De financiële toelichting per programma 

Analyse programma 1 Economie, werk en inkomen

1: Economie, Werk en Inkomen      
Exploitatie, bedragen x € 1.000Rekening 2016Begroting 2017Begroting 2018Begroting 2019Begroting 2020Begroting 2021
Resultaat voor bestemmingLASTEN (excl. mutaties reserves)-74.451-69.473-71.241-71.718-72.646-72.499
 BATEN (excl. mutaties reserves40.55640.26741.60642.64843.97643.976
 Totaal-33.895-29.206-29.635-29.071-28.671-28.523
Mutaties reservesToevoegingen aan de reserves-45-45-45-45-45-45
 Onttrekkingen aan de reserves6400000
 Totaal19-45-45-45-45-45
Resultaat na bestemming -33.875-29.251-29.680-29.115-28.715-28.568

P221.1 Haven (- 14.000)

De begrote lasten zijn in 2018 € 70.000 hoger dan in 2017. Deze kostenuitzetting in 2018 wordt voor een bedrag van € 56.000 gecompenseerd door hogere baten.

In 2018 is er een bijdrage van € 46.000 aan het Havenbedrijf als nieuw beleid (18-NB-1.4) ‘Uitvoeringsprogramma binnenhavenvisie 2017-2030’ in de Kadernota 2018-2021 opgevoerd. De havengelden zijn hierbij met dit zelfde bedrag verhoogd. Daarnaast zijn de havengelden geïndexeerd (+ € 10.000).

In het financieel perspectief van deze Kadernota is een investering ‘Opwaardering haveninfrastructuur’ (18-FP-1.8) van circa € 3,2 miljoen opgenomen, welke leidt tot hogere rentelasten van € 37.000 in 2018. Daarnaast zijn de rentelasten met ingang van 2018 verlaagd in verband met de aanpassing van de renteomslag naar 2,25%.

P310.3 Economische aangelegenheden (+ 105.000)

De keuzes in het kader van de bedrijfsvoering binnen de sector Fysiek (inzet op economie als onderdeel van planologie) hebben geleid tot een lagere toerekening van formatie aan dit product. Per saldo een voordeel van € 68.000. Daarnaast leidt de invoering van de Agenda van Twente tot een lagere bijdrage aan de Regio Twente ad € 41.000. Dit betreft de bijdrage aan Business in Twente in welk kader regionale acquisiteurs zijn aangesteld in regionaal verband. De verwachting is dat deze bijdrage geleverd zal worden vanuit de Agenda van Twente waardoor in de begroting € 41.000 vrij valt. Dit wordt dan betrokken bij de opgave om voor Twente Marketing per 1 januari 2018 een bedrag van €80.000 bij te dragen. Het overige verschil betreft indexering van de bestaande budgetten.

P560.3 Kermis (+ 80.000)

In 2017 is de voorgestelde bezuiniging in de vorm van hogere opbrengsten staangelden niet gerealiseerd en derhalve eenmalig naar beneden bijgesteld. Oorzaak was o.a. het niet beschikbaar zijn van een deel van de binnenstad. De bezuinigingsopdracht blijft gehandhaafd, waardoor dit positieve verschil wordt veroorzaakt.

P610.1 Bijstandsverlening (- 1.140.000)

Inkomensdeel (- 982.000)

De cijfers zijn gebaseerd op het geactualiseerde financieel perspectief in de Kadernota 2018-2021. De inkomsten zijn conform de laatste raming van het BUIG budget. Deze zijn in 2018 € 1.233.000 hoger dan het nader voorlopige BUIG budget in 2017.De prognose van de bijstandskosten is € 2.029.000 hoger dan in 2017. Dit is inclusief de verhoging van € 224.000 als gevolg van de instroom van statushouders op basis van de Kadernota 2018-2021.

Voor 2017 zijn gemiddeld 2.458 bijstandsuitkeringen begroot tegen een gemiddelde prijs van € 13.778. Voor 2018 wordt nu uitgegaan van gemiddeld 2.571 uitkeringen tegen een gemiddelde prijs van € 13.958.

