De financiële toelichting per programma 

Analyse programma 1 Economie, werk en inkomen

Economie, Werk en Inkomen
Exploitatie, bedragen x € 1.000Rekening 2015 Begroting 2016Begroting 2017Begroting 2018Begroting 2019Begroting 2020
Resultaat voor bestemmingLASTEN (excl. mutaties reserves)-71.315-71.052-68.080-68.679-68.911-69.766
BATEN (excl. mutaties reserves37.25537.64840.12941.09642.13843.466
Totaal-34.060-33.404-27.951-27.583-26.774-26.300
Mutaties reservesToevoegingen aan de reserves-45-45-45-45-45-45
Totaal-45-45-45-45-45-45
Resultaat na bestemming-34.105-33.448-27.996-27.628-26.819-26.345

P221.1 Haven (+ 19.000)

In 2016 is voor het optimaliseren van de havenkade (o.a. damwanden) een investeringskrediet van € 1,25 miljoen beschikbaar gesteld. Hiervoor is deels een beroep gedaan op de reserve Twentehaven (€ 300.000), zodat een investering van € 950.000 resteert. Dit leidt in 2017 tot een stijging van de kapitaallasten (€ 62.000) ten laste van de algemene middelen, zoals op basis van de Kadernota maatschappelijke takenverkenning 2016-2019 is besloten. Verder is er met name sprake van een voordeel op de sectorkosten als gevolg van de verschuiving van de overheadkosten.

P310.1 Markt (+ 39.000)

Het voordeel veroorzaakt door een verschuiving van de overheadkosten.

P310.3 Economische aangelegenheden (+ 133.000)

Dit voordeel is het gevolg van de bezuiniging die is doorgevoerd op het acquisitie- en promotiebudget (€ 50.000). Daarnaast is er sprake van een verschuiving van de overheadkosten.

P310.4 Bedrijventerreinen (+ 95.000)

Het voordeel binnen dit product wordt in zijn geheel veroorzaakt door een wijziging van de sectorkosten, als gevolg van minder personele inzet (conform de bezuinigingen op ondersteuning van accountmanagement en versobering van bedrijfscontacten) en anderzijds de verschuiving van de overheadkosten.

P560.3 Kermis (+ 34.000)

Dit voordeel wordt veroorzaakt door een stijging van de staangelden voor de kermis (+ € 52.000). Hierbij dient te worden vermeld, dat de organisatiekosten van de kermis (inclusief personele inzet) echter ook zijn gestegen (- € 18.000). De bezuinigingstaakstelling van € 60.000 wordt hiermee niet in zijn geheel gehaald.

P610.1 Bijstandsverlening (+ 4.099.000)

Inkomensdeel (+ 881.000)

De cijfers voor 2017 e.v. zijn gebaseerd op het geactualiseerde financieel perspectief in de Kadernota 2017-2020. In de Beleidsbegroting 2016-2019 werd voor 1 januari 2017 nog uitgegaan van 2.495 bijstandscliënten, oplopend tot 2.706 op 1 januari 2020. Dit meerjarige bijstandsvolume is in de nieuwste prognoses op basis van de Kadernota 2017-2020 neerwaarts bijgesteld naar 2.407 cliënten op 1 januari 2017, oplopend tot 2.636 cliënten op 1 januari 2020.

Voor 2016 waren gemiddeld 2.376 bijstandsuitkeringen begroot tegen een gemiddelde prijs van € 13.684. Voor 2017 wordt nu uitgegaan van gemiddeld 2.470 uitkeringen tegen een gemiddelde prijs van € 13.740.

De inkomsten zijn conform de laatste raming van het BUIG budget. Deze zijn in 2017 € 1.979.000 hoger dan in 2016 (na aanpassing bij de 1e Beleidsrapportage 2016).

Ook de prognose van de bijstandskosten is € 1.384.000 hoger dan in 2016.

Daarnaast is in de begroting 2016 eenmalig extra € 160.000 beschikbaar gesteld voor een controle op de bijstandsuitkeringen op voorliggende voorzieningen. Ook zijn in 2016 bij de 1e Beleidsrapportage extra kosten voor loonkostensubsidies ad € 170.000 geraamd.

Voor het Hengelose BUIG budget voor 2016 is uitgegaan van het bedrag dat voor dit jaar is toegekend. Voor de jaren 2017 tot 2020 is uitgegaan van het Hengeloos aandeel van het geprognosticeerde macrobudget. Daar het macrobudget meebeweegt met de kosten van de bijstand is het budget aangepast aan de voor Hengelo geprognosticeerde (procentuele) stijging van de kosten van de bijstandsverstrekking.

Voor de aantallen is als uitgangspunt het aantal uitkeringen op 31 december 2015 genomen. Voor de toename tot 2020 is uitgegaan van de prognoses van het CPB, opgehoogd met een inschatting van de instroom in de bijstand van statushouders. Voor 2016 tot 2020 wordt respectievelijk uitgegaan van een stijging van 5,1%, 3,5%, 3,1%, 2,8% en 2,9%.

