaarschijf 2017 en de septembercirculaire 2016 van het gemeentefonds, moet worden geconstateerd dat bijsturing zeer waarschijnlijk en zelfs noodzakelijk is. De komende maanden vindt een diepgaande analyse van de jaarcijfers 2015 plaats in combinatie met een matching van de indicaties en het financieel perspectief naar aanleiding van de septembercirculaire. Deze analyse vormt de basis voor een plan van aanpak en een voorstel voor een begrotingswijziging 2017.

Gildebor

De definitieve besluitvorming rondom Gildebor is bij de afronding van de begroting nog niet in een zodanig vergevorderd stadium dat deze al in deze in de voorliggende begroting kan worden verwerkt. Bij de besluitvorming over Gildebor (naar verwachting in het 4e kwartaal van 2016) zal een afzonderlijke begrotingswijziging worden voorgelegd aan uw raad. Uitgangspunt hierbij is dat dit budgettair neutraal verloopt, met in achtneming van de ingevulde taakstelling O6.1.9 Onderhoud SB/SWB uit de maatschappelijke takenverkenning 2016-2019.

Besluitvorming herstructurering Hart van Zuid

Inmiddels is er een hoofdlijnenakkoord bereikt met Van Wijnen. Dit akkoord is in financiële zin verwerkt in deze begroting. Het hoofdlijnenakkoord is in het raadsvoorstel ‘Besluitvorming herstructurering Hart van Zuid’ uitgebreid toegelicht (zaaknummer 2028451).

Financieel perspectief

Na de Kadernota 2017-2020 is de begroting op detailniveau geactualiseerd. Hierbij is ook rekening gehouden met de gewijzigde wet- en regelgeving in het kader van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Deze wijzigingen worden op hoofdlijnen toegelicht in de paragrafen 4.1.8. en 6.7.8.

De definitieve uitwerking leidt tot het volgend financieel perspectief voor de komende jaren:

Financieel perspectief 2017-20202017:2018:2019:2020:
-=nadeel; bedragen * €1.000        
Verwacht begrotingssaldo Kadernota 2017-2020 604 49 -183 23
         
Renteresultaat / algemene reserve grondexploitatie / kapitaallasten -496 -248 1.395 1.392
Rabotheater -50 -50 -50 -50
Samenwerkingsverbanden (GBT, regio Twente) 127 148 135 121
Leges/tarieven/belastingen 335 335 335 435
Overige kleine verschillen -135 -17 -85 16
         
Begrotingssaldo 2017-2020 385 217 1.547 1.937

 

Renteresultaat/algemene reserve grondexploitatie/kapitaallasten

Het renteresultaat is met name behoorlijk nadelig beïnvloed door de verlaging van de rente voor de ‘eigen’ gemeentelijke grondexploitaties naar 2% in plaats van 3,75%. Er vindt een lagere doorbelasting van de rente plaats aan de grondexploitaties, waarvan de effecten binnen de grondexploitaties blijven (‘gesloten circuit’). Door het gewijzigde BBV waren we genoodzaakt om de rente van deze grondexploitaties aan te passen aan de door de commissie BBV voorgeschreven disconteringsvoet van 2%. In de paragraaf 6.5 ‘Financiering’ wordt dit uitgebreid toegelicht onder het onderdeel ‘Gemeentefinanciering’. De aanpassing van de rente naar 2% geldt ook voor de erfpachtgronden. Voor de overige investeringen blijft de omslagrente gehandhaafd op 3,75%. Een ander effect ten opzichte van de meerjarenbegroting 2016-2019 heeft voornamelijk te maken met de aanpassing van de financieringsbehoefte voor de grondexploitaties (hoge boekwaarden o.a. de besluitvorming rondom de herstructurering Hart van Zuid), de verdere uitfasering van de nieuwbouw van het Stadskantoor naar de jaren 2017 en 2018 en de actualisatie van de overige investeringskredieten. Bij de overige kredieten is gekeken naar het verwachte jaar van realisatie/in gebruik name. Dit houdt een verschuiving van kapitaallasten in tussen de verschillende begrotingsjaren, dit geldt zowel voor de rente dan wel afschrijving op diverse producten. De grootste afwijking betreft de verschuiving in de ICT-vervangingsinvesteringen. De effecten binnen de producten waarbij sprake is van een ‘gesloten circuit’, zoals grondexploitaties, onderwijshuisvesting, riolering worden binnen die onderdelen opgevangen. Dit leidt met name in de meerjarenramingen tot een geleidelijke afname van de nadelen in het renteresultaat. In bijlage 8.6 treft u een totaaloverzicht van alle geplande investeringen in de periode 2017-2020.

