De financiële toelichting per programma 

Analyse programma 8 Financiën

8: Financiën       
Exploitatie, bedragen x € 1.000Rekening 2016Begroting 2017Begroting 2018Begroting 2019Begroting 2020Begroting 2021
Resultaat voor bestemmingLASTEN (excl. mutaties reserves)-48.380-34.208-49.069-45.197-45.537-44.900
 BATEN (excl. mutaties reserves202.731191.773202.228198.996201.275197.155
 Totaal154.352157.566153.160153.799155.738152.255
Mutaties reservesToevoegingen aan de reserves-14.009-840-264-3.033-5.267-3.925
 Onttrekkingen aan de reserves11.8081.1431.4681.3148671.995
 Totaal-2.2013031.204-1.719-4.399-1.930
Resultaat na bestemming 152.151157.869154.363152.080151.338150.325

P050.0 Treasury (- 2.988.000)

Op de geld- en kapitaalmarkt zijn de rentenoteringen nog steeds zeer laag. De lichte economische groei vertaalt zich beperkt in een hogere rente voor de komende jaren. We houden in de begroting en het meerjarenperspectief bij het invullen van de nieuwe financieringsbehoefte rekening met een licht stijgende rente op de kapitaalmarkt, van 1,5% in 2018, oplopend naar 3% in 2021. De interne rentevoet is, mede door de herziening van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), geen vrije keuze meer. In het verleden waren we terughoudend in het verlagen van de interne rente, waardoor de producten relatief zwaar belast werden en als tegenhanger een hoog positief renteresultaat binnen treasury werd gerealiseerd. Het herziene BBV schrijft een reële rentetoerekening voor. Daarom hebben we de interne rentetoerekening aan investeringen verlaagd van 3,75% naar 2,25%. Deze benadert de gemiddelde rentekosten van de gemeente met de huidige leningenportefeuille en korte financieringsinstrumenten. Dit heeft als gevolg, dat op de producten binnen de programma’s een rentevoordeel ontstaat ten opzichte van 2017 en op het product Treasury in het programma Financiën nauwelijks nog voordelen worden gerealiseerd. In vergelijking met 2017 daalt het renteresultaat aanzienlijk. De rente op de kapitaalbeslaglegging in de “eigen” grondcomplexen was in 2017 al teruggebracht naar 2%. Dit percentage is ongewijzigd. De afname van het renteresultaat is in het volgende overzicht weergegeven.

OmschrijvingBedrag
Renteresultaat 2018€ 2.446.000
Renteresultaat 2017€ 5.434.000
Afname renteresultaat€ 2.988.000

De afname van het renteresultaat is als volgt te specificeren:

OmschrijvingBedrag
Rentelasten opgenomen geldleningen€ 1.583.000
Rentelasten verstrekte geldleningen€ -1.202.000
Rentetoerekening aan producten€-3.369.000
Effect op renteresultaat€ -2.988.000

De rentelasten van opgenomen geldleningen dalen per saldo met € 1,6 miljoen. Om in de financiering van eigen exploitatie en investeringen te voorzien houden we rekening met een stijging van de rentekosten van € 0,1 miljoen. De rentelast uit voor woningcorporatie Welbions aangetrokken geldleningen neemt af. Welbions voorziet vanaf 2015 via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw borging in zijn eigen leningenbehoefte. Door aflossing van de leningen, waaronder leningen die we voor derden, in hoofdzaak voor Welbions, hebben aangetrokken dalen de rentelasten. Een gevolg van finale aflossing van verstrekte geldleningen is dat we ook minder rentebaten ontvangen.De hiervoor al toegelichte verlaging van de interne rentetoerekening aan investeringen van 3,75% naar 2,25% leidt op het product Treasury in het programma Financiën tot een nadeel van € 3,4 miljoen. De producten in de overige programma’s krijgen lagere rentekosten (kapitaallasten) toegerekend.Er resteert in 2018 alsnog een positief renteresultaat van € 2,4 miljoen. Deze bestaat nog slechts uit € 0,5 miljoen zuiver renteresultaat. Dit is het verschil tussen de geraamde te betalen rente en de via het gemiddeld percentage omslagrente bepaalde (door)belasting aan de producten. De overige € 1,9 miljoen is een risico-opslag voor verstrekte geldleningen. Voor een nadere toelichting zie ook paragraaf 8.5 Financiering.

