4. De financiën van de gemeente Hengelo 

4.5 Overige ontwikkelingen en risico’s

Stelpost afvlakking accressen

Uit ervaring weten we dat de (meerjarige) gemeentefondsuitkeringen moeilijk zijn te voorspellen. De afgelopen jaren werd de gemeente Hengelo regelmatig geconfronteerd met schommelingen van tussen de € 1 en 2 miljoen, zowel in positieve als in negatieve zin. In het verleden hebben we daarvoor de stelpost afvlakking accressen ingesteld. In de meicirculaire 2018 hebben we een beroep op deze stelpost moeten doen, zodat er na de meicirculaire 2018 nog een stelpost resteert voor de jaren: 2019: ruim € 1,3 miljoen; 2020: € 0,75 miljoen; 2021: € 11.000; 2022: 0. Opmerkelijk zijn nog steeds de hoge accresramingen in met name de jaren 2018 en 2019 (rond de 6%), terwijl de jaren daarna het accres schommelt tussen de 3 en 4%. Indien bijvoorbeeld het erg rooskleurige accres 2018 of 2019 neerwaarts wordt bijgesteld in een volgende circulaire dan werkt dit ook structureel door. Gelet op de hoge accresramingen in 2018 en 2019 wordt voorgesteld deze stelpost vooralsnog te handhaven. Bij de septembercirculaire 2018 en de meicirculaire 2019 zal worden bekeken of deze bedragen wel/niet moeten worden gehandhaafd. Dan is er hopelijk ook meer duidelijkheid over de mogelijke risico’s, die we dan nog lopen ten aanzien van de gemeentefondsuitkering.

BTW-compensatiefonds (BCF)

In bijlage 3 “Financiële effecten van de meicirculaire 2018 van het gemeentefonds” van de Kaderbrief 2019-2022 bent u uitgebreid geïnformeerd over de gewijzigde voorschotregeling met betrekking tot het BTW compensatiefonds. Het nadelig effect van € 2,2 miljoen in 2019 oplopend tot € 3,7 miljoen in 2022 is volledig verwerkt in deze Beleidsbegroting. In de toekomst wordt jaarlijks op basis van de laatste inzichten bij de septembercirculaire van dat jaar een nieuw voorschot gegeven. Dat voorschot wordt vervolgens afgerekend bij de meicirculaire in het volgende jaar.

Risico’s

Separaat aan deze begroting zal een afzonderlijk voorstel over Integraal risicomanagement en weerstandsvermogen worden aangeboden aan uw raad (zaaknummer: 2271956). Na het verschijnen van de Kaderbrief 2019 heeft er een nieuwe risico-inventarisatieronde plaatsgevonden. De risicoprofielen zijn naar de meest recente inzichten geactualiseerd. Zie ook paragraaf 6.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Door nieuwe inzichten in de financiële situatie en de ontwikkelingen ten aanzien van het inkooptraject is er binnen het Sociaal Domein een verschuiving te zien in de grootste risico's. Risico’s zoals onvoorziene kosten door de transitie en onverwachte bezuinigingen bij Jeugdzorg en Wmo zijn komen te vervallen, omdat dit feiten zijn geworden en om die reden opgenomen zijn in de begroting. Daarentegen zijn er nieuwe risico’s toegevoegd, zoals de lobby om compensatie te ontvangen van het rijk en het niet behalen van de beoogde resultaten met het inkooptraject.Ten aanzien van grondexploitaties zijn geen grote wijzigingen geconstateerd. De gehanteerde uitgangspunten en de huidige marktontwikkelingen geven geen aanleiding tot een wijziging van het risicoprofiel. Het risico van de Parkeergarage BP Hofstedestraat is ongewijzigd gebleven. Er zijn geen ontwikkelingen die tot een ander risicoprofiel leiden.

De lopende grote projecten laten wel een ander risicobeeld zien. Doordat de projecten verder gevorderd zijn, is er steeds meer grip op onverwachte gebeurtenissen. Dit is duidelijk terug te zien bij het project Warmtenet en ook bij de renovatie van het stadhuis en de nieuwbouw van het stadskantoor.

Financiële positie

Op basis van de laatste risico-inventarisatie is de benodigde weerstandscapaciteit berekend op € 21,1 miljoen. Dit is vergeleken met de € 24,8 miljoen opgenomen in de Kaderbrief 2019-2022 een verbetering van € 3,7 miljoen.

Conform de vastgelegde beleidsregels is het gewenste niveau van de algemene reserve 50% van het risicoprofiel, dat wil zeggen afgerond € 10,6 miljoen (de helft van € 21,1 miljoen).

Vanaf 2020 handhaven we de structurele toevoeging van ruim € 1 miljoen aan de algemene reserve. Geadviseerd wordt om deze structurele dotatie in de algemene reserve in stand te laten in verband met de grote onzekerheid omtrent het verkrijgen van extra middelen van het rijk voor het sociaal domein en de grote opgave om ook de resterende bezuinigingsbedragen te realiseren. Wel is ons voorstel om in de eerste begrotingsjaren de uiteindelijke ontstane tekorten grotendeels af te dekken met een incidentele onttrekking uit de algemene reserve. Daarbij is als uitgangspunt genomen dat we de middelen, die we in 2019 en 2020 uit de algemene reserve onttrekken, er in 2021 en 2022 weer in storten om zo op het gewenste niveau te blijven. Met ingang van het jaar 2022 is de netto-toevoeging aan de algemene reserve ruim € 3,8 miljoen.

Deze handelswijze is conform de formulering in het coalitieprogramma: ‘De algemene reserve benutten we, waar deze boven het afgesproken gewenste niveau komt, om tijdelijke knelpunten op te lossen en/of om kansen te benutten, zoals is geformuleerd in het coalitieprogramma.’

De ontwikkeling van de algemene reserve ziet er als volgt uit:

In bovenstaande grafiek is het restant van het rekeningsaldo 2017 ad € 474.000 aan de algemene reserve toegevoegd conform de besluitvorming in uw gemeenteraad op 3 juli 2018.In de bovenstaande grafiek is geen rekening gehouden met de 1e Beleidsrapportage 2018. Deze rapportage liet een tekort zien van € 5,8 miljoen. Dit bedrag wordt betrokken bij het opstellen van de 2e Beleidsrapportage, zodat we dan een beter beeld hebben van de extrapolatie van alle begrotingscijfers naar het eind van het jaar. Indien we er niet in slagen om dit tekort op te lossen zal dit uiteindelijk leiden tot een extra onttrekking uit de algemene reserve.

De algemene reserve grondexploitatie laat een verwachte stijging zien van € 0,3 miljoen per 1 januari 2019 oplopend tot € 2,8 miljoen per 31 december 2022. In de paragraaf 6.4 Grondbeleid treft u een uitgebreid overzicht aan van de belangrijkste ontwikkelingen in de diverse grondexploitaties.