Tevens wordt op dit moment bij de herfinanciering optimaal geprofiteerd van de lage rentestand. Verder is sprake van kleine fluctuaties in het renteresultaat sociale woningbouw. Er worden geen nieuwe geldleningen meer aan de woningbouw verstrekt in verband met de achtervangovereenkomst tussen het Waarborgfonds Sociale Woningbouw en Welbions.

Het grote nadelige renteresultaat wordt genivelleerd door (per saldo) de lagere toevoeging aan de algemene reserve grondexploitatie uit de algemene middelen. Dit leidt tot een aanzienlijk voordelig effect. Het voordeel is het gevolg van een lagere omslagrente van 2% in plaats van 3,75%. Conform de bestendige gedragslijn wordt dit nieuwe percentage ook toegepast over de rentevergoeding aan de algemene reserve grondexploitatie. Daarnaast is door de structurele verbetering binnen het grondbedrijf als gevolg van de lagere rente de structurele dotatie van € 1 miljoen komen te vervallen.

Resumerend zien de bovenstaande effecten er als volgt uit voor de komende jaren:

 2017:2018:2019:2020:
-=nadeel; bedragen * €1.000        
Renteresultaat -3.478 -3.297 -1.850 -1.445
Toevoeging aan algemene reserve grondexploitatie 3.267 3.376 3.537 3.496
Kapitaallasten -285 -327 -292 -659
Per saldo -496 -248 1.395 1.392

Bovenstaande tabel laat zien dat het nadelig renteresultaat afloopt van bijna € 3,5 miljoen naar ruim € 1,4 miljoen in 2020. Daarentegen is er sprake van een voordelig resultaat op de toevoeging aan de algemene reserve grondexploitatie van bijna € 3,3 miljoen in 2017 oplopend tot ongeveer € 3,5 miljoen in 2020. Daarnaast fluctueren de kapitaallasten de komende jaren. Per saldo leiden deze ontwikkelingen tot een negatief resultaat in 2017 van bijna € 0,5 miljoen oplopend tot een positief resultaat van bijna € 1,4 miljoen in 2020. Dit hadden wij bij de aanbieding van de Kadernota 2017-2020 aan uw raad nog niet kunnen voorzien in verband met de late beschikbaarheid van de gerectificeerde notitie rente van de commissie BBV in juli 2016.

Rabotheater

Op 10 juni 2015 heeft de raad, bij de integrale afweging in de Kadernota maatschappelijke takenverkenning 2016-2019, besloten tot een bezuiniging van € 50.000 op het Rabotheater. Met een amendement tijdens de begrotingsbehandeling 2016 op 4 november 2015, heeft uw raad besloten tot een incidentele verlaging van het bezuinigingsbedrag voor het jaar 2016 met € 25.000.Tijdens dezelfde begrotingsbehandeling in november 2015 heeft de raad aan de hand van de rapportage onderzoek 'Rabotheater financieel toekomstbestendig' (zaaknummer 1092237) gedebatteerd over de (financiële) toekomstbestendigheid van het Rabotheater. Belangrijkste conclusie van dat onderzoek was dat in de huidige vorm het Rabotheater financieel niet toekomstbestendig is, met name als gevolg van ontbrekende dekking voor onderhoud en vervangingsinvesteringen. Met behulp van een extern adviesbureau heeft daarop een second opinion plaatsgevonden en wordt daarnaast onderzocht welke alternatieve scenario’s er zijn voor een financieel gezonde theaterfunctie in Hengelo. Op basis hiervan is helder dat een financieel gezonde theaterfunctie niet haalbaar is zonder een heroverweging van het raadsbesluit tot bezuiniging van € 50.000. Wij stellen voor om deze structurele taakstelling van € 50.000 terug te draaien.