Sinds 2016 dienen ook de kosten van loonkostensubsidies uit het bijstandsbudget te worden betaald. Sindsdien vertonen deze subsidies een stijgende tendens. In 2018 bedraagt de kostenuitzetting € 17.000 ten opzichte van 2017.Bij de 1e Beleidsrapportage 2017 zijn de inkomsten uit terugvordering van bijstandsuitkeringen met € 49.000 opgehoogd. Er wordt van uitgegaan dat deze hogere inkomsten een incidenteel karakter hebben. Hierdoor is voor 2018 sprake van een nadeel ter hoogte van dit bedrag. Ook het budget van PostNL is bij de 1e Beleidsrapportage 2017 aangepast. Dit is met € 100.000 naar beneden bijgesteld. De gemeente Hengelo kon onvoldoende geschikte kandidaten aanleveren voor deze businesscase, wat leidde tot een daling van door de SWB in rekening gebrachte salariskosten. Dit verklaart een stijging van deze kosten in 2018 van € 119.000 (inclusief prijsindexering).

Participatiewet Beheer (- 163.000)

De personele inzet in 2018 op dit product is verhoogd met € 295.000 als gevolg van een herschikking van de personele inzet over alle producten van de sector Sociaal. Het budget voor advieskosten in relatie tot de Participatiewet is in 2018 € 11.000 hoger.

Bij de 1e Beleidsrapportage 2017 is de begroting 2017 aangepast voor een post van € 150.000 voor aan de gemeente Borne te betalen trekkingsrechten. Dit betreft frictiekosten als gevolg van het samengaan van de sociale dienst van Borne en Hengelo. De hoogte van dit bedrag is onderwerp van discussie tussen beide gemeenten.

Daarnaast zijn er nog diverse mutaties binnen ROZ. Per saldo leidt dit tot een klein positief verschil.

De (overige) niet verklaarde verschillen tussen de begroting 2018 en 2017 zijn het gevolg van de toegepaste prijsindexering.

P611.2 Sociale Werkvoorziening (+ 919.000)

Naast de gemeentelijke eigen bijdrage is het beschikbaar gestelde budget aan de SWB (Sociaal Werkvoorziening Bedrijf Midden Twente) conform de door het Rijk meerjarig beschikbaar gestelde Wsw-budgetten. De integratie-uitkering Participatiewet wordt verantwoord op product P923.1.In principe is er sprake van een afbouw van het aantal Wsw-arbeidsplaatsen. Er komen geen nieuwe Wsw-arbeidsplaatsen meer bij, terwijl er ieder jaar wel sprake is van uitstroom. De daling van het budget in de komende jaren houdt hier verband mee. Dit onderdeel van de budgettoekenning wordt conform de bestuurlijke afspraak van het Ministerie van SZW en de VNG jaarlijks herzien op basis van het aantal gerealiseerde Wsw-arbeidsplaatsen in standaardeenheden in het voorgaande jaar.

P614.1 Minimabeleid (- 93.000)

Bijzondere bijstand (+ 29.000)

Hieronder volgen eerst de mutaties op basis van de Kadernota 2018-2021.

  • Vanwege een geprognosticeerde stijging van het aantal bijstandsgerechtigden en van het aantal klanten dat een langdurig beroep doet op de bijstand is het budget voor de langdurigheidstoeslag verhoogd. Na aanpassing van de begroting 2017 met € 52.000 bij de 1e Beleidsrapportage 2017 is de kostenuitzetting in 2018 nog € 22.000.
  • Het budget voor beschermingsbewind, dat rechtstreeks door de gemeente wordt betaald, is met € 48.000 opgehoogd (inclusief prijsindexering ad € 42.000 is dit € 90.000). Bij de 1e Beleidsrapportage 2017 is dit budget met € 170.000 opgehoogd. Daarnaast is het budget voor bijzondere bijstand voor jongeren onder de 21 jaar in 2018 € 70.000 lager dan in 2017.
  • Het budget van € 35.000 is overgeheveld naar “Inburgering” (P623.2).
  • Door de toename van het aantal statushouders is voor bijzondere bijstand voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen een budget van € 10.000 opgenomen.
  • Een niet meer gebruikt budget voor bijzondere bijstand Dikkershoes ad € 14.000 is wegbezuinigd.

Overige mutaties.

De personele inzet in 2018 op dit product is verhoogd met € 141.000 als gevolg van een herschikking van de personele inzet over alle producten van deze sector.

Het resterende verschil is het gevolg van de toegepaste prijsindexering.

