Financiële toelichting 

De financiële toelichting per programma

Verschillenanalyse

In deze paragraaf worden de verschillen per product toegelicht. Tussen haakjes staat de afwijking van de begroting 2018 t.o.v. begroting 2017 (+ = voordeel; - = nadeel). Voor de begroting 2017 wordt uitgegaan van de (gewijzigde) begroting tot en met de besluitvorming in de raadsvergadering van 4 juli 2017. Bij de financiële analyses worden, zoals gebruikelijk, de verschillen boven de € 50.000 dan wel een afwijking die groter is dan 10% van het budget toegelicht. Dit is een ander soort toelichting dan wordt gegeven in hoofdstuk 4 “De financiën van de gemeente Hengelo”. In hoofdstuk 4 vindt een vergelijking plaats tussen dezelfde jaarschijven. Bijvoorbeeld de meerjarenschijf 2019 bij de Beleidsbegroting 2017-2020 wordt vergeleken met de meerjarenschijf 2019 van de Beleidsbegroting 2018-2021. De cijfers uit de begrotingshoofdstukken 4 en 7 kunnen dus niet zonder meer met elkaar worden vergeleken.Na de Kadernota 2018-2021 is de begroting op detailniveau geactualiseerd en hebben nog enkele ontwikkelingen effect gehad op het begrotingssaldo 2018-2021. Die zijn nu verwerkt in de voorliggende begroting.

Aanpassing verdeelsystematiek

De aanpassing van de verdeelsystematiek heeft op een aantal producten geleid tot verschuiving van de sectorkosten door de aanpassing van de begrote uren in 2018 ten opzichte van 2017.

Rente-omslagpercentage

Voor de “eigen” gemeentelijke grondexploitaties is aangesloten bij de door het BBV voorgeschreven disconteringsvoet. Hiervoor wordt een rentepercentage van 2% gehanteerd. Zoals in de Kadernota 2018-2021 is aangegeven is het te hanteren percentage voor de omslagrente voor de overige investeringen met ingang van 2018 aangepast naar 2,25%. Tot met het begrotingsjaar 2017 was het percentage 3,75%. Dit leidt, met ingang van 2018, op veel producten tot een lagere rentetoerekening en dus lagere kapitaallasten (voordeel). Echter is het positieve renteresultaat op product P050.0 Treasury aanzienlijk lager (nadeel).

Algemene opmerkingen Sociaal Domein

In de Beleidsbegroting 2017-2020 heeft het college van B en W aangegeven dat de taken in het sociaal domein in het bijzonder de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) en Jeugdhulp, vanaf 2017 niet langer budgettair neutraal kunnen worden uitgevoerd. Dit heeft alles te maken met de extra budgettaire kortingen vanuit het Rijk voor de jaarschijf 2017 en verder, welke is bevestigd in de septembercirculaire 2016. Daarmee is bijsturing noodzakelijk en moeten verdere keuzes gemaakt worden wat wij wel en niet (of anders) doen. In de notitie “Ondersteuning en Zorg in 2017 en verder” is beschreven welke mogelijkheden er zijn tot ombuigingen in de meerjarenbegroting 2018-2021. De maatregelen die worden voorgesteld zijn niet allemaal even stevig onderbouwd. Dit heeft alles te maken met het feit dat wij nog maar sinds twee jaar uitvoering geven aan de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Wij beschikken niet over meer ervaringscijfers dan de afgelopen twee jaren. Voor een aantal maatregelen is het onmogelijk vanuit concrete aantallen en vaste prijs een doorrekening te maken. Voor die maatregelen maken wij gebruik van de ervaringen vanuit uitvoering (centrale toegang) en beleid.


Analyse programma 1 Economie, werk en inkomen Analyse programma 2 Onderwijs en jeugd Analyse programma 3 Welzijn en zorg Analyse programma 4 Sport en cultuur Analyse programma 5 Ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit Analyse programma 6 Beheer openbare ruimte en Duurzaamheid Analyse programma 7 Bestuur, veiligheid en openbare orde Analyse programma 8 Financiën