Samenwerkingsverbanden (GBT, regio Twente)

Na de Kadernota 2017-2020 zijn o.a. de begrotingen van het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Twente (GBT) en de regio Twente vastgesteld, waardoor we voor deze organisaties voor verplichte (lagere) uitgaven in 2017 e.v. staan. Dit leidt per saldo tot een voordeel. De lagere bijdrage aan de regio Twente heeft te maken met lagere geraamde kosten voor Netwerkstad in de regiobegroting. Ook de samenwerking met verschillende gemeenten binnen het GBT leidt wederom tot efficiencyvoordelen. We houden in deze begroting nog geen rekening met de bijdrage aan de Agenda van Twente vanaf 2018. De huidige agenda loopt in 2017 af. Op het moment dat er een nieuwe agenda noodzakelijk wordt geacht moeten we dit zorgvuldig integraal kunnen afwegen tegen andere taken.

Leges, tarieven en belastingen

Op grond van de herziene BBV-voorschriften dient er met ingang van 2017 een onderscheid gemaakt te worden tussen direct aan een product toe te rekenen personele lasten en de overhead. De overhead dient afzonderlijk in beeld te worden gebracht op de centrale overheadproducten.

Op basis van de herziene BBV wet- en regelgeving worden in de begrotingsprogramma’s dus alleen de lasten opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Het centraal begroten van de kosten van overhead betekent dat het niet langer mogelijk is om uit de producten alle tarieven te bepalen. De toerekening van overhead is bij de diverse heffingen extracomptabel in beeld gebracht om de tarieven voor de diverse heffingen te kunnen bepalen.

 

Het aandeel dat met ingang van 2017 onder de nieuwe BBV-definitie van overhead is gebracht is hoger dan de opslag in het uurtarief in de begroting 2016. In 2016 waren de overheadkosten als opslagkosten in het uurtarief verdisconteerd. Onder de definitie overhead vallen nu veel meer lasten dan voorheen, zoals de ‘oude’ producten communicatie, algemene personele aangelegenheden, maar ook alle leidinggevenden. De nieuwe definitiebepaling heeft met name consequenties voor de bepaling van de leges omgevingsvergunningen, omdat aan omgevingsvergunningen met name personeelslasten (uren) worden toegerekend en weinig overige lasten. In paragraaf 4.1.8 en de paragraaf 6.7.8 wordt uitgebreid ingegaan op de nieuwe definitie overhead. Om het tarief te bepalen moet extracomptabel, conform de bestendige gedragslijn, de hogere overhead-opslag worden meegenomen. Gelet op het feit dat hier sprake is van hogere lasten betekent dit impliciet dat er een hogere legesopbrengst gegenereerd moet worden.

Door de aanpassing van de hogere woningbouwprognoses, in de lijn van de ladder van duurzame verstedelijking, ten opzichte van de behoedzame ramingen in de begroting 2016-2019 (als gevolg van de crisis) hoeven de tarieven voor de omgevingsvergunningen maar gematigd te worden verhoog in de Legesverordening 2017.

Daarnaast is in de begroting voor de (nieuwe) jaarschijf 2020 rekening gehouden met de areaaluitbreiding voor de opbrengst onroerende zaakbelastingen (€ 100.000).

 

Begrotingssaldo 2017-2020

Uiteindelijk resteert er na de bovengenoemde aanpassingen een positief begrotingssaldo van circa € 385.000 in 2017, € 217.000 in 2018, € 1,5 miljoen in 2019 en € 1,9 miljoen in 2020.

