6. Paragrafen 

6.1 Lokale Heffingen

Lokale heffingen hebben tot doel dat de gemeente door het verwerven van eigen middelen dekking vindt van haar uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken. De invoering, wijziging of intrekking van lokale heffingen dient door middel van een door de gemeenteraad vast te stellen verordening te geschieden.

De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Deze vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente, welke vooral door de burgers dienen te worden opgebracht. Lokale belastingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. Ongebonden lokale heffingen (o.a. OZB en hondenbelasting) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding is niet gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Hiervoor geldt het uitgangspunt dat ze kostendekkend zijn.

Voor het betalen van rechten en retributies verricht de gemeente diensten. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in de tarieven. Het beleid is er op gericht deze kosten zoveel mogelijk te beperken en daar waar mogelijk rechtvaardiger te verdelen. Hierdoor wordt een evenwichtige lastenverdeling bereikt.

Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording dient de paragraaf lokale heffingen tenminste te bevatten:

  1. de geraamde inkomsten;
  2. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
  3. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;
  4. een aanduiding van de lokale lastendruk;
  5. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Deze paragraaf Lokale Heffingen geeft inzicht in de diverse gemeentelijke belastingen en de consequenties daarvan voor de inwoners van de gemeente Hengelo.

A. Overzicht inkomsten gemeentelijke heffingen

Van elke euro die huishoudens en bedrijven in Nederland aan belastingen en sociale premies betalen gaat in 2018 3,3% naar de gemeenten. De decentrale overheden nemen samen 4,8% voor hun rekening, de rijksoverheid 95,2%.

Grafiek: uit Coelo-atlas overzicht van de lokale lasten 2018

 201720182019
 Raming RealisatieRaming Raming
 (bedragen * €1.000)
Ongebonden heffingen    
Hondenbelasting 490508501504
OZB eigenaren woning9.8679.91410.44610.566
OZB gebruikers niet-woning 4.5854.7194.8544.994
OZB eigenaren niet-woning 6.8326.9167.2317.431
Parkeerbelastingen1.3201.6591.5651.390
Precariobelasting292262298300
Toeristenbelasting128173131132
Gebonden heffingen    
Afvalstoffenheffing8.1168.1107.4877.548
Begraafrechten 513468521502
BIZ234215239240
Havengelden454466510495
Leges burgerzaken (incl. rijksleges)1.7881.6661.677978
Leges omgevingsvergunning2.2682.2721.9352.079
Leges overig11715899108
Marktgelden11092113114
Rioolaansluitrecht78607575
Rioolheffing8.7238.9149.3249.270
totaal 45.915 46.572 47.006 46.726

Tabel: begrote / werkelijke lokale heffingen gemeente Hengelo

B. Beleid ten aanzien van de lokale heffingen

Beleidskaders

Het beleid voor de lokale heffingen is opgenomen in:

  • de diverse belastingverordeningen en –regelingen;
  • het coalitieprogramma 2018-2022;
  • landelijke wet- en regelgeving.

Hervorming lokaal belastinggebied

Het vorige kabinet heeft in een brief d.d. 24 juni 2016, kenmerk 2017-0000356712, aan de Tweede Kamer bouwstenen gegeven voor een hervorming van het lokaal belastinggebied. Verschuiving van Rijks- naar gemeentebelastingen zou op de agenda van het het nieuw te vormen kabinet moeten staan. In het meest recente regeerakkoord (oktober 2017) is niets opgenomen over de uitbreiding van het lokaal belastinggebied. De staatsecretaris van Financiën heeft in antwoord op Kamervragen aangegeven dat verruiming van de mogelijkheden van gemeenten om belasting te heffen niet tot een van zijn vijf prioriteiten, die grotendeels uit het regeerakkoord voorvloeien, behoren.

