De financiële toelichting per programma 

Analyse programma 2 Onderwijs en jeugd

2: Onderwijs en Jeugd      
Exploitatie, bedragen x € 1.000Rekening 2016Begroting 2017Begroting 2018Begroting 2019Begroting 2020Begroting 2021
Resultaat voor bestemmingLASTEN (excl. mutaties reserves)-39.440-39.907-35.304-34.887-34.666-35.187
 BATEN (excl. mutaties reserves2.4662.1801.9461.9461.9461.946
 Totaal-36.975-37.727-33.359-32.942-32.720-33.241
Mutaties reservesToevoegingen aan de reserves-5.418-5.933-5.344-5.683-5.667-5.814
 Onttrekkingen aan de reserves6.3927.0915.7816.1326.3286.463
 Totaal9741.159437450661649
Resultaat na bestemming -36.001-36.568-32.922-32.492-32.059-32.592

P421.2 Onderwijshuisvesting (+ 463.000)

Het voordeel op het product onderwijshuisvesting is een optelsom van enerzijds (per saldo) lagere lasten en anderzijds de lagere onttrekkingen/dotatie aan de reserve onderwijshuisvesting.

Per onderdeel onderstaande toelichtingen:

Lasten/baten (+ 1.185.000):

Het voordeel aan de lastenkant is een optelsom van diverse voor- en nadelen op de volgende kostenposten:

Voordelen:

Hoofdzakelijk wordt het voordeel veroorzaakt door verlaging van de kapitaallasten met € 1.449.000. Dit komt enerzijds door de verlaging van de rentelasten over de boekwaarden van de investeringen in verband met de verlaging van het rentepercentage van 3,75% naar 2,25%. Anderzijds wordt het voordeel veroorzaakt door de temporisering van grote investeringen (VMBO, Twickel) en de verlenging van de afschrijvingstermijnen van die investeringen van 40 naar 60 jaar.Daarnaast zijn er voordelen op de volgende posten: Via de programma-aanvraag onderwijshuisvesting was er in 2017 incidenteel ruim € 54.000 extra begroot om de capaciteitstekorten in het kader van de onderwijshuisvesting op te heffen. Daarnaast is met ingang van 2018 het budget voor onderhoud gebouwen met € 20.000 verlaagd. Deze verlaging was in de bezuinigingsronde van de maatschappelijke takenverkenning 2016-2019 aangedragen.

Nadelen:

Via de Kadernota 2018-2021 zijn de volgende kostenposten naar boven bijgesteld:

  • Onroerende zaakbelastingen (€ 40.000 oplopend tot € 165.000) vanwege de realisatie van een aantal nieuwe schoolgebouwen (VMBO, Twickel);
  • huur extra schoolgebouw voor voortgezet onderwijs HAVO/VWO (€ 75.000 oplopend tot € 150.000) in verband met start nieuwe school, het Mezquita College;
  • spoedaanvragen, naar aanleiding van calamiteiten, van scholen (structureel € 100.000). Binnen de reserve onderwijshuisvesting is hiervoor structureel geen ruimte en dit zal derhalve uit de algemene middelen worden gedekt (Kadernota 2018-2021; 18-FP-2.3).

Ook de loonkosten zijn ten opzichte van 2017 € 53.000 hoger. Dit heeft te maken met herverdeling van de uren over de producten.

Door het indexeren van de reguliere budgetten is er een nadeel ontstaan van per saldo (lasten/baten gesaldeerd) € 38.000. Alle exploitatielasten/-baten van de MFA ’t Berflo op dit product, tezamen met de geraamde lasten en baten op de producten P480.6 Overige gemeenschappelijke uitgaven en P670.7 Wijkwelzijnswerk, zijn nu volledig geraamd op het product Accommodatiebeleid (P830.7). Dit levert per saldo een nadeel van € 32.000 op het product Onderwijshuisvesting.

Mutaties reserve (- 722.000):

Op de reserve onderwijshuisvesting hebben zich per saldo de volgende mutaties plaatsgevonden. Middels het vaststellen van de Kadernota 2016-2019 wordt € 130.000 extra gedoteerd ten opzichte van 2017 (€ 50.000 in 2017 en vanaf 2018 met € 180.000 voor een locatie voor Voorgezet Speciaal Onderwijs). Tevens ontstaat er een voordeel op kapitaallasten van de oude investeringen door enerzijds verlaging van het rentepercentage en anderzijds door aflopende boekwaarden (€ 59.000).De temporisering van enkele grote investeringen (VMBO, Twickel) leidt tot een neerwaartse bijstelling van de onttrekking ad € 486.000. Tenslotte heeft een ophoging van dotatie met een bedrag van € 51.000 plaatsgevonden vanwege het jaarlijks toegepaste accres.

De verlaging van het rentepercentage van 3,75% naar 2,25% en de kostenontwikkeling, zoals hierboven beschreven, leiden tot een neerwaartse bijstelling van zowel de dotatie als ook de onttrekking aan de reserve voor een bedrag van € 830.000.