Nieuw beleid

Op basis van de Kadernota 2017-2020 is voor nieuw beleid aan netto-lasten bijna € 70.000 in 2017 beschikbaar gesteld. In bijlage 8.9 vindt u een totaaloverzicht van de nieuwe beleidswensen waarvoor wel of niet is gekozen in de Kadernota. De gekozen wensen zijn verwerkt in deze Beleidsbegroting. Het nieuw beleid komt vooral ten goede komen aan de speerpunten uit ons coalitieakkoord: de transformaties in het sociaal domein, de binnenstad en het meerjarig op orde houden van onze begroting. Deze thema’s zijn van essentieel belang voor het waarborgen van een aangename en sociale stad.Bij de transformatie zetten we in op algemene collectieve voorzieningen om op grotere schaal individueel maatwerk en dure zorgtrajecten te voorkomen. Hierbij zien we een belangrijke rol weggelegd voor Wijkracht. Om de transformatie in het sociaal domein te bewerkstelligen beschikken we over middelen uit het innovatiefonds. Naar aanleiding van de aangenomen motie ‘gebruik innovatiebudget’ uit de Kadernota 2017-2020 zetten we ons in om het innovatiebudget in 2017 en verder te gebruiken voor innovatieve ideeën uit de Hengelose samenleving. In de binnenstad investeren we in het verder aankleden van de openbare ruimte. Bijvoorbeeld door het vervangen van de vlonder in het Prins Bernard plantsoen en het voortzetten van de bloembakken.

Verder investeren we op het gebied van sport in het vervangen en het aanleggen van een aantal kunstgrasvelden. Hier staat een huurverhoging tegenover.

Naar aanleiding van de motie ‘Stortquotum afval’ handhaven we voorlopig het gratis storten van 50 kilo afval bij het afvalbrengpunt. Aangezien de afvalbegroting een gesloten begroting is worden de extra kosten van deze motie gedekt uit de inkomsten uit de afvalstoffenheffing, die de inwoners betalen.Het nieuw beleid wordt verder toegelicht in de programma’s.

Geen nieuwe bezuinigingsmaatregelen

In deze begroting worden geen nieuwe bezuinigingsmaatregelen genomen, anders dan de maatregelen die voortkomen uit de maatschappelijke takenverkenning 2016-2019. De maatschappelijke takenverkenning was het intensieve traject in 2015 met de stad en de gemeenteraad waarin we de meerjarenbegroting op orde hebben gekregen. De bezuinigingsmaatregelen uit de takenverkenning die veranderen ten opzichte van 2017 zijn opgenomen in de programma’s.

Belasting- en tariefmaatregelen

Ontwikkeling lokale lasten

In de Kadernota 2017-2020 waren de indicatieve belastingtarieven voor 2017 gepresenteerd. Nu de begroting op detailniveau is uitgewerkt is er een lichte daling van het totale woonlasten te zien ten opzichte van deze Kadernota. Met name door het neerwaarts bijstellen van het gemiddeld aantal ledigingen valt de (gemiddelde) afvalstoffenheffing iets lager uit.

Woonlasten 2017

Onderstaande tabel laat de tarieven voor 2016 en de effecten van de voorgestelde belastingtarieven 2017 zien bij een gemiddelde WOZ-waarde, een gemiddeld tarief afvalstoffenheffing (op basis van gemiddeld afvalaanbod) en het tarief voor rioolheffing:

Tarieven2016:2017: 
OZB eigenaar € 258,23 € 265,28  
Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens) € 250,94 € 247,64  
Rioolheffing € 205,68 € 212,88  
Totaal € 714,85 € 725,80  

Per saldo neemt de lokale belastingdruk voor een eigenaar van een woning toe met circa 1,5% in 2017 ten opzichte van 2016. Voor de huurder van een woning stijgt de lokale lastendruk met 0,9%. In het raadsadvies ‘Belastingtarieven 2017’ (zaaknummer: 2051636) is het totaalpakket aan belastingmaatregelen toegelicht.Voor de periode vanaf 2018 volgen we momenteel nauwlettend de ontwikkelingen in de afvaltarieven en dividenduitkeringen van Twence Holding B.V.

Overige ontwikkelingen en risico’s

Risico’s

Regelmatig informeren wij uw raad omtrent mogelijke ontwikkelingen en risico’s. Onderwerpen die aan de orde kwamen zijn Lange Wemen, de verzelfstandiging van Warmtenet, de drie transities in het sociaal domein en de herziene grondexploitaties. De laatste risicoprofielanalyses hebben, met uitzondering van de risicoprofielen van Warmtenet en Hart van Zuid, in vergelijking met het jaarverslag 2015 geen aanzienlijke wijzigingen aan het licht gebracht. Wel is er meer zicht ontstaan op de risico’s bij de transities in de Jeugd en de Wmo. De interne beheersing van risico’s is de afgelopen jaren stelselmatig verbeterd, waardoor de benodigde weerstandscapaciteit kon dalen. Deze trend heeft zich in 2016 voortgezet vanwege de risicopercepties rondom Warmtenet, waarvoor inmiddels voorzieningen zijn getroffen en Lange Wemen/nieuwbouw stadskantoor.