P830.3 Grondexploitaties (0)

Ontwikkeling boekwaarde (* € 1 miljoen):

Begroting 2018Begroting 2019Begroting 2020Begroting 2021
Lasten-23,8-18,3-17,5-6,3
Verkopen12,413,915,620,0
Bijdragen10,86,46,71,1
Jaarresultaat begroting 2018-20210,7-2,0-4,8-14,8
Begroting 2017-2020-0,71,45,9

De jaarresultaten worden verrekend met de balansposten voorraden en onderhanden werk, zodat deze geen invloed hebben op het jaarresultaat. De meerjarige prognose laat een beeld van afnemende lasten zien. Dit impliceert dat er in de nabije toekomst minder personele capaciteit nodig zal zijn. Voor het volledige beeld van de grondexploitatie wordt verwezen naar de herzieningen van de grondexploitaties per 1-1-2017.

P830.6 Grondexploitaties algemene dienst (- 1.204.000)

Om een volledige aansluiting tussen de begroting en de meest recente herzieningen van de grondexploitaties te krijgen zijn met ingang van de begroting 2018 alle mutaties in de reserve ook verwerkt in de begroting. In totaal gaat dit om ruim € 1,2 miljoen ten opzichte van 2017. De bijdragen ten laste van de reserve Grondzaken zijn in 2018:

Jaarlijkse afdracht BXL 151.000
Kosten reeds afgesloten complexen 599.941
De Veldkamp afrekening rente200.000
Bestemmingsreserve BXL 336.039
1.286.980

De budgettaire gevolgen van bovenstaande “voorgenomen” bijdragen zijn nihil omdat de verrekening met de reserve grondexploitatie ook in de begroting is opgenomen onder P980.8 Reserves. Naast deze toename van kosten is er sprake van lagere kapitaallasten.

P830.7 Accommodatiebeleid (+ 382.000)

Het voordeel wordt veroorzaakt doordat de budgetten van de MFA ’t Berflo nu zijn verantwoord bij vastgoed. Dit levert een voordeel op van € 166.000 op dit product met name als gevolg van de huuropbrengst. Daar staat een nadeel tegenover op P480.6 Overige gemeenschappelijke uitgaven (€ 45.000), P421.2 Onderwijshuisvesting (€ 32.000) en op P 670.7 Wijkwelzijnswerk (€ 89.000). Daarnaast is er nog een voordeel van € 216.000 dat grotendeels wordt veroorzaakt doordat de kosten voor onderhoud aan de panden zijn aangepast en afgestemd op de geactualiseerde meerjarenonderhoudsprogramma’s van het vastgoedbedrijf en lagere kapitaallasten als gevolg van verlaging van het rentepercentage.

P830.8 Erfpachten (+ 91.000)

De resultaten op de exploitatie van de erfpachtgronden worden deels met de reserve grondexploitatie c.q. de reserve erfpacht verrekend. Er is in deze begroting sprake van lagere personeelslasten en kapitaallasten. Een deel van het resultaat wordt toegevoegd aan de reserve grondexploitatie. Het overige voordeel van de eerdere verlaging van de omslagrente is onderdeel van het begrotingsaldo.

P913.1 Deelnemingen (- 68.000)

In 2016 hebben we een deel van de aandelenportefeuille Enexis verkocht. Dit leidt structureel tot € 130.000 lager dividend. De dividendopbrengst van Twence is op basis van recente dividendjaren structureel met € 50.000 verhoogd. Twence heeft voor 2018 een eenmalige lagere winstprognose afgegeven, maar tevens voorgesteld om de dividenduitkering op niveau te houden en te verrekenen met dividenden in de toekomst. Eind oktober 2020 loopt de borgstelling voor leningen van Twence (voor de eerste productielijnen) af. Daarvoor ontvingen we een jaarlijkse vergoeding van € 210.000. Over 2020 ontvangen we in 2021 naar rato nog een slotvergoeding van € 175.000, een nadeel van € 35.000. De verlaging van de omslagrente van 3,75% naar 2,25% over de boekwaarde van de deelnemingen leidt tot een voordeel van € 12.000 op dit product.

P921.1 Uitkeringen gemeentefonds (+ 2.768.000)

In de Kadernota 2018-2021 (zaaknummer 2128608) bent u in bijlage 4 uitgebreid geïnformeerd over de ontwikkelingen van de gemeentefondsuitkeringen op basis van de meicirculaire 2017. Het verschil tussen het ramingsbedrag in de begroting 2018 ten opzichte van 2017 is bijna € 2,8 miljoen hoger. Op basis van de doorrekening van deze meicirculaire was het verschil ongeveer € 3,25 miljoen. Echter in de begroting 2017 wordt ook het ‘oude’ uitkeringsjaar 2016 verrekend, dat wil zeggen mutaties na het opstellen van de jaarstukken 2016. Dit geeft een voordeel in het begrotingsjaar 2017 van bijna € 487.000.