P480.6 Overige gemeenschappelijke uitgaven (+ 82.000)

De personele inzet in 2018 op dit product is verlaagd als gevolg van een herschikking van de personele inzet over alle producten van de sector Sociaal (voordeel € 140.000). De exploitatielasten/-baten van de MFA ’t Berflo op dit product zijn overgeheveld naar het product Accommodatiebeleid (P830.7). Op dit product (P480.6) is het saldo € 45.000 nadelig. Een bezuiniging uit 2017 ad € 13.000 verband houdende met schoolgymnastiek is teruggedraaid middels het vaststellen van de Kadernota 2018-2021. De personeelsbezuiniging bleek (op korte termijn) niet realiseerbaar vanwege de te hanteren Cao-bepalingen.

P650.1 Kinderdagopvang (+ 94.000)

De personele inzet in 2018 op dit product is verlaagd als gevolg van een herschikking van de personele inzet over alle producten van de sector Sociaal.

P650.2 Peuterspeelzaalwerk (- 68.000)

Uit de extra van het Rijk ontvangen gemeentefondsgelden voor de ontwikkeling van peuters wordt in 2018 voor een bedrag van € 46.000 extra ingezet voor het peuterspeelzaalwerk. De gemeentefondsuitkering wordt geraamd binnen programma 8 Financiën. De resterende kostenuitzetting is het gevolg van de toegepaste prijsindexering op de budgetten.

P670.8 Jeugd en jongerenwerk (+ 469.000)

De personele inzet in 2018 op dit product is verlaagd als gevolg van een herschikking van de personele inzet over alle producten van de sector Sociaal (voordeel € 68.000). Op basis van de Kadernota 2017-2020 zijn er in 2017 middelen (€ 400.000) in het kader van nieuw beleid beschikbaar gesteld voor de versterking en doorontwikkeling van Wijkracht. Deze uitgaven zijn in 2018 geraamd op product P670.2 Wmo-subsidieregelingen algemeen (programma 3 Welzijn en Zorg).

P715.1 Basistaken uniform deel (- 76.000)

De personele inzet in 2018 op dit product is verhoogd als gevolg van een herschikking van de personele inzet over alle producten van de sector Sociaal (€- 32.000). De resterende kostenuitzetting is het gevolg van de toegepaste prijsindexering op de budgetten.

Algemene opmerkingen Sociaal Domein

In de Beleidsbegroting 2017-2020 heeft het college van B en W aangegeven dat de taken in het sociaal domein in het bijzonder de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) en Jeugdhulp, vanaf 2017 niet langer budgettair neutraal kunnen worden uitgevoerd. Dit heeft alles te maken met de extra budgettaire kortingen vanuit het Rijk voor de jaarschijf 2017 en verder, welke is bevestigd in de septembercirculaire 2016. Daarmee is bijsturing noodzakelijk en moeten verdere keuzes gemaakt worden wat wij wel en niet (of anders) doen. In de notitie “Ondersteuning en Zorg in 2017 en verder” is beschreven welke mogelijkheden er zijn tot ombuigingen in de meerjarenbegroting 2018-2021. De maatregelen die worden voorgesteld zijn niet allemaal even stevig onderbouwd. Dit heeft alles te maken met het feit dat wij nog maar sinds twee jaar uitvoering geven aan de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Wij beschikken niet over meer ervaringscijfers dan de afgelopen twee jaren. Voor een aantal maatregelen is het onmogelijk vanuit concrete aantallen en vaste prijs een doorrekening te maken. Voor die maatregelen maken wij gebruik van de ervaringen vanuit uitvoering (centrale toegang) en beleid.

P671.3 Jeugd: vroeghulp/vertrouwenswerk (- 320.000)

De personele inzet in 2018 op dit product is verhoogd als gevolg van een herschikking van de personele inzet over alle producten binnen het sociaal domein (- € 50.000). In de begroting 2017 staat er ten onrechte een raming voor het Project Ondersteuning Huisartsen van € 150.000. Dit wordt gecorrigeerd op product P670.2 met een zelfde bedrag (€ 150.000).

Om de bezuinigingsmaatregel “van maatwerk naar voorliggend” vorm te kunnen geven zijn er investeringen nodig door middel van de Lef-projecten “Doe-gebied” (J02) en “Hoe ouder worden” (J03). Dit levert een nadeel op voor dit product ad € 245.000. De correctie van VNG taken in het kader van de Jeugdwet (NB04) levert een nadeel op van € 175.000.

P672.2 PGB Jeugdhulp (+ 54.000)

De personele inzet in 2018 op dit product is verlaagd als gevolg van een herschikking van de personele inzet over alle producten binnen het sociaal domein.

P682.1 Jeugdhulp begeleiding (+ 434.000)

De personele inzet in 2018 op dit product is verhoogd als gevolg van een herschikking van de personele inzet over alle producten binnen het sociaal domein (- € 291.000). De maatregel “van maatwerk naar voorliggend” door middel van het Lef-project “Doe-gebied” levert een besparing op van € 275.000. De extra inzet op bekendheid bij huisartsen en consulenten van voorliggende voorzieningen moet een besparing opleveren op dit product van € 50.000 in 2018 oplopend tot € 100.000 vanaf 2019. Minder begeleid en meer beschermd wonen levert een besparing op van € 400.000.