Financiële positie

Op basis van de notitie ‘Koersvast in krappe tijden’ is de versterking van de algemene reserve in gang gezet. De vastgestelde beleidsregel uit 2012 luidde dat de komende jaren de algemene reserve zal groeien naar een gewenst niveau van 50% van het risicoprofiel. Het gewenste en minimumniveau van de algemene reserve is voor 2016 in de onderstaande grafiek nog gestoeld op het benodigde weerstandsvermogen op basis van de Beleidsbegroting 2016 (stand eind september 2015). Nadien heeft de besluitvorming rondom de verkoop van Warmtenet plaatsgevonden en verwerkt in het jaarverslag 2015, waardoor het benodigde weerstandsvermogen in 2017 aanzienlijk is verminderd ten opzichte van (Beleidsbegroting) 2016. Dit verklaart de pieken in de onderstaande grafiek voor het gewenste en minimumniveau aan algemene reserve voor het jaar 2016.

Op basis van de jaarrekening 2015 is de werkelijke stand van de algemene reserve per 31 december 2015 € 10,6 miljoen. Dit ligt al boven het vereiste minimumniveau van € 6,8 miljoen (25% van de benodigde weerstandscapaciteit van € 27,2 miljoen in 2017). Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat binnen de algemene reserve een bedrag van circa € 4,5 miljoen is geoormerkt als 'Algemene Reserve Zorg'.

Grafiek ontwikkeling algemene reserve

 Rekening houdend met de mutaties, waarover reeds besluitvorming in uw raad heeft plaatsgevonden, wordt er naar huidig inzicht een stand per 31 december 2020 verwacht van bijna € 19,0 miljoen (inclusief ongeveer € 4,5 miljoen 'Algemene Reserve Zorg'). Het gewenste niveau van de algemene reserve is € 13,6 miljoen (zijnde 50% van het risicoprofiel). De conclusie is dat we met de ingezette koers het doel halen.

 

Separaat aan deze begroting bieden wij u een nota ‘Evaluatie reserves en voorzieningen 2016’ (zaaknummer 2032910) aan. Er vindt een doorlichting van alle reserves plaats om mogelijk incidentele middelen vrij te spelen om de algemene reserve verder te versterken. Deze mutaties zijn nog niet verwerkt in deze begroting, omdat over deze nota eerst besluitvorming plaats moet vinden in uw gemeenteraad. De algemene reserve grondexploitatie laat een stijging zien van € 2,0 miljoen per 1 januari 2016 oplopend tot € 9,2 miljoen per 31 december 2020. Dit lijkt een positief beeld, maar de we vinden het ook belangrijk om de risico’s omtrent de grondexploitaties in beeld te blijven houden. In de paragraaf 6.4 ‘Grondbeleid’ worden de top 10 risico’s beschreven, zoals het convenant dat de gemeente met de provincie heeft afgesloten over de ladder van duurzame verstedelijking.

Grondslagen voor de ramingen bestaand beleid

De grondslagen voor de ramingen bestaand beleid, voor het opstellen van de Beleidsbegroting 2017-2020, zijn grotendeels door de vaststelling van de Kadernota 2017-2020 besloten. In de begroting zijn de volgende grondslagen van toepassing:

Prijscompensatie

Bij de prijscompensatie is een percentage van 1,2% gehanteerd.

 

Looncompensatie

De huidige CAO-afspraken gelden vanaf 1 januari 2016 tot 1 mei 2017. Deze voorziet in loonstijgingen van 3% per 1 januari 2016 en 0,4% per 1 januari 2017. In de begroting is vanaf 2017 nog rekening gehouden met algemene loonstijgingen na 1 mei 2017. Deze middelen zijn op een algemene stelpost in de begroting geraamd in afwachting van een nieuwe CAO vanaf 1 mei 2017.

