De financiële toelichting per programma 

Analyse programma 8 Financiën

Financiën
Exploitatie, bedragen x € 1.000Rekening 2015Begroting 2016Begroting 2017Begroting 2018Begroting 2019Begroting 2020
Resultaat voor bestemmingLASTEN (excl. mutaties reserves)-43.387-26.973-43.299-39.909-34.510-31.598
BATEN (excl. mutaties reserves204.283183.469199.493195.034189.736187.254
Totaal160.896156.497156.194155.124155.226155.656
Mutaties reservesToevoegingen aan de reserves-14.908-7.942-4.849-4.852-4.882-5.147
Onttrekkingen aan de reserves13.5331.053474474474474
Totaal-1.375-6.890-4.374-4.378-4.408-4.673
Resultaat na bestemming159.521149.607151.820150.747150.818150.983

P002.2 Externe subsidie verwerving (+ 208.000)

In verband met het gewijzigde BBV zijn de lasten en baten van dit product verplaatst naar het product P922.7.

P820.2 Renteverschil woningbouwexploitatie (- 1.317.000)/P914.1 Rente interne financiering (- 6.236.000)

In verband met het gewijzigde BBV vallen deze onderdelen met ingang van 2017 onder P050.0 ‘Treasury’.

P050.0 Treasury (+ 5.184.000)

Als gevolg van het gewijzigde BBV en de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt heeft de omslagrente wijzigingen ondergaan. De omslagrente die wordt toegerekend aan investeringen is gehandhaafd op 3,75%. De rente over de ‘eigen’ gemeentelijke grondcomplexen echter is verlaagd naar 2%. Dit met uitzondering van de investeringen in het Hart van Zuid, waarvan de rente is verlaagd van 4,5% naar het rentepercentage van 3,75%.

Dit alles heeft aanzienlijke gevolgen voor het renteresultaat, zeker gelet op de huidige netto boekwaarde van de grondexploitaties. Daar staat tegenover dat financiering goedkoper plaatsvindt, maar de effecten daarvan worden pas in de komende jaren verder zichtbaar.

Om de verschillen in het renteresultaat te analyseren ten opzichte van 2016 worden de volgende producten bij elkaar opgeteld:

P820.2 Renteverschil woningbouwexploitatie- € 1.317.000P914.1 Rente interne financiering - € 6.236.000P050.0 Treasury + € 5.184.000Renteresultaat 2017 vs. 2016 (afgerond)- € 2.369.000

Dit wijkt af van het resultaat zoals dat wordt gepresenteerd in hoofdstuk 4 ‘De financiën van de gemeente Hengelo’. In hoofdstuk 4 worden de begrotingsjaren 2017 met elkaar vergeleken van de begroting 2017-2020 ten opzichte van de (gewijzigde) Beleidsbegroting 2016-2019 t/m juni 2016.

Het renteresultaat van bijna € 2,4 miljoen is als volgt te verklaren:

  • Rente opgenomen geldleningen+ € 1.193.000

Veroorzaakt door de rentedaling van nieuwe aangetrokken geldleningen en de aflossing van leningen met een hoge rente. Daarnaast is het totaalbedrag aan opgenomen leningen afgenomen, omdat Welbions vanaf 2015 via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw borging in zijn eigen leningenbehoefte voorziet en er derhalve geen doorverstrekking meer plaatsvindt door de gemeente.

  • Rente verstrekte geldleningen- € 1.192.000

Met name door de aflossing van leningen door Welbions veroorzaakt, waardoor de renteopbrengst daalt.

  • Lagere doorberekening van rentelasten aan producten- € 2.371.000

Dit betreft met name de lagere doorberekening aan grondexploitaties, omdat voornamelijk over de boekwaarde nog maar 2% rente wordt toegerekend in plaats van 3,75%.

P830.3 Grondexploitaties (0)

De raming van de omzet van de grondexploitaties is afkomstig uit de laatst vastgestelde herzieningen per 1-1-2016, de neerwaartse bijstelling van de toegerekende rente aan de grondexploitaties en de geactualiseerde herziening voor Hart van Zuid welke is opgesteld voor de herstructurering. Op basis van de herziene BBV-regelgeving zijn er geen kosten meer geraamd op de nog niet in exploitatie genomen gronden.

Ontwikkeling boekwaarde (* € 1 miljoen):

Begroting 2017:Begroting 2018:Begroting 2019:Begroting 2020:
Lasten-20,6-24,8-19,4-11,3
Verkopen+13,1+15,8+16,3+17,1
Bijdragen+14,0+ 8,3+ 3,4+ 1,6
Jaarresultaat+ 6,5- 0,7+ 0,3+ 7,5
Begroting 2016-2019(+11,4)(+3,4)(+7,1)(+9)

De jaarresultaten worden verrekend met de balansposten voorraden en onderhanden werk zodat deze geen invloed hebben op het jaarresultaat. De meerjarige prognose laat een beeld van afnemende lasten zien. Dit impliceert dat er in de nabije toekomst minder personele capaciteit nodig zal zijn. Voor het volledige beeld van de grondexploitatie wordt verwezen naar de hierboven genoemde herzieningen van de grondexploitaties per 1-1-2016 en het voorstel herstructurering Hart van Zuid.