P922.5 Begrotingstechnische correctie (- 4.662.000)

Begrotingstechnische correcties en stelposten bedrijfsvoering (- 2.216.000) Het verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door de mutaties in de stelposten:

  • Stelpost looncompensatie/individueel keuzebudget- 1.954.000
  • Rentelasten Stadskantoor- 662.000
  • Efficiencytaakstelling stadskantoor+ 134.000

Stelposten gemeentefonds (- 2.446.000)

De stelposten voor het gemeentefonds worden naar aanleiding van gemeentefondscirculaires ingesteld indien er nog geen nieuw beleid is geformuleerd bij een nieuwe of uitbreiding van een taak voor de gemeente. Daarnaast worden taakstellingen die niet direct op korte termijn op een product worden ingevuld op de het onderdeel ‘Stelposten gemeentefonds” geparkeerd in afwachting van concretisering op andere producten in de begroting.

De grootste verschillen in de begrotingsramingen 2018 versus 2017 zijn de stelposten:

  • Wmo (sociaal domein)- 430.000
  • Jeugdzorg- 1.497.000
  • Participatiewet+ 213.000
  • VNG betalingen- 248.000
  • Gezond in de stad- 158.000
  • Verhoogde asielinstroom/rijksbijdrage statushouders + 666.000
  • Afvlakking accressen- 811.000

P922.7 Externe verwerving subsidies (+ 55.000)

Zoals is aangegeven onder P040.3 Overhead sector middelen is er sprake van verschuiving van de kosten ten opzichte van de begroting 2017.

P923.1 Integratie-uitkering sociaal domein (+ 622.000)

De begrotingsramingen in het sociaal domein voor de jaren 2018-2021 zijn gebaseerd op de meicirculaire 2017 van het gemeentefonds.

  bedragen * € 1.000 
Integratie-uitkeringen sociaal domein:20172018Verschil
Wmo11.23711.336100
Jeugdzorg 19.11720.6521.535
Participatiewet 16.76515.753-1.013
Totaal47.11947.741622

In de Kadernota 2018-2021 (zaaknummer 2128608) bent u in bijlage 4 geïnformeerd over de ontwikkelingen in het sociaal domein, op basis van de meicirculaire 2017 van het gemeentefonds.

P931.1 Onroerendezaakbelastingen (+ 1.221.000)

De verhoging van de OZB-opbrengst wordt veroorzaakt door 2,25% inflatiecorrectie op basis van de Kadernota 2018-2021 en een extra opbrengst € 40.000 als gevolg van de realisatie van een aantal nieuwe schoolgebouwen (Kadernota 2018-2021/18-FB-8.5). Daarnaast is er nog sprake van een doorwerkend effect uit de Kadernota maatschappelijke takenverkenning 2016-2019 namelijk: O.6.2.1. ophalen afval kringloop, O.6.2.1 ophalen afval (inzamelstructuur) en O.8.2.1 OZB cumulatief 0,6%.

P980.9 Reserves (+ 253.000)

Algemene reserve grondexploitaties (+ 1.142.000)

2018
Rentecompensatie:1.583.477
Dotatie uit complexen:
  • 007 VMBO
86.471
  • 069 Brouwerij
74.406
160.877
Advies en promotiekosten ten laste van de reserve:
Advies en promotiekosten-100.000
Onttrekking aan de reserve:
  • De Veldkamp afrekening rente
-200.000
  • Bestemmingsreserve BXL (zaak 2055845)
-336.039
  • Jaarlijkse afdracht BXL (zaak 2055845)
-151.000
  • Kosten reeds afgesloten complexen
-599.941
-1.286.980
Per saldo toevoeging aan de reserve357.374

De mutaties in de reserve grondexploitatie fluctueren jaarlijks en zijn deels terugkerende mutaties zoals de rentecompensatie en de verrekening van de promotie- en advieskosten. Sinds de raadsvergadering van 8 november 2016 is er budget gereserveerd voor jaarlijkse bijdragen aan het Businesspark XL (BXL).

Daarnaast is er sprake van een aantal incidentele verrekeningen, zoals de te verwachten nakomende kosten van reeds afgesloten complexen en de verrekening van de resultaten van de complexen.

