Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat 

Taakveld 2.2. Parkeren

Betrokken afdeling(en)Regulering en Toezicht
Budgethouder(s)Fabian Daniluk
Financieel adviseurSem Becker

Wat willen we bereiken?

Voor de binnenstad als visitekaartje van Hengelo is parkeren van groot belang. We hebben daarom inzicht nodig in de voor- en nadelen van de diverse parkeermaatregelen in relatie tot de stedelijke ontwikkeling, vraag en aanbod, doelgroepen, gastvrijheid, gezondheid en het behouden en versterken van duurzaamheid.

Wat gaan we daarvoor anders doen in 2019?

-Monitoring van de opgestelde parkeerbalans.-Uitbreiding en verbetering dashboard parkeerdata.-Experimenteren met parkeermaatregelen. -Eventueel parkeerplaatsen opheffen om de kwaliteit van de openbare ruimte te versterken of ontwikkelingen mogelijk te maken.-We maken een verkeerscirculatieplan en doen daarbij voorstellen voor (fiets)parkeren ten behoeve van de verbeterde bereikbaarheid van de binnenstad voor bewoners en bezoekers.

Wat blijven we doen?

- Beheren en exploiteren van blauwe zones, het betaald parkeergebied en parkeergarage De Beurs.

- Waar gevraagd uitbreiding van de blauwe zone faciliteren (o.a. Deldenerstraat en ROC omgeving).- Waar mogelijk verbeteren exploitatieresultaat parkeren.

Wat mag het kosten?

Taakveld 2.2 ParkerenSaldo (bedragen x 1.000 )
Sub Omschrijving subtaakveld Rekening2017 Begroting2018 Begroting2019 Begroting2020 Begroting2021 Begroting2022
2.20.1Parkeervoorzieningen-917-946-1.085-1.083-1.083-1.086
Totaal taakveld -917-946-1.085-1.083-1.083-1.086

Financiële toelichting

2.20.1 Parkeervoorzieningen (- € 139.000)

Door een wijziging in de bedrijfsvoering zijn er op dit sutaakveld in de begroting 2019 hogere ambtelijke lasten ten opzichte van 2018 (- € 105.000). Dit komt door de verwachting dat er een hogere inzet nodig zal zijn op het gebied van “Inrichten blauwe zones”, omdat daar meer vraag naar is. Verder is er de begeleiding van medewerkers in de fietsenstalling op het Kloosterhofterrein. Deze zijn daar door de SWB gedetacheerd. Daarnaast zijn er ten opzichte van 2018 circa € 33.000 hogere exploitatielasten zichtbaar. Enerzijds betreft dit € 13.000 hogere kapitaallasten door gedane investeringen, anderzijds € 18.000 hogere lasten “diensten derden” (overwegend energielasten als autonome ontwikkeling).