Minimabeleid (-122.000)

Hieronder volgen eerst de mutaties op basis van de Kadernota 2018-2021.

  • Contributie bibliotheek: door controle op het ledenbestand van de bibliotheek komen minder mensen in aanmerking voor deze subsidie. Het budget is daarom met € 17.000 naar beneden bijgesteld.
  • Sport- en cultuur: vanwege een hoger aantal te verstrekken computers aan scholieren is het budget met € 16.000 verhoogd.
  • Sport- en cultuurfonds: er wordt rekening gehouden met een instroom van 150 statushouders. Hiervoor is het budget met € 37.500 verhoogd.

Overige mutaties.

  • De personele inzet in 2018 op dit product is verhoogd met € 73.000 als gevolg van een herschikking van de personele inzet over alle producten van de sector Sociaal.
  • Het resterende verschil is het gevolg van de toegepaste prijsindexering.

P614.4 Schuldhulpverlening (+ 4.000)

De inkomsten ROZ uit schuldhulpverlening zijn met € 49.000 naar beneden bijgesteld. Op basis van de laatste jaren was het begrote bedrag niet meer realistisch. Hiertegenover staat een vergelijkbaar voordeel op product 614.1 (bijzondere bijstand Bbz).De personele inzet in 2018 op dit product is verlaagd met € 53.000 als gevolg van een herschikking van de personele inzet over alle producten van de sector Sociaal.

P623.1 Trajecten (- 133.000)

Het budget voor re-integratietrajecten voor de nieuwe doelgroep (de personen die voorheen in aanmerking kwamen voor een Wajong-uitkering of een Wsw-indicatie) stijgt van € 40.000 in 2017 naar € 130.000 in 2018 (stijging van € 90.000) tot € 350.000 in 2020.Op grond van nieuwe afspraken over participatietrajecten met de Regio Twente is in het kader van het Europees Sociaal Fonds de structurele inkomst van € 50.000 neerwaarts bijgesteld naar € 15.000 (18-FP-1.6 Financieel perspectief Kadernota 2018-2021).Het overige verschil betreft de verhoging van de sectorkosten (€ 8.000 extra). Dit als gevolg van de herschikking van de personele inzet over alle producten van de sector Sociaal.

P623.2 Inburgering (+ 9.000)

Voor 2017 zijn concrete bestedingsplannen gemaakt voor de middelen, welke van de COA worden ontvangen voor maatschappelijke opvang asielzoekers en de middelen uit de decentralisatie-uitkering verhoogde asielinstroom. Vanwege de onzekerheid wat betreft de asielinstroom zijn de plannen voor 2018 nog niet uitgewerkt. Dit verklaart een batig saldo van € 84.000. Hiertegenover staat dat bij de 1e Beleidsrapportage voor 2017 een budget van € 75.000 voor huisvesting statushouders is geschrapt, omdat dit naar verwachting in 2017 niet meer nodig is. Voor de jaren 2018 en volgend is dit nog wel in de begroting opgenomen.In het kader van het bestuursakkoord verhoogde asielinstroom is reeds met de Kadernota 2017-2021 voor de jaren 2017 en 2018 € 260.000 aan extra inkomsten opgenomen. Deze vervallen in 2019.

Tot en met 2018 was er een extra budget van € 60.000 voor activiteiten op het Werkplein beschikbaar gesteld voor de benodigde inzet van personeel en projecten om zoveel mogelijk statushouders aan het werk te krijgen. Dit budget vervalt in 2019.

P623.4 Werkloosheidsbeleid (- 179.000)

Als nieuw beleid (18-NB-1.6 Perspectiefjaar werkloze jongeren) is in de Kadernota 2018-2021 voor de duur van 3 jaar een 2-tal consulenten opgenomen ter begeleiding van werkloze jongvolwassenen, die structureel op achterstand staan, door deze met een integraal plan weer perspectief op de arbeidsmarkt te bieden (een zogenaamd perspectiefjaar). De hiermee gepaard gaande salariskosten bedragen € 138.000 per jaar.

De personele inzet in 2018 op dit product is verhoogd met € 19.000 als gevolg van een herschikking van de personele inzet over alle producten van de sector Sociaal.Op kosten van de Fitis stadsbanen is een prijsindexering toegepast (€ 22.000 nadeel).