Meerjarenperspectief 2018-2021 

Structureel sluitende begroting

Op basis van het provinciaal financieel toezicht is het van belang dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. De gemeenteraad is uiteindelijk verantwoordelijk voor een structureel sluitende gemeentebegroting. Het structureel begrotingssaldo wordt in paragraaf 6.2.5 Kengetallen toegelicht.

Financieel perspectief

De begroting is na de Kadernota 2018-2021 op detailniveau geactualiseerd. De definitieve uitwerking leidt tot het volgend financieel perspectief voor de komende jaren:

- = nadeel; bedragen * € 1.000
2018:2019:2020:2021:
Verwacht begrotingssaldo Kadernota 2018-2021 2315289940
(collegebesluit)
Aangenomen amendementen en motie:
A1 - Amendement Radio Hengelo TV-50-50-500
A3 - Amendement kunstgrasveld ATC'65-2-30-30-29
A4 - Opkomstbevordering verkiezingen-14-4-4-4
M2 - Motie financiering AED kasten-6-6-60
Verwacht begrotingssaldo Kadernota 2018-2021 15943897
(raadsbesluit 18 juli 2017)
Overige mutaties:
Verbonden partijen9044449
Twente Marketing-39-39-39-39
Rente(resultaat) b.n. b.n. b.n. b.n.
Overige verschillen-53171530
Begrotingssaldo 2018-2021 157460297

Het vertrekpunt voor bovenstaand overzicht is de Kadernota 2018-2021, zoals die in eerste instantie door ons college was voorgesteld aan de gemeenteraad. In de raadsvergadering van 18 juli jl. is de Kadernota vastgesteld door de gemeenteraad en is tevens een aantal amendementen en moties aangenomen. De amendementen en motie, waar financiële consequenties uit voortvloeien, zijn in bovenstaand financieel perspectief en in deze begroting verwerkt. Zo krijgt Radio Hengelo TV de komende drie jaren € 50.000 jaarlijks om een lokale omroepvernieuwing in gang te zetten neemt de gemeente het kunstgrasveld van ATC’65 over en trekt de gemeente meer geld uit voor opkomstbevordering rondom de verkiezingen. Verder stelt de gemeente drie jaar lang jaarlijks € 6.000 beschikbaar voor de aanschaf van buitenkasten voor de AED’s.

De detailuitwerking van de begroting leidt nog tot onderstaande toegelichte mutaties.

Verbonden partijen

Nu alle begrotingen van de verbonden partijen definitief zijn, zien we nog enkele aanpassingen. Per saldo geeft dit in het eerste jaar een voordeel van € 90.000 en in het laatste jaar een voordeel van € 9.000. Dit wordt o.a. veroorzaakt door de vaststelling van de begroting 2018 van de Veiligheidsregio Twente en het dividend van Enexis en Twence.

Twente Marketing

In de Kadernota 2018-2021 hebben we aangegeven dat we voor het programma Twente Marketing (18-NB-1.2) de aanvullende dekking van structureel € 39.000 nog zouden betrekken bij de uitwerking van de Beleidsbegroting 2018 en verder. Deze middelen zijn nu opgenomen in de voorliggende begroting. Het andere deel werd al gedekt door de vrijval van de bijdrage van circa € 40.000 aan de Regio Twente (€ 0,50 per inwoner voor acquisitie op het product Economische zaken). Wij gaan er vanuit dat deze laatste middelen vrijvallen met ingang van 2018 door een verschuiving hiervan naar de Agenda van Twente.

Rente(resultaat)

Zoals in de Kadernota 2018-2021 is aangegeven, is het percentage voor de omslagrente voor de overige investeringen met ingang van 2018 aangepast naar 2,25%. Tot met het begrotingsjaar 2017 was het percentage 3,75%. Dit leidt, met ingang van 2018, op veel producten tot een lagere rentetoerekening en dus lagere kapitaallasten (voordeel). Echter is het positieve renteresultaat op product P050.0 Treasury aanzienlijk lager (nadeel). Uiteindelijk verloopt een en ander budgettair neutraal, ook na de getroffen maatregelen in de ”gesloten” circuits (bijvoorbeeld onderwijshuisvesting, afval, riolering, etc.), voor de begroting.Voor de eigen gemeentelijke grondexploitaties waren we, door het gewijzigde Besluit Begroting en Verantwoording, al met ingang van de begroting 2017 genoodzaakt om de rente aan te passen aan de door de commissie BBV voorgeschreven disconteringsvoet van 2%. Deze blijft in 2018 ongewijzigd.

Overige verschillen

Bij de uitwerking van de detailbegroting zijn we aangelopen tegen diverse verschillen. Per saldo leidt dit in het eerste jaar tot een tekort van € 53.000 en in het laatste jaar tot een overschot van € 30.000.

Dit wordt o.a. veroorzaakt door een verschuiving in de kapitaallasten over de begrotingsjaren. Bij de actualisatie van de (vervangings-)investeringen is opnieuw gekeken naar het verwachte jaar van realisatie/in gebruik name. Dit geldt zowel voor de rente dan wel afschrijving op diverse producten. De grootste afwijking betreft de afschrijving op investeringen in de ICT. Door de korte afschrijvingstermijn bij ICT investeringen, de uitvoering van de ICT-dienstverlening voor andere gemeenten en het SWB, worden we door de opeenstapeling van investeringen geconfronteerd met aanzienlijke hogere afschrijvingslasten in 2021. In bijlage 8.6 treft u een totaaloverzicht van alle geplande investeringen in de periode 2018-2021.Bij de Kadernota 2018-2021 is aangegeven dat er aanzienlijke accresontwikkelingen te verwachten zijn voor de komende jaren in de gemeentefondsuitkering. We zetten nog steeds grote vraagtekens bij het realiteitsgehalte van deze ramingen. De accresramingen hebben we daarom afgevlakt naar een meer realistisch verwacht niveau. Uit ervaring weten we dat de (meerjarige) gemeentefondsuitkeringen moeilijk te voorspellen zijn. De afgelopen jaren werd de gemeente Hengelo regelmatig geconfronteerd met schommelingen van tussen de € 1 en 2 miljoen, zowel in positieve dan wel negatieve zin. Om de onvoorziene afschrijving op investeringen in de ICT op te vangen is voor het laatste jaar (2021) de stelpost afvlakking gemeentefonds met € 418.000 neerwaarts bijgesteld tot € 2.282.000, zodat de hoogte van de stelpost op hetzelfde niveau komt dan het begrotingsjaar 2020. Voor de jaren 2018-2021 is de stelpost achtereenvolgens € 811.000, € 1.456.000 en € 2.282.000 en € 2.282.000. Verder zijn er nog diverse kleine verschillen geconstateerd. Deze worden toegelicht in de financiële analyses.

Begrotingssaldo 2018-2021

Na bovengenoemde mutaties resteert er uiteindelijk een positief begrotingssaldo van circa € 157.000 in 2018, € 460.000 in 2019, € 29.000 in 2020 en € 7.000 in 2021.