Paragrafen 

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

De gemeente Hengelo hecht aan financiële robuustheid en aan het bewust omgaan met risico’s. Dat is ook een wettelijke verplichting die voortkomt uit het in 2015 aangescherpte Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Die wettelijke verplichting heeft als achtergrond dat de financiële positie van de gemeente voor het gemeentebestuur (en samenleving) kenbaar en inzichtelijk moet zijn. De maatschappij verwacht van gemeenten dat zij tijdig inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen en dat zij de hiermee gepaard gaande risico’s beheersen.

De gemeenteraad heeft tot taak om erop toe te zien dat deze verantwoordelijkheid in voldoende mate wordt ingevuld. De begroting en de jaarrekening dienen om die reden een paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing te bevatten, met daarin zowel een overzicht van de aard en omvang van risico’s die de gemeente loopt, als een kwantitatief inzicht in de weerstandscapaciteit waarmee de risico’s kunnen worden opgevangen.

Met ingang van de begroting 2016 en het jaarverslag 2015 is de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing uitgebreid met de kengetallen voor de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen, de solvabiliteitsratio, de grondexploitatie, de structurele exploitatieruimte en de belastingcapaciteit. De paragraaf moet daarnaast voorzien in oordeelsvorming over de onderlinge verhouding tussen deze kengetallen in relatie tot de financiële positie. Tenslotte moet de gemeente een risicobeleid en normatieve criteria opstellen voor de mate van interne beheersing die wordt nagestreefd.

Bij de gevolgen van de decentralisaties past ook de (aangescherpte) bestuurlijke aandacht voor de (toekomstige) financiële weerbaarheid van gemeenten.

Voor goed risicomanagement is van belang dat er sprake is van een leercyclus en een organisatiecultuur waarin de kritische dialoog normaal wordt gevonden. De bijdrage van goed risicomanagement is dat de organisatie op een effectieve en efficiënte wijze heeft leren omgaan met een onzekere toekomst. Dit risicobeleid strekt zich ook uit tot de maatschappelijke partners en de verbonden partijen.

Beleidsnotities

TitelRaadsbesluit
De raad heeft het risicobeleid van de gemeente Hengelo in het voorjaar van 2013 geactualiseerd in de Nota “Scherper aan de wind”. De nota risicomanagement beleid voor de periode 2013 – 2017 is bedoeld om een bijdrage te leveren aan de toekomstbestendige organisatie die wij graag willen zijn. De nota beschrijft zowel de wijze waarop de gemeente Hengelo het eigen DNA bewaakt en op koers blijft door de risico’s te identificeren, in kaart te brengen en te beheersen, als de wijze waarop het bedrag wordt berekend dat de gemeente achter de hand wil houden om de gevolgen van de financiële tegenvallers op te vangen die de potentie hebben om het beleid van de gemeente Hengelo duurzaam te ontwrichten.De gemeenteraad heeft met het volgende ingestemd. De vaststelling van de streefnorm voor voldoende weerstandsvermogen op de ratiowaarden tussen 1,0 en 1,4 met ratiowaarde 0,8 als ondergrens. Een proces van automatische stabilisatie door eventuele batige saldi van het jaarresultaat verplicht te doteren aan de algemene reserve tot dat de minimaal gewenste streefwaarde van 1,0 bereikt is.Invulling van de actieve informatieplicht door de majeure risico’s tijdig kenbaar te maken en door in de Beleidsrapportages de raad te informeren Informatieverstrekking bij begroting en jaarrekening over tenminste 60% van het totale risicoprofiel van zowel de beleidsvelden, de grote projecten als de grondexploitaties. De top 20 van de belangrijkste risico’s worden bovendien expliciet genoemd en maken onderdeel uit van de verplichte paragraaf weerstandsvermogen in begroting en jaarrekening over de belangrijkste wijzigingen in het risicoprofiel. Vertrouwelijke informatie verstrekking bij publicatie van risico’s waar gemeentelijke belangen een rol van betekenis spelen.