Voor de prijs per uitkering is voor 2016 uitgegaan van de door het ministerie SZW geprognosticeerde prijs van een bijstandsuitkering (algemeen, Ioaw en Ioaz). Deze prijs is op basis van de ontwikkeling in de eerste maanden van 2016 naar beneden bijgesteld. Voor de jaren 2017 tot en met 2020 is de prijs voor 2016 genomen, opgehoogd met 0,5% ter correctie van de inflatie voor 2017.

De prognose resulteert in een tekort op het BUIG budget voor 2016 van 0,6%, voor 2017 een overschot van 0,5% en voor de jaren 2018 tot en met 2020 een tekort van respectievelijk 1,1%, -1,3% en 1,4%.     

Per 1 januari 2017 komt er een nieuw verdeelmodel, de gevolgen daarvan zijn naar verwachting op 1 oktober 2016 bekend.

Exploitatie H164 (- 21.000)

Dit verschil wordt veroorzaakt doordat aan de exploitatie van het ROZ-gebouw H164 meer salariskosten zijn toegerekend. Dit nadeel is overigens beperkt door de toepassing van de verschuiving van de overheadkosten.

Sociale economie ROZ (+ 35.000)

Dit voordeel is het gevolg van de verschuiving van de overheadkosten.

Startersadvisering ROZ (+ 110.000)

Het betreft de verschuiving van de overheadkosten.

Bedrijfsadvisering ROZ (+ 325.000)

De omzet uit bedrijfsadvisering ROZ is in 2017 als invulling van een bezuinigingsopdracht uit de Kadernota maatschappelijke takenverkenning 2016-2019 met € 25.000 verhoogd. De bijdragen van andere gemeenten zijn met € 15.000 gestegen als gevolg van de toegepaste prijsindexering.

Door de verschuiving van de overheadkosten ontstaat er een voordeel van € 284.000.

Beheer (+2.790.000)

Door de herverdeling van de uren en de verschuiving van de overheadkosten ontstaat er een voordeel van € 2.642.000. Ook is in de begroting 2016 op basis van de 1e Beleidsrapportage incidenteel € 150.000 beschikbaar gesteld voor de inhuur van extern personeel. Het resterende verschil tussen de begroting 2017 en 2016 is het gevolg van de toegepaste prijsindicering.

P611.2 Sociale werkvoorziening (+ 527.000)

Naast de gemeentelijke eigen bijdrage zijn de beschikbaar gestelde budgetten aan de werkvoorzieningsschappen conform de in de meicirculaire 2016 van het gemeentefonds door het rijk meerjarig beschikbaar gestelde Wsw-budgetten. De integratie-uitkering hiervoor is opgenomen in programma 8 op het product P923.1. Integratie-uitkering sociaal domein (onderdeel Participatie).

In principe is er sprake van een afbouw van het aantal Wsw-arbeidsplaatsen. Er komen geen nieuwe Wsw-arbeidsplaatsen meer bij, terwijl er ieder jaar wel sprake is van uitstroom. De daling van het budget, welke oploopt tot meer dan € 2 miljoen in 2020, houdt hiermee verband. Dit onderdeel van de budgettoekenning wordt conform de bestuurlijke afspraak van het Ministerie van SZW en de VNG jaarlijks herzien op basis van het aantal gerealiseerde Wsw-arbeidsplaatsen in standaardeenheden in het voorgaande jaar.

De bezuiniging van € 236.000 op de gemeentelijke bijdrage aan SWB is niet haalbaar gebleken. Om te voorkomen dat dit voor de gemeente Hengelo leidt tot een kostenuitzetting is overeengekomen om deze bezuiniging vooralsnog in te vullen door een aframing van € 158.000 op het budget trajecten bij de SWB en een aframing van € 78.000 op het budget voor trajecten sociale activering.

Met betrekking tot de motie ‘inbesteden SWB’ hebben wij u middels een raadsbrief van 7 juni 2016 geïnformeerd (zaaknummer 2027432).

P614.1 Minimabeleid (- 100.000)

Een voordeel van € 428.000 laat zich verklaren door de verschuiving van de overheadkosten. Daarnaast is er in 2017 een voordeel doordat in 2016 bij de 1e Beleidsrapportage € 27.000 extra beschikbaar is gesteld voor de verstrekking van computers. Hiertegenover staan ook enkele nadelen.Voor nieuwkomers (vergunninghouders) is in de Kadernota 2017-2020 in verband met het extra beroep dat gedaan wordt op zowel bijzondere bijstand als het minimabeleid € 511.000 extra beschikbaar gesteld. Dit bedrag is opgebouwd uit € 116.000 autonome ontwikkeling bijzondere bijstand, € 320.000 voor de nieuwe groep statushouders voor de eerste inrichting en € 75.000 voor deze statushouders in het kader van het kindpakket, zorgverzekering, bibliotheek, etc. Voor een bedrag van € 187.000 was hiervoor de begroting 2016 via de 1e Beleidsrapportage al extra verhoogd. In het kader van het armoedebeleid 2016-2020 is een stelpost van € 156.000, welke nog op begrotingstechnische correcties (P922.5) ‘geparkeerd’ stond, als budget aan dit product toegevoegd.Ook is er in 2017 een nadeel van € 50.000 ten opzichte van 2016 doordat het budget voor bijzondere bijstand Bbz in 2016 bij de 1e Beleidsrapportage op basis van een nieuwe prognose met dit bedrag is verlaagd.

