Meerjarenperspectief 2018-2021 

Overige ontwikkelingen en risico’s

Onderwijshuisvesting

In de nota reserves en voorzieningen (2016) is aangegeven dat opnieuw gekeken moet worden naar het nut en de noodzaak van het in stand houden van de reserve Onderwijshuisvesting. Op dit moment wordt er een voorstel voorbereid waarbij ook het onderwijsveld wordt betrokken. De bedoeling is om het uiteindelijke voorstel te verwerken in de Kadernota 2019-2022.

Risico’s

In het jaar 2018 wordt de organisatie, evenals in het jaar 2017, actief bij het proces van risicomanagement betrokken. Alle afdelingshoofden en projectleiders worden twee keer per jaar geïnterviewd, met als doel dat de risicoprofielen naar de meest recente inzichten worden geactualiseerd. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan nieuwe ontwikkelingen, zoals de taken die zijn overgedragen aan Gildebor, het project Lange Wemen, Warmtenet, de drie transities in het sociaal domein en de herziene grondexploitaties (incl. het Hart van Zuid). Risicomanagement is daarnaast bedoeld om managers, voorafgaand aan bestuurlijke besluitvorming, inzicht te geven in de mogelijke financiële impact van belangrijke voorgenomen activiteiten en projecten. Vooral de risicovolle projecten worden vooraf zorgvuldig getoetst op haalbaarheid.De laatste interviews ten behoeve van de procedure 2018 hebben met uitzondering van het risicoprofielen van Gildebor, Lange Wemen, Hart van Zuid en Warmtenet in vergelijking met de begroting 2017 geen aanzienlijke wijzigingen in de risicoprofielen aan het licht gebracht. Wel is er zowel meer zicht ontstaan op de risico’s bij de transities in de Jeugdzorg en de Wmo, als op de exploitatierisico’s van multifunctionele accommodaties en culturele kernvoorzieningen. De interne beheersing van risico’s is de afgelopen jaren stelselmatig verbeterd, waardoor de benodigde weerstandscapaciteit aanzienlijk kon dalen. Deze trend heeft zich in 2017 voortgezet vanwege de overdracht van een aantal taken naar Gildebor, de verzelfstandiging van Warmtenet, de instelling van integraal accountmanagement bij de exploitatie van multifunctionele accommodaties en culturele kernvoorzieningen en de verbeterde conjunctuur waardoor de grondexploitatie risico’s verder zijn gedaald.

Financiële positie

Op basis van de laatste risico-inventarisatie is de benodigde weerstandscapaciteit berekend op € 20,9 miljoen. Dit is vergeleken met de € 27,2 miljoen opgenomen in de Beleidsbegroting 2017 – 2020 een forse daling van € 6,3 miljoen. Conform de vastgelegde beleidsregels is het gewenste niveau van de algemene reserve 50% van het risicoprofiel, dat wil zeggen afgerond € 10,5 miljoen (de helft van € 20,9 miljoen). De ontwikkeling van de beschikbare algemene reserve is met name beïnvloed door de bestemming van het jaarresultaat 2016 (verwerking is in het boekjaar 2017), de gedeeltelijke afroming van de toevoeging aan algemene reserve om structureel financiële ruimte voor nieuw beleid te creëren (Kadernota 2018-2021) en de incidentele inzet van de algemene reserve om de incidentele tekorten in 2018 en 2019 in het sociaal domein af te dekken (Kadernota 2018-2021).Op basis van de huidige inzichten (begin september 2017) is de algemene reserve ultimo 2016 al op het gewenste niveau. Zie de onderstaande grafiek:

Door de gezonde financiële uitgangspositie zijn we in staat fors te investeren in de stad door bijna € 2 miljoen aan exploitatielasten als nieuw beleid op te nemen in deze begroting. We blijven een financieel gezonde uitgangspositie houden. Enerzijds door een structureel sluitende begroting, anderzijds laat de ontwikkeling van het weerstandsvermogen zien dat de algemene reserve ultimo 2016 op het gewenste niveau is. Dit alles kan zonder een nieuwe verhoging van de lokale belastingdruk voor de burger. We zien dan ook de komende jaren de grote opgaves in de binnenstad en het sociaal domein met vertrouwen tegemoet. Wel moeten we in ogenschouw nemen dat we de komende jaren voldoende middelen achter de hand houden om de risico’s in met name het sociaal domein op te kunnen vangen.De algemene reserve grondexploitatie laat een verwachte stijging zien van € 1,7 miljoen per 1 januari 2018 oplopend tot € 3,5 miljoen per 31 december 2021. In de paragraaf 6.4 Grondbeleid treft u een uitgebreid overzicht aan van de belangrijkste ontwikkelingen in de diverse grondexploitaties.