Duidelijk is inmiddels dat de door het Rijk bepaalde maximum vermogensgrenzen voor kwijtschelding van lokale heffingen (die net wat lager zijn dan de door het Rijk bepaalde vermogensgrenzen voor de bijstand) niet worden aangepast (brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkszaken d.d. 5 juni 2018, kenmerk 2018-0000100339).

Op 14 februari 2018 ondertekenden het Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een interbestuurlijk programma (IBP) met bijbehorende gezamenlijke agenda. Uitgangspunt hierbij is dat de maatschappelijke opgaven van nu zich manifesteren op lokaal, regionaal, nationaal, Europees en mondiaal niveau. Vaak spelen ze op meerdere schaalniveaus tegelijk en liggen oplossingen niet in het bereik van één overheidslaag. Een toenemend aantal maatschappelijke opgaven is alleen op te lossen wanneer gemeenten, provincies, waterschappen en Rijk als één overheid samenwerken richting partners. Over de fiscale thema’s zijn in het IBP de volgende procesafspraken gemaakt:

  • Decentrale belastingstelsels hebben regulier onderhoud nodig om in goede staat te blijven en toekomstbestendig te zijn. Rijk en medeoverheden gaan aan dit onderhoud werken en verkennen daarnaast de mogelijkheden die decentrale belastingstelsels bieden om de realisatie van gezamenlijke ambities te faciliteren.
  • Afgesproken is om eventuele knelpunten in de fiscale regelgeving te inventariseren (bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en de circulaire economie) en om te bezien of er, met inachtneming van bestaande wet- en regelgeving, oplossingen kunnen worden geboden.

Bezwaar en beroep bij kwijtschelding

Nu is geen bezwaar mogelijk tegen een beschikking uitstel van betaling. Tegen een beschikking kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is nu administratief beroep bij het college mogelijk. In de toekomst is in beide gevallen eerst bezwaar bij de invorderingsambtenaar mogelijk en is daarna de fiscale rechter bevoegd (rechtbank in eerste aanleg, gerechtshof in hoger beroep en Hoge Raad in cassatie).

De mogelijkheid van bezwaar en beroep via de fiscale rechter tegen beschikkingen over uitstel en kwijtschelding van belastingen treedt niet per 1 januari 2019 in werking, zoals aanvankelijk de opzet was. Dat blijkt uit de 1e halfjaarsrapportage van de Belastingdienst. Het voorstel is onderdeel van de stroomlijning van de invorderingsregelgeving voor belastingschulden en toeslagschulden. De geplande inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2019 blijkt niet haalbaar voor de Belastingdienst. Ook bij de gemeentelijke belastingen zouden deze nieuwe rechtsbeschermingsregels gaan gelden. De verwachting is dat de stroomlijning pas na 2021 te realiseren is.

Afschaffing actualiseringsplicht bestemmingsplannen en beheersverordeningen

Een van de instrumenten binnen het nieuwe stelsel van het omgevingsrecht is het omgevingsplan. Gemeenten moeten in het nieuwe stelsel hun bestemmingsplannen, beheersverordeningen en andere regelingen over de fysieke leefomgeving uit andere verordeningen bundelen en omvormen tot één samenhangend en consistent omgevingsplan. Artikel 3.1, lid 4, Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalde dat wanneer een bestemmingsplan niet tijdig is vastgesteld of is verlengd, voor de gemeente 'de bevoegdheid tot het invorderen van rechten ter zake van na dat tijdstip door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten die verband houden met het bestemmingsplan' vervalt (de zgn. legessanctie). In de aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt met deze wet de actualiseringsplicht uit de Wro voor een belangrijk deel van de bestemmingsplannen en beheersverordeningen afgeschaft. Hierdoor komt ruimte beschikbaar, zodat gemeenten in aanloop naar de Omgevingswet al kunnen starten met de voorbereiding van het tot stand te brengen omgevingsplan. Het wetsvoorstel vormt een onderdeel in de overgang naar het nieuwe stelsel van het omgevingsrecht, zoals dat naar verwachting in 2021, met onder meer de Omgevingswet (Stb. 2016, nr. 156), in werking treedt. De wet is 1 juli 2018 in werking getreden.