Doelen

Bereiken?Doen?
Inzichtelijk maken van de financiële positie van de gemeenteIn de Beleidsrapportages wordt het risicoprofiel geactualiseerd en wordt verslag gedaan van de uitgevoerde maatregelen voor risicobeheersing en -reductie. Stand van zaken Beleidsmatig is er voor gekozen om het risicodomein te beperken tot de incidentele risico’s die over de periode van 1 jaar kunnen optreden. Dat betekent dat de structurele risico’s met een meerjarig profiel, zoals bijvoorbeeld het risico dat meerjarige bezuinigingstaakstellingen niet gerealiseerd gaan worden, niet via de paragraaf weerstandsvermogen gemanaged worden maar via de beleidsprogramma’s. Dat wil zeggen dat de meerjarenramingen weer structureel op orde moet worden gebracht. In het jaar 2018 wordt de organisatie, evenals in het jaar 2017, actief bij het proces van risicomanagement betrokken. Alle afdelingshoofden en projectleiders worden twee keer per jaar geïnterviewd, met als doel dat de risicoprofielen naar de meest recente inzichten worden geactualiseerd. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan nieuwe ontwikkelingen, zoals de taken die zijn overgedragen aan Gildebor, het project Lange Wemen, Warmtenet, de drie transities in het sociaal domein en de herziene grondexploitaties (incl. het Hart van Zuid, na de ontvlechting, waarmee de gemeente Hengelo 100% risicodrager is geworden). Risicomanagement is daarnaast bedoeld om managers, voorafgaand aan bestuurlijke besluitvorming, inzicht te geven in de mogelijke financiële impact van belangrijke voorgenomen activiteiten en projecten. Vooral de risicovolle projecten worden vooraf zorgvuldig getoetst op haalbaarheid. De laatste interviews ten behoeve van de procedure 2018 hebben met uitzondering van het risicoprofielen van Gildebor, Lange Wemen, Warmtenet en HVZ in vergelijking met de begroting 2017 geen aanzienlijke wijzigingen in de risicoprofielen aan het licht gebracht. Wel is er zowel meer zicht ontstaan op de risico’s bij de transities in de Jeugdzorg en de Wmo, als op de exploitatierisico’s van multifunctionele accommodaties en culturele kernvoorzieningen. De interne beheersing van risico’s is de afgelopen jaren stelselmatig verbeterd, waardoor de benodigde weerstandscapaciteit aanzienlijk kon dalen. Deze trend heeft zich in 2017 voortgezet vanwege de overdracht van een aantal taken naar Gildebor met ingang van 2017, de verzelfstandiging van Warmtenet per 31 maart 2017, de instelling van integraal accountmanagement bij de exploitatie van multifunctionele accommodaties en culturele kernvoorzieningen, en de verbeterde conjunctuur waardoor de grondexploitatie risico’s verder zijn gedaald. De raad beslist over het gewenste niveau van het weerstandsvermogen en de raad moet dan ook tijdig worden ingelicht (de actieve informatieplicht), als er zich zaken voordoen waardoor het niveau van het weerstandsvermogen verandert. Dat is het geval bij alle bestuurlijke voorstellen en optredende nieuwe risico’s waarbij in een noodscenario de eigen begrotingsruimte van de afdeling niet meer toereikend is. Het weerstandsvermogen van de gemeente moet dan worden aangesproken en de raad moet dat weten om bij de besluitvorming een eigen afweging te kunnen maken.
Overzicht houden op de bekende risico’s Actueel houden van de database met onderkende risico’s en bijbehorende beheersmaatregelen uit het NARIS pakket. Uitvoeren van simulaties om te bepalen welk buffervermogen nodig is bij de beleidsmatig bepaalde grens van 90%-zekerheid.Stand van zakenDe Monte Carlo risicosimulatie berekent een benodigde gemeentelijke weerstandscapaciteit van € 20,9 miljoen voor het netto risicoprofiel, op basis van de beleidsmatig bepaalde grens van 90% zekerheid. Dit is inclusief de € 7,7 miljoen netto risico’s (d.w.z. onder aftrek van het afdelingsbudget) van de grondexploitaties. Conform het in de vorige Beleidsbegroting vastgestelde beleid dienen risico’s met een laag risicoprofiel (score van 7 of lager op een schaal van 25 en een geldgevolg kleiner dan € 1,0 miljoen) binnen de huidige eigen budgetten van de afdelingen te worden opgevangen. De benodigde weerstandscapaciteit wordt gedekt uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves en bedraagt:Totale benodigde weerstandscapaciteit: €  24,2 miljoenTen laste van afdelingsbudgetten: € 3,3 miljoenHerrekende benodigde weerstandscapaciteit: € 20,9 miljoen Dit is vergeleken met de € 27,2 miljoen opgenomen in de Beleidsbegroting 2017 – 2020 een forse daling van € 6,3 miljoen. Dit komt met name door de overdracht van taken naar Gildebor, de verzelfstandiging van Warmtenet, de sterk verbeterde opbrengstpotentie bij de grondexploitaties en de verbeterde interne beheersing bij de exploitatie van maatschappelijk vastgoed. De financiële gevolgen van de kredietcrisis zijn goed in beeld, de bestaande bezuinigingsmaatregelen liggen op schema, en de uitwerking daarvan is verwerkt in het meerjarig perspectief van de voorliggende Beleidsbegroting.
Inzichtelijk maken van risico’s bij grote investeringen en grondexploitatiesNieuwe investeringen en grondexploitaties ondergaan een risicoanalyse en worden getoetst aan het weerstandsvermogen. Stand van zakenDe totale beschikbare weerstandscapaciteit van de algemene reserve grondexploitaties is € 1,7 miljoen per 1 januari 2018 en loopt op tot € 3,3 miljoen per 1 januari 2021. Dan komt deze boven de gewenste norm van € 3 miljoen. Daarnaast heeft het grondbedrijf tijdig voorzieningen gevormd voor tekortexploitaties van € 61,2 miljoen, waarvan € 23,9 miljoen voor tekortexploitaties bij derden (de Veldkamp en Businesspark XL). Voor ‘nog niet in exploitatie genomen gronden’ is in totaal een verliesvoorziening van € 16,0 miljoen gevormd. In overeenstemming met de BBV, is bij het grondbedrijf geen rekening gehouden met nog niet gerealiseerde toekomstige exploitatiewinsten, stille reserves en met specifieke eigen bijdragen en stortingen. In de herzieningen grondexploitaties 2017 zijn de gevolgen van de afspraken van de Ladder voor duurzame verstedelijking zo veel als mogelijk in de ramingen verwerkt. De effecten van de besluitvorming na de herijking in het project Hart van Zuid zijn in de begrotingscijfers verwerkt.