 

Subsidies

Voor de subsidies geldt de gebruikelijke weging van 2/3e looncompensatie en 1/3e prijscompensatie. Op basis van de bovengenoemde percentages komt de uiteindelijke stijging voor subsidies in 2017 uit op 1,67%, mits ze geen onderdeel uitmaken van bezuinigingsmaatregelen.

Huren

 

Navenant stijgen de ontvangen huurbedragen in 2017 met de inflatiecorrectie van 1,2%. Wel kunnen er andere afspraken met verenigingen, instellingen etc. zijn gemaakt over huurverhogingen buiten de prijscompensatie om. Ook kunnen huren zijn aangepast in het kader van eerdere bezuinigingsmaatregelen.

Belastingen, heffingen en tarieven

Voor tarieven geldt in principe volledige kostendekkendheid. Bij belastingen, heffingen en tarieven wordt voor de begroting 2017 uitgegaan van een inflatiecorrectie van 1,2%, waarbij geen sprake is van kostendekkendheid. Kostendekkende heffingen zijn bijvoorbeeld de afvalstoffen- en rioolheffing. Bij de gemeentelijke woonlasten (OZB, riool- en afvalstoffenheffing) wordt gestreefd naar een gematigde ontwikkeling van de totale reële lokale lastendruk. Er is vastgehouden aan het principe dat in ieder geval wordt gecorrigeerd voor nominale ontwikkelingen (inflatie 1,2%). In het raadsadvies ‘Belastingtarieven 2017’ (zaaknummer: 2051636) is het totaalpakket aan belastingmaatregelen toegelicht.

Constante lonen en prijzen

In de meerjarenramingen 2018-2020 is, zoals gebruikelijk, uitgegaan van constante lonen en prijzen.

Omslagrente

Vanaf 2017 handhaven we het percentage voor de omslagrente van 3,75%, met uitzondering van grotendeels de ‘eigen’ gemeentelijke grondexploitaties, waar een rente van 2% wordt gehanteerd. Door het gewijzigde BBV waren we genoodzaakt om de rente van de grondexploitaties aan te passen aan de door de commissie BBV voorgeschreven disconteringsvoet van 2%.

Investeringen

Op investeringen is de nota Activabeleid van toepassing, die begin 2012 is vastgesteld in de raad. De afschrijving start op 1 januari van het jaar ná ingebruikname van een goed c.q. na afronding van een investering. Dit betekent dat er niet wordt afgeschreven en in het jaar van afronding c.q. ingebruikname van een investering. Deze nota wordt op korte termijn geactualiseerd, omdat het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is herzien, want met ingang van 2017 moeten nieuwe investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut ook worden geactiveerd. Dat wil zeggen dat ze niet meer in een keer mogen worden afgeschreven, maar worden afgeschreven op basis van een redelijke afschrijvingstermijn.

Op basis van de nota Spelregels voor investeringen gemeente Hengelo (zie ook de raadsbrief van 4 februari 2014) worden de rentelasten, vanaf de start van een investering, in werkelijkheid op maandelijkse basis toegerekend. Op begrotingsbasis wordt vanaf 2015 voor de geraamde investeringen in de eerste jaarschijf een half jaar rente als exploitatielast meegenomen. Daarna wordt telkens over het gehele jaar rente toegerekend.

De vervangingsinvesteringen maken onderdeel uit van het bestaand beleid. Zoals gebruikelijk gaan we ook bij de vervangingsinvesteringen uit van een jaarlijkse index, die is gebaseerd op de prijsindex van de afgelopen 10 jaren. De gemiddelde index is 1,2%.

Bevoegdheden investeringen

Gebleken is dat de bevoegdheden bij investeringen niet altijd helder zijn. Daarom hebben we dit hieronder nogmaals uitgewerkt. De investeringen worden altijd vastgesteld door de gemeenteraad. Het college gaat over het vrijgeven van investeringen, tenzij er een aanmerkelijk financieel, beleidsinhoudelijk of maatschappelijk belang is en/of de raad heeft aangeven dat een raadsbesluit noodzakelijk is om de investering vrij te geven. Het college advies voor de vrijgave wordt gebaseerd op een onderbouwde kostenbegroting. Het college legt verantwoording af over de investeringen aan de raad middels de herziening grondexploitatie en/of planning en control documenten (beleidsrapportage en jaarrekening).