Ontwikkeling tarieven

De tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffingen worden geraamd op basis van het uitgangspunt dat wordt gestreefd naar 100% kostendekking. De voor 2018 geldende tarieven voor de overige belastingen en rechten stijgen met een inflatiecorrectie van 0,6% in 2019 (inclusief correctie voorgaande jaren), uiteraard met uitzondering van die tarieven, die het rijk heeft vastgesteld, dan wel gemaximeerd. De overige uitzonderingen worden in het belastingvoorstel nader toegelicht.

C. Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen

Gemeenten zijn beperkt in de soorten belastingen die ze mogen heffen.

Deze zijn limitatief opgesomd in de wet. Naast belastingen, heft de gemeente rechten en leges voor individuele dienstverlening aan haar burgers. De tarieven van deze rechten en leges dienen zodanig vastgesteld te worden dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. De opbrengst van deze zogeheten gebonden heffingen dient alleen ter bestrijding van de kosten die de gemeente voor de betreffende dienstverlening maakt. De opbrengsten van de belastingen en overige heffingen worden in beginsel alleen aangepast aan de inflatiecorrectie. Deze bedraagt 0,6%.

De gemeente is vrij in de besteding van de opbrengst van de ongebonden heffingen (algemene belastingen). De gemeentelijke belastingen en retributies die in 2018 in Hengelo worden geheven zijn:

Ongebonden heffingen:Gebonden heffingen:
HondenbelastingAfvalstoffenheffing
Onroerende- zaakbelastingenRioolheffing
ParkeerbelastingenBaatbelasting
PrecariobelastingBijdrage Bedrijven Investering Zone
ToeristenbelastingLeges en Rechten

Ongebonden belastingen

Hondenbelasting

Op grond van artikel 226 van de Gemeentewet kan van de houder van een hond hondenbelasting worden geheven. De hondenbelasting is een algemene belasting. Dat houdt in dat de raad vrij is in de bepaling van de opbrengst: er hoeft geen relatie met de kosten te zijn.

De hondenbelasting bedraagt een vast bedrag per hond per jaar. Indien een hond maar een deel van het jaar gehouden wordt, is de houder van de hond hondenbelasting verschuldigd over dat deel van het jaar dat hij of zij de hond in bezit heeft.

Onroerende-zaakbelastingen

Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet kunnen gemeenten onroerende-zaakbelastingen (OZB) heffen. De OZB is een algemene belasting, er is geen relatie tussen de heffing en bepaalde taken van de gemeente. De opbrengst is onderdeel van de algemene middelen.

De OZB is een tijdstipbelasting. Dit betekent dat voor het bepalen van de belastingplicht de situatie per 1 januari van het belastingjaar geldt. Veranderingen in de loop van het jaar, bijvoorbeeld de verkoop van een huis, worden meegenomen in het volgende belastingjaar.

Belastingplichtige:

  • eigenaren van woningen;
  • eigenaren van niet-woningen;
  • gebruikers van niet-woningen.

Indien iemand zowel eigenaar als gebruiker is van een niet-woning, dan betaalt hij of zij beide belastingen.

Grondslag onroerende-zaakbelastingenDe grondslag voor de berekening van de OZB is de WOZ-waarde van de onroerende zaak. Deze wordt jaarlijks opnieuw bepaald. Het tarief van de OZB wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. Voor iedere groep belastingplichtigen wordt een afzonderlijk tarief vastgesteld. De hoogte van het tarief leidt tot de opbrengst die met de begroting is vastgesteld. De beoogde opbrengst van de OZB per belastingplicht wordt eerst vastgesteld. Vervolgens wordt op basis van de totale WOZ-waarde van de belastingplicht het OZB-tarief berekend. De ontwikkeling van het OZB-tarief is dus naast de ontwikkeling van de OZB-opbrengst afhankelijk van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt. Als de gemiddelde waarde op de vastgoedmarkt stijgt, leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van het OZB-tarief. Anders zou de OZB-opbrengst evenredig meestijgen. Andersom geldt hetzelfde. Een negatieve waardeontwikkeling van de vastgoedmarkt leidt tot een verhoging van het OZB-tarief, om te voorkomen dat de OZB opbrengst daalt.