Indicatoren

IndicatorWaarde
Begrotings-saldoTenminste een sluitende begroting.Stand van zakenDe Beleidsbegroting 2018 – 2021 toont een positief begrotingssaldo van € 157.000 in 2018, € 460.000 in 2019, € 29.000 in 2020 en € 7.000 in 2021.
Vrij aanwendbare begroting-ruimtePost onvoorzien tenminste € 2 per inwoner.Stand van zakenUitgaande van een bevolking van ongeveer 81.000 inwoners is de omvang van de post onvoorzien bepaald op € 166.000.
Beschikbare belastingcapaciteitKostendekkend zijn van tarievenStand van zakenVoor alle retributies en bestemmingsheffingen geldt het beleidsuitgangspunt van volledige kostendekkend zijn, op basis van het principe dat de veroorzaker betaalt. Voor de overige belastingen, waaronder de OZB, geldt geen limiet. Deze kunnen dus in principe (mits er geen onredelijke/willekeurige belastingheffing plaatsvindt) onbeperkt worden verhoogd. In de maatschappelijke takenverkenning 2016-2019 zijn deze mogelijkheden nader onderzocht.

Stille reservesP.M.Stand van zakenDe stille reserves van de gemeente zijn conform het beleid niet in beeld gebracht. Het huidige beleid is om de stille reserves niet bij de weerstandscapaciteit te betrekken, omdat:
  • deze reserves meestal niet op korte termijn liquide kunnen worden gemaakt;
  • dit vanuit beleidsmatig oogpunt vaak niet gewenst is;
  • de weerstandscapaciteit is gedefinieerd als de middelen die op korte termijn kunnen worden ingezet om tegenvallers in de exploitatie op te vangen zonder dat dit ten koste gaat van andere taken.
Weerstands-capaciteit (de beschikbare weerstands-capaciteit in relatie tot de benodigde weerstands-capaciteitStreefcijfer is 1,0 (= voldoende). Het bureau NAR hanteert de volgende classificatie.Klasse Ratio BetekenisA > 2,0 Uitstekend B 1,4 – 2,0 Ruim voldoendeC 1,0 – 1,4 VoldoendeD 0,8 – 1,0 MatigE 0,6 – 0,8 OnvoldoendeF < 0,6 Ruim onvoldoendeStand van zakenDe beschikbare weerstandcapaciteit op basis van de geraamde gegevens van de stand van de reserves en voorzieningen per 31-12-2017 kan als volgt worden bepaald.Algemene reserve : € 18,8 Bestemming reserves : € 20,8 Totaal reserves : € 39,6 miljoenIn mindering komen de volgende niet vrij aanwendbare reserve:Onderwijshuisvesting : € 4,3Totaal niet vrij aanwendbaar : € 4,3 miljoenMinus 1 jaar rentelasten : € 0,8 (tegen 2,25% standaard omslagrente)Netto weerstandscapaciteit : € 34,5 miljoenDe benodigde netto weerstandscapaciteit is € 20,9 miljoen en de beschikbare weerstandscapaciteit is € 34,5 miljoen. Dit levert vervolgens een ratio op van ruim 1,6 (= ruim voldoende). Het weerstandsvermogen voor 2018 valt daarmee ruim binnen de streefwaarden van de nota “Zicht op risico’s”. Zonder interne maatregelen zou de score 1,1 bedragen. Dit onderstreept het belang van een goede interne beheersing. Een voorbeeld. Zonder de interne beheersmaatregel ‘afsluiten brandverzekering’ zou het zwaarste risico niet de financieringsrisico’s van de achtergestelde leningen in beide Warmtenet deelnemingen zijn, maar zou het zwaarste risico het schaderisico van de gemeentelijke gebouwen zijn.