Het resterende verschil is het gevolg van de toegepaste prijsindicering.

De komende jaren wisselt het beschikbaar gestelde bedrag voor minimabeleid nogal. De afwijking ten opzichte van 2016 gaat van € 100.000 nadelig in 2017 tot € 45.000 voordelig in 2020. Eén en ander houdt verband met de in de Kadernota 2017-2020 beschikbaar gestelde extra middelen voor de groep statushouders, welke een extra beroep doet op zowel de bijzondere bijstand als het minimabeleid. Met name voor 2017 en 2018 worden extra hoge kosten verwacht voor de eerste inrichting van woonruimte. Wij verwachten dat dit vanaf 2019 weer afneemt.

In het kader van het armoedebeleid is er voor de Voedselbank en het Jeugdsportfonds gezamenlijk een subsidieplafond van € 20.000 vastgesteld.

P614.4 Schuldhulpverlening (+ 184.000)

Een voordeel van € 133.000 laat zich verklaren door herverdeling van de uren en de verschuiving van de overheadkosten.

Voordelige afwijkingen in 2017 zijn er door de vrijval van een subsidie ten behoeve van het opgestarte project ‘Gezonde Toekomst’ ter grootte van € 28.000 en door budgetuitbreiding met € 25.000 voor de inhuur van personeel via de 1e Beleidsrapportage in 2016.

Het resterende verschil is het gevolg van de toegepaste prijsindicering.

P623.1 Trajecten (- 149.000)

Er zijn per saldo € 380.000 meer salariskosten aan dit product toegerekend, ondanks het voordeel dat ontstaat als gevolg van de verschuiving van de overheadkosten.

Daarnaast is er op dit product een voordeel van € 158.000 op het budget voor trajecten bij de SWB in verband met een andere invulling van de bezuiniging op de eigen bijdrage gemeente Hengelo aan de SWB. Ook het budget voor trajecten sociale activering is in dit verband met € 78.000 verlaagd. Zie ook product 611.2 Sociale werkvoorziening.

Het resterende verschil wordt veroorzaakt door de bij de 1e Beleidsrapportage aangepaste begroting 2016 met € 5.000 en de toegepaste prijsindicering in 2017.

De budgetten voor de WWB-trajecten stijgen de komende jaren, oplopend van € 71.000 in 2017 tot € 391.000 in 2020. Dit houdt verband met de nieuwe doelgroep, namelijk de personen die voorheen in aanmerking kwamen voor een Wajong-uitkering of een WW-indicatie, waarvoor het rijksbudget voor re-integratietrajecten is opgehoogd.

P623.2 Inburgering (+ 19.000)

In 2017 is sprake van een voordeel van € 155.000 doordat in 2016 extra budget beschikbaar is gesteld voor na-ijlende verplichtingen voor taalcursussen nieuwkomers. Het hiervoor beschikbare budget is eerder wegbezuinigd.

Hiertegenover staan extra kosten voor een verplicht aantal te huisvesten statushouders. Hiervoor is in de Kadernota 2017-2020 een extra budget van € 75.000 beschikbaar gesteld. Er wordt van uit gegaan dat dit voldoende moet zijn ter dekking van een eventueel exploitatietekort op de verhuur van woningen aan statushouders.

Daarnaast wordt, vooralsnog voor de duur van 2 jaar, een extra budget van € 60.000 voor activiteiten op het Werkplein beschikbaar gesteld voor de benodigde inzet van personeel en projecten om zoveel mogelijk statushouders aan te werk te krijgen. Deze kosten worden gedekt uit het innovatiebudget sociaal domein.

P623.4 Werkloosheidsbeleid (+ 560.000)

Er zijn per saldo € 538.000 minder sectorkosten aan dit product toegerekend. Hierbij is inbegrepen het voordeel dat ontstaat als gevolg van de verschuiving van de overheadkosten. Een groot deel van de lagere kosten houdt verband met verschuiving van uren naar product 623.1 Trajecten.

Daarnaast is er voor 2017 een voordeel doordat bij de 1e Beleidsrapportage 2016 het budget voor werkloosheidsbeleid Fitis stadsbanen met € 34.000 is verhoogd.

Het resterende verschil is het gevolg van de toegepaste prijsindicering.