P830.6 Grondexploitaties algemene dienst (+ 131.000)

Het voordeel op dit product is de som van een aantal mutaties. De opbrengst voor snippergroen die voor een aantal jaren was begroot ad € 101.000 is ingaande 2017 komen te vervallen. Hier tegenover staat dat de kapitaallasten ogenschijnlijk zijn toegenomen met ruim € 23.000. Echter is dit een correctie op een te hoog doorgevoerde begrotingswijziging in 2016. Daarnaast is er een budget voor externe advisering op het gebied van grondexploitaties en ruimtelijke ordening van € 50.000 opgenomen. Deze advieskosten worden vervolgens via P980.9 ten laste de algemene reserve grondexploitatie gebracht. In de begroting 2016 waren een aantal werkzaamheden voor derden opgenomen waar niet de volledige vergoeding van ruim € 30.000 was geraamd. Maar de belangrijkste mutatie ten opzichte van de vorige begroting is de verschuiving van de overheadkosten (verlaging van de sectorkosten) met € 275.000 als gevolg van de gewijzigde BBV-regels.

P830.7 Accommodatiebeleid (- 654.000)

De op het oog enorme nadelige afwijking wordt grotendeels (4 ton incl. 1 ton wijkwelzijn) veroorzaakt doordat de termijn van de tijdelijke taakstelling m.b.t. tot het afstoten van overbodig gemeentelijk vastgoed is verstreken en de taakstelling is ingevuld. Daarnaast zijn de kapitaallasten van de MFA brede school (€ 335.000) nu ook integraal onder dit product opgenomen. Hier tegenover staat dat de personeelslasten als gevolg van de eerder genoemde BBV-systeemwijziging zijn afgenomen met € 186.000. Daarnaast zijn de geraamde energielasten lager geraamd en de huuropbrengsten hoger.

P830.8 Erfpachten (+ 158.000)

De resultaten op de exploitatie van de erfpachtgronden worden gebruikelijk met de reserve grondexploitatie c.q. de reserve erfpacht verrekend. Door de lagere toegerekende rentelasten aan dit product zou de betreffende reservetoevoeging behoorlijk stijgen. Deze toevoeging is gecorrigeerd tot een aanvaardbaar niveau.

P913.1 Dividend (- 190.000)

Op basis van de 1e Beleidsrapportage 2016 is er een extra dividendopbrengst geraamd van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) (€ 60.000) en Vitens (€ 140.000). Daarnaast was er in een afrekening in 2016 van CBL Vennootschap B.V. (- 100.000).

Het extra dividend ad € 60.000 voor de BNG is ook voor 2017 geraamd (conform de Kadernota 2017-2020). Bovendien worden volgens plan de dividendbetalingen weer opgepakt van Crematoria Twente BV aan het Openbaar Lichaam Crematoria Twente (OLCT). Verwacht wordt dat dit openbaar lichaam € 50.000 dividend betaald aan de gemeente Hengelo. Dividendbetalingen vinden plaats naar rato van het aantal crematies per deelnemende gemeente.

P921.1 Uitkeringen gemeentefonds (- 2.106.000)

In de Kadernota 2017-2020 (zaaknummer 2023377) bent u uitgebreid geïnformeerd over de ontwikkelingen van de gemeentefondsuitkeringen op basis van de meicirculaire 2016. Het verschil tussen het ramingsbedrag in de begroting 2017 ten opzichte van 2016 is circa € 2,1 miljoen lager. Op basis van de doorrekening van deze meicirculaire was het verschil ruim € 1,83 miljoen nadeliger.

Hiervan wordt bijna € 1,28 miljoen met name veroorzaakt door een aanzienlijke verlaging van de uitkeringsfactor in 2017 ten opzichte van 2016 en € 0,55 miljoen door minder inkomsten op basis van de decentralisatie- en integratie-uitkeringen (m.n. huishoudelijke hulp toelage stopt m.i.v. 2017). Echter in de begroting 2016 worden ook de oude uitkeringsjaren 2014 en 2015 verrekend, dat wil zeggen mutaties na het opstellen van het jaarverslag 2015. Dit geeft een voordeel in het begrotingsjaar 2016 van circa € 275.000.

P922.1 Onvoorziene uitgaven (- 25.000)

In de Kadernota 2017-2020 is vastgesteld om als stelpost een bedrag van € 25.000 op te nemen voor ‘Kleine opties incidenteel nieuw beleid’.