Overzicht van de belangrijkste risico’s

Nr.RisicogebeurtenisGevolgenInvloed (%)
R787De beide € 1.040.000 achtergestelde leningen aan de Warmtenet deelnemingen, worden niet afgelost en worden uiteindelijk kwijtgescholden.Rente en aflossing worden niet voldaan.6,2%
R412De grondexploitatie risico’s in Business park XL. Gemeentelijk aandeel is 13,9%.Geraamde omzet wordt niet gerealiseerd.4,9%
R789Generiek grondexploitatierisico, het scenario waarin de rente harder stijgt dan de inflatie.Niet meer financieel sluitende grondexploitaties.4,7%
R537Woningbouwprestatie afspraken met maatschappelijke partners blijken moeilijk afdwingbaar.Maatschappelijke doelstellingen worden niet gerealiseerd.4,2%
R496Gederfde inkomsten door gebrek aan realisatiekracht partners. Niet meer sluitende grondexploitaties.3,8%
R62Trajecten van uitkeringsgerechtigden leiden niet tot uitstroom uit de uitkering.Hogere uitkeringslasten dan voorzien.3,2%
R79Exploitatierisico’s van multifunctionele accommodaties en culturele kernvoorzieningen.Lagere opbrengsten en hogere vaste lasten.3,0%
R758Meerkosten bij vertraagde oplevering van het nieuwe stadskantoor.Hogere kosten dan geraamd.2,8%

R740Beperkte ontwikkelingsmogelijkheden ten gevolge van het convenant over de ladder van duurzame verstedelijking met de provincie Overijsel.Gemeente moet de eigen projecten afwaarderen.2,8%
R794De aanlegkosten van de Backbone voor Warmtenet worden overschreden.Niet geraamde overschrijding van het investeringsplafond.2,8%
R695Frauduleuze declaraties van sommige zorgaanbieders in PGB regelingen.Onrechtmatige besteding van middelen.2,7%
R744De gemeente wordt aangesproken op de garantieverplichtingen in de activa passiva overeenkomsten met Ennatuurlijk en Alliander.Niet geraamde kosten.2,6%
R516 De gronduitgifte prijzen komen onder druk te staan.Dreigende vorming van verliesvoorzieningen.1,9%
R425Eigen risicocapaciteit van de gemeente Hengelo op het Inkomensdeel wordt aangesproken.Begroting overschrijding.2,1%
R693Verdeelmaatstaven gemeentefonds en de decentralisatie uitkeringen pakken ongunstig uit.Begroting overschrijdingen.1,8%
R542De transities op de Jeugdzorg en de Wmo leiden tot onvoorziene kosten.De kosten zijn structureel hoger dan de baten wat tot extra ombuigingen leidt. 1,8%
R506Geen handhaving van de SVB op de PGB’s en te weinig controlemiddelen om de uitgaven van zorgkantoren voor Wmo en Jeugdzorg kritisch te kunnen volgen.Niet rechtmatige uitgaven.1,5%
R748De contractueel overeengekomen energieprestatie norm van 131% in de activa passiva overeenkomst met Ennatuurlijk wordt niet gerealiseerd.Overschrijding begroting.1,5%
R175 Vervuilde grond in eigendom van de gemeente en particulieren.Niet begrote saneringskosten.1,5%
``Klimaatverandering en de gevolgen daarvan, zoals extreem zware regenbuien.Zwaardere buien en wateroverlast door overbelasting van het rioolstelsel.1,5%