Zoals aangegeven bij de P830.6 Grondexploitaties algemene dienst geldt, dat om een volledige aansluiting tussen de begroting en de meest recente herziening te krijgen, de verrekeningen met de grondexploitaties volledig zijn verwerkt in de begroting. Uit de financiële opstelling van beide producten (P0830.6 en P980.9) blijkt vervolgens dat de geraamde betalingen ook worden geraamd als onttrekkingen uit de reserve. Per saldo is dit voor de algemene dienst volledig neutraal.

Algemene reserve (- 1.199.000)

Voor de hijsinstallatie van de Schouwburg Hengelo (voorheen het Rabotheater) is in 2017 een incidenteel bedrag van € 300.000 onttrokken uit de algemene reserve. In het plan “Ondersteuning en zorg voor Jeugd en Wo, maatregelen 2017 en verder” (zaaknummer 2106234) zijn meerdere maatregelen voorgesteld om het beschikbare geld zo goed mogelijk te besteden. Zodanig dat ook in de toekomst Hengeloërs kunnen rekenen op goede zorg en ondersteuning. Voor de begrotingsjaren 2017 tot en met 2019 worden de incidentele tekorten gedekt uit de algemene reserve. Dit gaat om een bedrag van ruim € 4,9 miljoen in 2017, bijna € 2,5 miljoen in 2018 en bijna € 0,6 miljoen in 2019. Om vervolgens vanaf 2020 de transities Wmo en Jeugd(zorg) weer budgettair neutraal uit te voeren.

Gelet op het positieve jaarrekeningsaldo 2016, zijn op basis van de Kadernota 2018-2021 minder middelen toegevoegd aan de algemene reserve, om zodoende extra ruimte te creëren voor nieuw beleid. Voor 2018 gaat het om een lagere toevoeging van € 1,5 miljoen. Vanaf 2019 zal structureel € 0,5 miljoen minder worden toegevoegd. Hierdoor was het mogelijk om voor ongeveer € 2 miljoen exploitatieruimte te creëren voor nieuw beleid in de komende meerjarenbegroting.Door de aanpassing van de renteomslag van 3,75% naar 2,25% wordt zoals gebruikelijk ook de (rente)toevoeging aan de algemene reserve aangepast. Daarnaast zijn er minder middelen toegevoegd aan de algemene reserve op basis van de nota “Koersvast in krappe tijden”. Deze beide onderdelen leiden tot een lagere toevoeging van € 100.000 in 2018 ten opzichte van 2017.

Vanaf 2020 wordt er structureel € 223.500 extra toegevoegd in verband met de besluitvorming omtrent de muziekschool (zaaknummer 2010011).

Reserve dekking kapitaallasten (+ 222.000)

Met ingang van 2017 is de BBV-systematiek gewijzigd voor investeringen met maatschappelijk nut. Dit houdt in dat over de boekwaarde van investeringen met maatschappelijk nut kapitaallasten moeten worden berekend. Deze reserve is ingesteld ter dekking van de jaarlijkse kapitaallasten die voortvloeien uit deze investeringen. Het voordeel wordt veroorzaakt doordat in de begroting 2017 de reeds gereserveerde bedragen in de bestemmingsreserves (fietspadenplan en bodemsanering) zijn overgeheveld naar de dekkingsreserve kapitaallasten.

Reserve fietspadenplan (- 50.000)

In 2017 werd eenmalig een bedrag uit de reserve fietspadenplan onttrokken om de kapitaallasten te dekken voor de investering met maatschappelijk nut: het project F35 Veldbeek Watertorenlaan – Parallelweg LS.

Reserve decentralisatie-uitkeringen (- 261.000)

In de begroting 2017 zijn eenmalig middelen voor de verhoogde asielinstroom uit de reserve decentralisatie-uitkeringen onttrokken. Deze middelen zijn in 2016, naar aanleiding van de decembercirculaire 2016 van het gemeentefonds, toegevoegd aan deze reserve.

Reserve Organisatieontwikkeling (+ 400.000)

De reserve organisatieontwikkeling is bestemd voor de transitie van meer mobiliteit in de organisatie naar een flexibele organisatie met de juiste medewerker op de juiste plek, zoals verwoord in de notitie “Koersvast in krappe tijden”. De reserve wordt ingezet voor organisatieontwikkeling, mobiliteit, strategische personeelsplanning en het generatiepact.

Begin april 2017 is er (financieel) inzicht verkregen in de deelname aan het generatiepact. Daarna kon de balans worden opgemaakt omtrent de gewenste omvang van reserve organisatie-ontwikkeling. Hieruit bleek dat de structurele toevoeging van € 400.000 vanaf het begrotingsjaar 2018 kan vervallen (Kadernota 2018-2021; 18-FP-8.7).