Programma 4 Onderwijs 

Taakveld 4.2. Onderwijshuisvesting

Betrokken afdeling(en)Beleid
(Deel)Budgethouder(s)Marcel van de Meer
Financieel adviseurMariska Reimink

Wat willen we bereiken?

Het is onze wettelijke taak om te voorzien in voldoende en adequate schoolgebouwen. Dat betekent dat alle leerlingen in Hengelo in een goed gebouw onderwijs kunnen volgen. We investeren in scholen en werken naar een evenwichtige spreiding van optimaal benutte schoolgebouwen in de stad.

Wat gaan we daarvoor anders doen in 2019?

  • Wij werken, in samenspraak met het onderwijsveld, aan een geactualiseerd integraal huisvestingsplan voor het primair onderwijs om onderwijs, waar mogelijk voor iedereen in de eigen wijk te behouden.
  • Wij realiseren ons, dat het speciaal onderwijs er is voor een kwetsbare groep leerlingen, waardoor er andere eisen aan een schoolgebouw gelden. Wij constateren dat er momenteel geen sprake is van een goede accommodatie. Daarom brengen we in beeld wat er nodig is en op welke wijze we er invulling aan kunnen geven.
  • Wij voeren het Integraal Huisvestingsplan (IHP) uit.
  • We gaan het tijdelijke ruimtetekort van de bestaande scholen op het scholeneiland oplossen. Daarnaast faciliteren we de nieuwe school voor havo/vwo, het Mezquita College, met ingang van het schooljaar 2019-2020. Deze nieuwe school heeft toestemming van de Minister om te starten in Hengelo en de gemeente heeft vervolgens wettelijk de verplichting in huisvesting te voorzien. We kiezen in dit geval niet voor investeren in nieuwbouw, maar voor huisvesting in een bestaand pand.
  • We zien als landelijk beeld dat tarieven stijgen en bouwregels worden aangescherpt. Wij constateren dat de huidige normvergoeding voor huisvestingskosten tot knelpunten leidt. Voor toekomstige ontwikkelingen gaan wij in gesprek met de raad over een oplossing voor de knelpunten.

Wat blijven we doen?

  • Opstellen van een programma onderwijshuisvesting samen met schoolbesturen over nieuwbouw en aanpassing van gebouwen voor primair, voortgezet en speciaal onderwijs.
  • Beschikbaar stellen van voldoende en functionele gymnastieklokalen ten behoeve van het onderwijs.

Wat mag het kosten?

Taakveld 4.2 OnderwijshuisvestingSaldo (bedragen x 1.000 )
Sub Omschrijving subtaakveld Rekening2017 Begroting2018 Begroting2019 Begroting2020 Begroting2021 Begroting2022
4.20.1Huisvesting openbaar basisonderwijs-401-296-297-293-289-286
4.20.2Huisvesting bijzonder basisonderwijs-2.691-2.542-2.290-2.262-2.243-2.205
4.20.3Huisvesting speciaal basis- en voortgezet onderwijs-75-83-83-83-83-83
4.20.4Huisvesting openbaar voortgezet onderwijs-852-702-959-702-695-689
4.20.5Huisvesting bijzonder voortgezet onderwijs-1.290-1.099-1.745-1.866-1.987-1.880
4.20.6Gymnastieklokalen-465-634-645-665-664-664
4.20.7Overige uitgaven-712-1.386-1.074-1.066-1.065-1.064
Totaal taakveld -6.485-6.741-7.093-6.938-7.027-6.871

Financiële toelichting

4.20.2 Huisvesting bijzonder basisonderwijs (€ 252.000)

Het voordeel in 2019 van € 252.000 wordt voor € 140.000 verklaard door een aanpassing aan de J. Perkstraat volgens het onderwijsprogramma 2018. Daarnaast is sprake van vrijval van kapitaallasten van ruim € 100.000.4.20.4 Huisvesting openbaar voorgezet onderwijs (- € 257.000)Het nadeel van € 257.000 in 2019 wordt voor € 250.000 verklaard door de extra ruimtebehoefte voor OSG/Mezquita. Dit zoals verwoord in de Kaderbrief 2019-2022. Het resterende verschil is het gevolg van vrijvallende kapitaallasten.4.20.5 Huisvesting bijzonder voortgezet onderwijs (- € 647.000)Dit subtaakveld laat een nadeel zien van € 647.000, dat als volgt kan worden gespecificeerd:•Kapitaallasten nieuwbouw VMBO € 166.000•Stijging OZB door met name VMBO € 128.000•Ruimtebehoefte OSG/Mezquita € 366.000•Voordeel verzekeringspremie door verhoging eigen risico-€ 13.000 € 647.0004.20.7 Overige uitgaven onderwijshuisvesting (€ 313.000)Dit subtaakveld laat in 2019 een voordeel zien van € 313.000, dat grotendeels wordt veroorzaakt door een eenmalige storting in 2018 van € 250.000 in de onderhoudsvoorziening onderwijsgebouwen (inclusief gymlokalen). Het resterende verschil betreft kapitaallasten en toegerekende loonkosten.