Kengetallen

1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

jaar-verslag begroting
 201620172018201920202021
netto schuldquote226,37%231,91%235,27%230,29%210,54%193,26%
netto schuldquote gecorrigeerd76,08%82,12%98,61%98,20%92,30%90,16%

De netto schuldquote geeft de verhouding aan tussen de aangetrokken geldleningen en de totale baten vóór reservemutaties en probeert daarmee een indicatie te geven van de druk van de kapitaallasten op de exploitatie. Het tweede kengetal doet hetzelfde, maar dan gecorrigeerd voor de door de gemeente aan derden doorverstrekte leningen. Voor 2017 zien we een tegengestelde beweging: De ongecorrigeerde schuldquote neemt af, de gecorrigeerde loopt op. Dat laatste wordt grotendeel verklaard door de toegenomen financieringsbehoefte o.a. door de bouw van het stadskantoor. De daling van de ongecorrigeerde schuldquote wordt verklaard door de afname van het aandeel van de financiering van de woningbouw, nu geen nieuwe leningen meer worden verstrekt. In de jaren daarna is sprake van een structurele daling, voornamelijk veroorzaakt door een forse afname van het aandeel van de woningbouwfinanciering in de totale leningenportefeuille.

2. Solvabiliteitsratio

jaar-verslag begroting
 201620172018201920202021
solvabiliteitsratio5,50%5,37%5,53%6,20%7,19%8,33%

De solvabiliteitsratio geeft de verhouding aan tussen het eigen vermogen (de reserves) en het balanstotaal. De hoogte wordt negatief beïnvloed door de financiering van de woningbouw. Indien deze buiten beschouwing wordt gelaten loopt deze ratio op tot bijna 17%. Het al in 2013 ingezette beleid op versterking van de algemene reserve leidt ook tot een structurele verbetering van de solvabiliteitspositie verder te verbeteren.

3. Grondexploitatie

jaar-verslag begroting
 201620172018201920202021
grondexploitatie34,42%38,30%31,97%29,83%25,61%22,40%

Het kengetal grondexploitatie geeft aan de verhouding tussen de boekwaarde van de grond en de totale baten vóór reservemutaties. Het is de vraag of dit kengetal veel inzicht geeft in de risico’s van grondexploitaties. De jaarlijkse herzieningen en de paragraaf grondbeleid zijn daarvoor betere instrumenten.

4. Structurele exploitatieruimte

jaar-verslag begroting
 201620172018201920202021
structurele exploitatieruimte-1,00%2,10%0,16%0,40%0,20%0,00%

Dit kengetal laat zien dat de begroting van 2018, evenals die van 2017, ook in structurele zin sluitend is.In paragraaf 4.1.2 “Structureel sluitende begroting” is het uiteindelijke positieve begrotingssaldo gepresenteerd van circa € 157.000 in 2018, € 460.000 in 2019, € 29.000 in 2020 en € 7.000 in 2021. Hierbij is echter geen rekening gehouden met het onderscheid tussen structurele en incidentele baten en lasten. De incidentele baten en lasten zijn in bijlage 8.4 opgesomd. In deze bijlage is te zien dat de incidentele lasten hoger zijn dan de incidentele baten, hetgeen een gunstig effect heeft op het structurele begrotingssaldo. Resumerend leidt dit tot het volgende structurele begrotingssaldo:

- = nadeel; bedragen * € 1.000
2018:2019:2020:2021:
Begrotingssaldo 2018-2021 (paragraaf 4.1.2)157460297
Incidentele lasten en baten (zie bijlage 8.4)1316764290
Structureel begrotingssaldo 2018-20212881.1364587

Dit wil zeggen dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Er is sprake van een structureel sluitende begroting.

