Programma 1 Economie, Werk en Inkomen 

Maatschappelijke trends

  • Er ontstaan in toenemende mate kortdurende dienstverbanden en dienstverbanden met een niet fulltime omvang. Het is belangrijk dat de regels van de gemeente daar goed op aansluiten en de daaruit voortvloeiende last voor klanten zo gering mogelijk is.
  • Het aantal statushouders lijkt te stabiliseren. Ondanks dit gegeven moet de gemeente blijvend inzetten op het gebied van huisvesting, inburgering, werk en inkomen.
  • Het percentage oudere werklozen neemt toe. Oudere werklozen komen, ondanks de aantrekkende economie, door hun leeftijd moeilijk weer aan het werk.
  • Het aantal bewindvoeringstrajecten en bijbehorende kosten blijven stijgen.
  • Bij mensen met schulden zien we een stijging van de problematische schulden alsmede de hoogte van de schulden.
  • Er wordt in de maatschappij steeds meer aandacht gevraagd voor de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen die opgroeien in armoede.
  • Toename functiemenging. Steeds vaker vinden er (wisselende) combinaties van activiteiten op één plek plaats: wonen-werken, horeca-detailhandel, kantoren-bedrijven, etc. Onze regelgeving, op het gebied van bijvoorbeeld bestemmingsplannen en APV, loopt achter op de wensen van de maatschappij en de ontwikkelingen. Het vormgeven en uitvoeren van economisch beleid wordt daardoor complexer.
  • Veranderend winkelgedrag. Door het toenemende internetgebruik ontstaat er minder en een andere behoefte aan fysieke winkels. De openingstijden van winkels worden flexibeler. De behoefte aan gemaksdiensten (bezorgen, ontzorgen) neemt verder toe.
  • De leegstand van winkel-, bedrijfs- en kantorenvastgoed blijft hoog als gevolg van reorganisaties, bedrijfssluitingen en –verplaatsingen. Voor verouderde, incourante panden en zelfs ook nieuwere panden dreigt langdurige leegstand. Werk- en winkellocaties dreigen hierdoor te verpauperen.
  • De aansluiting van onderwijs op de huidige arbeidsmarkt is onvoldoende. Dat vertaalt zich in een mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. De vraag naar (technisch) geschoolde arbeidskrachten neemt toe en het aantal banen voor lager opgeleiden neemt relatief gezien af.