Voor de autorisatie van investeringen in bouwgrondexploitatie stelt de raad jaarlijks de herzieningen grondexploitaties vast. Door bij vaststelling van de jaarlijkse herzieningen het krediet binnen de eerstvolgende vier jaarschijven van de geactualiseerde, vastgestelde grondexploitaties vrij te geven, wordt het budgetrecht van de raad ingevuld.

Bevoegdheden bij investeringenBevoegd orgaan
Vaststellen Gemeenteraad
Vrijgeven College
Uitvoeren College
Aanwenden Budgethouders
Doorschuiven College

Gemeentefondsuitkering

De gemeentefondsuitkering is gebaseerd op de meicirculaire 2016 van het gemeentefonds (inclusief de rectificaties van het ministerie tot medio juni 2016). Dit is ook een verplichting in het kader van het financieel toezicht door de provincie.

Zonder de rectificaties was de ontwikkeling van de gemeentefondsuitkering op basis van deze meicirculaire al verwerkt in het verwachte begrotingssaldo op basis van de Kadernota 2017-2020. De mogelijke financiële gevolgen van de septembercirculaire 2016 zullen wij uw gemeenteraad, zoals gebruikelijk, in een raadsbrief doen toekomen.

Onvoorzien

In de begroting 2017-2020 is een jaarlijks bedrag van € 166.000 geraamd voor de post onvoorzien.

 

Arealen en autonome ontwikkelingen

De onderhoudsbudgetten voor wegen, groen en riolering zijn aangepast voor volumemutaties conform de Areaalnota. De kostenuitzetting voor rioleringen verloopt budgettair neutraal voor de begroting. Uitgangspunt bij rioleringen is 100% kostendekkendheid.

Onder autonome ontwikkelingen verstaan wij ontwikkelingen die door ons niet te sturen of te beïnvloeden omstandigheden zijn en zullen leiden tot onvermijdbare uitgaven of verminderingen van inkomsten in de begroting.

Wijzigingsbesluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)

 

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is op een aantal punten ingrijpend gewijzigd. Deze wijzigingen moeten met ingang van de Begroting 2017 worden doorgevoerd. Het is de bedoeling dat de wijziging bijdraagt aan een verbeterde interne sturing door provinciale staten en de raad, alsmede aan een betere vergelijkbaarheid tussen provincies en tussen gemeenten. In de Kadernota 2017-2020 bent u op pagina 22 tot en met 24 op hoofdlijnen geïnformeerd over deze wijziging. Hieronder wordt daar nogmaals op ingegaan. Gelet op de impact op de begroting wordt er voor de raadsleden een presentatie verzorgd waarin de belangrijkste wijzigingen worden toegelicht.

Naar aanleiding van het Wijzigingsbesluit zijn er een aantal richtinggevende notities door de commissie BBV gepubliceerd over Grondexploitaties 2016, Faciliterend grondbeleid, Rente en Overhead. De laatste twee notities zijn door de commissie BBV in juli 2016 gerectificeerd. In aanvulling op het wijzigingsbesluit doet de commissie BBV in de aanvullende notities aanbevelingen en stellige uitspraken over aspecten die niet geregeld worden met het besluit, maar waar in de praktijk wel veel vragen over zijn c.q. discussie over is.

Het Wijzigingsbesluit richt zich op:

  1. een uniforme indeling in taakvelden;
  2. een uniforme basisset van beleidsindicatoren;
  3. een uniforme basisset van financiële kengetallen;
  4. verbeterde informatie over verbonden partijen;
  5. vernieuwing van de accountantscontrole;
  6. inzicht in de overheadkosten;
  7. overige aanpassingen;

 

De belangrijkste gevolgen voor de begroting en jaarstukken worden per onderdeel uitgebreid toegelicht in de paragraaf 6.7.8 Herziening Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De toelichting op de notitie overhead en met name op de definitie overhead wordt hierin ook gegeven. De wijzigingen in het kader van de notitie rente worden beschreven in de paragraaf 6.5 Financiering.