5. Belastingcapaciteit

jaar-verslag begroting
 201620172018201920202021
belastingcapaciteit98,35%100,54%97,23%97,76%97,86%97,96%

Met dit kengetal wordt de hoogte van de lokale lastrendruk vergeleken met het landelijk gemiddelde. Voor de landelijke gemiddelden voor 2018 en verder is uitgegaan van een structurele verhoging van 1%. Voor de begrotingsjaren geldt dat de verwachte lokale lastendruk licht onder het landelijk gemiddelde ligt.

Voor een (beter) inzicht in de hoogte van de lokale lastendruk wordt verwezen naar de paragraaf Lokale heffingen.

GEPROGNOSTICEERDE BALANS
ACTIVA (bedragen x € 1.000)    
 Ultimo 2018Ultimo 2019Ultimo 2020Ultimo 2021
VASTE ACTIVA 
(Im)Materiële vaste activa 278.947 286.947 290.947 295.947
Financiële vaste activa 388.878 371.752 337.131 289.297
Totaal vaste activa 667.825 658.699 628.078 585.244
  
VLOTTENDE ACTIVA 
Bouwgrondexploiatie 91.275 84.220 72.698 62.698
Overige vlottende activa    
Totaal vlottende activa 91.275 84.220 72.698 62.698
  
Totaal generaal 759.100 742.919 700.776 647.942
PASSIVA (bedragen x € 1.000)    
 Ultimo 2018Ultimo 2019Ultimo 2020Ultimo 2021
VASTE PASSIVA 
algemene reserves (incl grex) 16.646 17.769 21.107 23.076
Bestemmingsreserves 20.969 21.174 21.167 20.490
Gerealiseerde resultaat 1.798 2.258 2.286 2.292
Eigen vermogen: 39.413 41.201 44.560 45.858
  
Voorzieningen 47.282 48.252 50.407 51.256
Vaste schulden met looptijd > 1 jaar 587.641 555.469 499.503 430.573
Totaal vaste passiva 634.923 603.721 549.910 481.829
  
VLOTTENDE PASSIVA 
Theoretische financieringsbehoefte 84.764 97.997 106.306 120.255
Overige vlottende passiva    
Totaal vlottende passiva 84.764 97.997 106.306 120.255
  
Totaal generaal 759.100 742.919 700.776 647.942

In de geprognosticeerde balans wordt de meerjarige ontwikkeling van de belangrijkste balansposten zichtbaar. Het gaat daarbij enerzijds om de vaste activa, zoals investeringen in gebouwen, bedrijfsmiddelen enz. de geldleningen aan derden en de netto waarde van de grondcomplexen (boekwaarde minus voorzieningen), anderzijds om de vaste passiva, zoals reserves, voorzieningen en opgenomen geldleningen. In de (im)materiele vaste activa zijn vervangingsinvesteringen en bekende investeringen nieuw beleid begrepen. Bij de berekening van de boekwaarde worden de vastgestelde afschrijvingstermijnen in acht genomen. Er is sprake van en lichte daling van het investeringsniveau.

De financiële vaste activa omvatten alle uitgegeven leningen aan woningbouwcorporaties, andere maatschappelijke instellingen en ambtenarenhypotheken. Geldleningen voor de woningbouw worden alleen nog door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw verstrekt. Hypothecaire geldleningen aan medewerkers mogen wettelijk niet meer worden uitgegeven. De beleidslijn t.a.v. geldleningen aan maatschappelijke instellingen is dat deze in principe niet meer worden verstrekt. De dalende lijn van de restant schuld van verstrekte leningen is dan ook duidelijk zichtbaar. Niettemin zijn er – naar huidig – inzicht nog lopende leningen tot 2060.

De ontwikkeling van het eigen vermogen, het totaal van de algemene en de bestemminsreserves, is de optelsom van de verwachte mutaties dotaties en onttrekkingen in de meerjarenperiode. De groei in de saldi van de algemene reserves (algemene reserve en algemene reserve bouwgrondexploitatie) is een gevolg van de vastgestelde dotaties en de ontwikkelingen binnen de grondexploitatie. De bestemmingsreserves geven een constant beeld te zien.

De voorzieningen zijn gebaseerd op de voorgenomen stortingen en onttrekkingen.

Anders dan bij een “normale” balans is niet het eigen vermogen de sluitpost, maar de behoefte aan financiering van de activa. Hiermee is geen indicatie gegeven over de wijze van financiering (kort of lang). De financieringsbehoefte ziet er redelijk stabiel uit voor de komende jaren.