P922.5 Begrotingstechnische correctie (+ 6.482.000)

Begrotingstechnische correcties en stelposten bedrijfsvoering (+ 4.721.000)

Het verschil wordt vooral veroorzaakt door de mutaties in de stelposten:

Stelpost looncompensatie 2016+ 1.612.000(1e Beleidsrapportage 2016 en Kadernota 2016-2019)Vakantiegeld juni – december 2016 i.v.m. Individueel Keuzebudget + 2.050.000(1e Beleidsrapportage 2016)Correctie rentelasten Stadskantoor+ 938.000

Stelposten gemeentefonds (+ 1.792.000)

De stelposten voor het gemeentefonds worden naar aanleiding van gemeentefondscirculaires ingesteld indien er nog geen nieuw beleid is geformuleerd bij een nieuwe of uitbreiding van een taak voor de gemeente. Daarnaast worden taakstellingen die niet direct op korte termijn op een product worden ingevuld op de het onderdeel ‘Stelposten gemeentefonds’ geparkeerd in afwachting van concretisering op andere producten in de begroting.

De grootste verschillen in de begrotingsramingen 2017 versus 2016 zijn de stelposten:

  • Armoedebeleid156.000 V
  • Wmo ‘oud’ (m.n. huishoudelijke hulp)204.000 N
  • Wmo ‘nieuw’923.000 V
  • Jeugd(zorg) 59.000 N
  • Participatie390.000 V
  • Rijksbijdrage statushouders 660.000 V

P922.7 Externe verwerving subsidies (- 205.000)

De baten en lasten van product P002.2 (- 208.000) zijn verplaatst naar dit product. Door de herverdeling van de uren naar investeringen en grondexploitaties is er op dit product sprake van een voordeel. Het voordeel hiervan € 154.000 is ingeboekt als verlaging van de taakstelling. Per saldo is er voordeel € 3.000 dat wordt o.a. veroorzaakt door de verschuiving van de overheadkosten.

P923.1 Integratie-uitkering sociaal domein (- 2.884.000)

De begrotingsramingen in het sociaal domein voor de jaren 2016-2020 zijn gebaseerd op de meicirculaire 2016 van het gemeentefonds, inclusief de rectificaties die het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tot medio juni jl. heeft doorgevoerd. Ten opzichte van de uitgebreide toelichting in de Kadernota 2017-2020 (zaaknummer 2023377) zijn er nadien extra middelen toegevoegd aan de Jeugdzorg (circa € 251.000).

Dit betekent dat we in 2017 bijna € 2,9 miljoen minder ontvangen dan in 2016. Voor de betreffende onderdelen betekent dit (* € 1.000):

Wmo - 1.502Jeugd(zorg)- 395Participatie- 987Totaal - 2.884

P930.1 Uitvoering Wet WOZ/P940.1 Lasten heffing en invordering belastingen (+ 1.641.000)

De lasten van de uitvoering van de Wet onroerende zaakbelastingen (WOZ) is verplaatst naar P931.1 Onroerende-zaakbelastingen. De lasten van de heffing en invordering van diverse belastingen en tarieven is met ingang van 2017 geraamd op de verschillende belastingsoorten (producten), conform het gewijzigde BBV.

P931.1 Onroerende-zaakbelastingen (- 325.000)

De lasten voor de uitvoering van de WOZ zijn verplaatst naar dit product (- 710.000). Deze lasten stonden voorheen op P930.1 ‘Uitvoering Wet WOZ’.

Daarnaast wordt op dit product de totale OZB-opbrengst geraamd. De OZB-opbrengst stijgt in 2017 ten opzichte van 2016 met € 385.000. Dit betreft met name de geraamde tariefsverhoging OZB met netto 1,8%, namelijk 0,6% op basis van de Kadernota maatschappelijke takenverkenning 2016-2019 en 1,2% inflatiecorrectie voor het jaar 2017 op basis van de Kadernota 2017-2020.

P980.9 Reserves (+ 3.016.000)

Algemene reserve grondexploitaties (+ 3.384.000)

Het voordeel is het gevolg van een lagere omslagrente van 2% in plaats van 3,75%. Conform de bestendige gedragslijn wordt dit nieuwe percentage ook toegepast over de rentevergoeding aan de algemene reserve grondexploitatie. Hierdoor is de toevoeging aan de betreffende reserve bijna € 3,4 miljoen lager dan in de begroting 2016.

Algemene reserve (+ 177.000)

Op basis van eerder vastgesteld beleid zijn de toevoegingen aan de algemene reserve bijna € 2.264.000 in 2016 en bijna € 2.087.000 in 2017. Vanaf 2020 wordt er structureel € 223.500 extra toegevoegd in verband met de besluitvorming omtrent de muziekschool (zaaknummer 2010011).

Reserve Organisatieontwikkeling (- 145.400)

Door de bezuinigingsmaatregelen zijn enkele medewerkers (2,5 fte) van het Infocentrum Projecten en subsidies en op het gebied van ruimtelijke ordening boventallig. De hiermee gemoeide lasten werden voor het jaar 2016 gedekt uit de reserve organisatieontwikkeling.

Reserve Preventiepakket Berflo Es (- 400.000)

In 2016 valt deze reserve vrij als gevolg van de minimale uitvoering van het Sport en Leercentrum (bezuiniging O4.1.3).

P990.1 Saldo van baten en lasten na bestemming (- 627.000)

Naar aanleiding van de 1e Beleidsrapportage 2016 is dit het nog op te lossen negatieve begrotingssaldo voor 2016.