P682.2 Jeugdhulp behandeling inclusief vervoer (+ 18.000)

De personele inzet in 2018 op dit product is verlaagd als gevolg van een herschikking van de personele inzet over alle producten binnen het sociaal domein (€ 118.000). De investering in het pilotproject Jeugdkracht (J04), om jeugdigen beter te kunnen ondersteunen in het voorveld, levert op dit product een voordeel op van € 50.000 in 2018 en vanaf 2019 uiteindelijk een voordeel van € 100.000. In 2017/2018 zal een nadere analyse op de trajecten waar verblijf wordt ingezet plaatsvinden met als inzet om deze deels om te zetten naar ambulante dienstverlening. Dit zal op dit product dus moeten leiden tot meer ambulante inzet (J06) (- € 150.000).

P682.3 Jeugdhulp persoonlijke verzorging (+ 39.000)

De personele inzet in 2018 op dit product is verlaagd als gevolg van een herschikking van de personele inzet over alle producten binnen het sociaal domein.

P682.5 Jeugdhulp GGZ/dyslexiezorg (+ 818.000)

De personele inzet in 2018 op dit product is verlaagd als gevolg van een herschikking van de personele inzet over alle producten binnen het sociaal domein (€ 244.000). Daarnaast is er voor het innovatiebudget in 2018 een stelpost opgenomen van € 264.000. De maatregel “preventie en vroeg-signalering” (J01) door samen te werken met onderwijs levert een besparing op van € 150.000. De investering in het pilotproject Jeugdkracht (J04), om jeugdigen beter te kunnen ondersteunen in het voorveld, levert op dit product uiteindelijk een voordeel op van € 100.000 in 2018. Meer sturing op de duur, intensiteit en zorgstapeling van trajecten moet leiden tot een structureel voordeel ad € 50.000 (J05). Extra inzet van praktijkondersteuners bij huisartsen moet leiden tot minder doorverwijzingen naar Jeugdhulp. De structurele besparing wordt geschat op € 215.000 (J07). De inzet van de reeds ingezette praktijkondersteuners kost € 205.000 en was per abuis nooit afzonderlijk geraamd (NB02).

P682.6 Jeugdhulp opvoedhulp (+ 262.000)

De personele inzet in 2018 op dit product is verlaagd als gevolg van een herschikking van de personele inzet over alle producten binnen het sociaal domein (€ 92.000). Het deelproject (J03) over voorbereid ouderschap, vanuit het Lef-project “Hoe ouder worden”, moet (v)echtscheidingen voorkomen. Dit moet binnen het product opvoedhulp een besparing opleveren van € 170.000 in 2018 en in 2019 € 195.000. De investering in het pilotproject Jeugdkracht (J04), om jeugdigen beter te kunnen ondersteunen in het voorveld, levert op dit product uiteindelijk een voordeel op van € 50.000 in 2018 en vanaf 2019 een voordeel van € 100.000. In 2017/2018 zal een nadere analyse op de trajecten waar verblijf wordt ingezet plaatsvinden met als inzet om deze deels om te zetten naar ambulante dienstverlening. Dit zal op dit product dus moeten leiden tot meer ambulante inzet (J06) (- € 150.000). Een betere doorverwijzing door gecertificeerde instellingen (J08) moet op dit product een besparing opleveren van € 100.000.

P682.7 Jeugdhulp spoedzorg (- 1.000)

De personele inzet in 2018 op dit product is verhoogd als gevolg van een herschikking van de personele inzet over alle producten binnen het sociaal domein (- € 101.000). Een betere doorverwijzing door gecertificeerde instellingen (J08) moet op dit product een besparing opleveren van € 100.000.

P682.8 Jeugdhulp verblijf (+ 1.474.000)

De personele inzet in 2018 op dit product is verlaagd als gevolg van een herschikking van de personele inzet over alle producten binnen het sociaal domein (€ 19.000). Wij hebben de kosten voor voogdij en 18+ in 2016 aanzienlijk zien stijgen. Ten tijde van het opstellen van de Kadernota verwachtten we hier met ingang van 2018 voor door het Rijk gecompenseerd te worden voor een bedrag van € 750.000 (omdat deze zorgvormen middels het historische verdeelmodel met een t-2 systematiek bekostigd worden). Meer sturing op de duur, intensiteit en zorgstapeling van trajecten moet leiden tot een voordeel ad € 75.000 in 2017 oplopend tot € 150.000 vanaf 2018 (J05). In 2017/2018 zal een nadere analyse op de trajecten waar verblijf wordt ingezet plaatsvinden met als inzet om deze deels om te zetten naar ambulante dienstverlening. Dit zal op dit product dus moeten leiden tot minder inzet (J06) ad € 600.000. Een betere doorverwijzing door gecertificeerde instellingen (J08) moet op dit product een besparing opleveren van € 30.000.

P683.3 Jeugdbescherming (- 159.000)

De personele inzet in 2018 op dit product is verhoogd als gevolg van een herschikking van de personele inzet over alle producten binnen het sociaal domein.