De tariefaanpassing op basis van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt heeft voor de gemiddelde eigenaar en gebruiker geen effect op de hoogte van de OZB-heffing. Immers, een gemiddeld vastgoedobject volgt de ontwikkeling op de vastgoedmarkt.

Parkeerbelastingen

Op basis van artikel 225 Gemeentewet kunnen gemeenten in het kader van parkeerregulering parkeerbelastingen heffen. Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden twee belastingen geheven:

  • De parkeerbelasting voor een plek en een bepaalde tijdsperiode, waarvoor parkeerautomaten zijn geplaatst;
  • De parkeerbelasting voor een door de gemeente verstrekte parkeervergunning.

Hiermee kunnen gemeenten op efficiënte en financieel verantwoorde wijze hun parkeerbeleid realiseren. Maar de opbrengst van het parkeren vloeit in de algemene middelen.

Precariobelasting

Artikel 228 van de Gemeentewet biedt de gemeente de mogelijkheid om precariobelasting op te leggen ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Voorbeelden zijn terrassen en uithangborden.

De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.

Het plaatsen van bouwmaterialen en het hebben van terrassen zijn voorbeelden van onderwerpen, die in een precariobelasting betrokken kunnen worden.

Toeristenbelasting

Op grond van artikel 224 van de Gemeentewet kunnen gemeenten Toeristenbelasting heffen voor overnachtingen van personen binnen de gemeente die niet als ingezetene in de gemeente zijn ingeschreven. Voor zover de belasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot verblijf biedt, is deze bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.

De doelstelling is hetzelfde als bij forensenbelasting, namelijk dat de kosten van bepaalde voorzieningen worden omgeslagen naar personen die er wel gebruik van maken, maar niet in de gemeente wonen.

Het verblijf in een attractiepark of pretparken valt niet onder de toeristenbelasting. Het is voor gemeenten wel mogelijk om hier een heffing voor op te leggen. Dit kan via de vermakelijkhedenretributie.

Gebonden belastingenAfvalstoffenheffing

De wettelijke basis voor het heffen van afvalstoffenheffing is geregeld in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer.

Op basis van de Wet Milieubeheer heeft de gemeente de wettelijke taak om zorg te dragen voor de inzameling van afvalstoffen die afkomstig zijn van particuliere huishoudens. De inzameling van afval wordt sinds 1996 uitgevoerd door Twente Milieu. De verwerking van met name restafval en GFT vindt plaats bij Twence. De kosten van de inzameling en verwerking van afvalstoffen wordt betaald uit de afvalstoffenheffing.

Belastingplichtige

Inwoners zijn verplicht afvalstoffenheffing te betalen, ook als zij geen afval voor inzameling aanbieden. De heffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel waarvoor de gemeente een wettelijke plicht tot inzameling heeft en de inzamelverplichting ook nakomt.

Grondslag

De grondslag voor de berekening van afvalstoffenheffing is niet wettelijk vastgelegd. De gemeente is in principe vrij deze grondslag zelf te bepalen. De gemeente Hengelo hanteert als grondslag een vast bedrag plus een opslag naar rato van het aantal en soort aanbiedingen.

Overzicht van de taakvelden die in de heffing worden betrokken
Afvalstoffenheffinglasten taakveldoverheadBTWtotale lastenheffingoverige batentotale baten
7.3Afval 8.772 128 1.231 10.131 7.843 2.688 10.531
6.3Inkomensregelingen    - -400   -400
 Totaal 8.772 128 1.231 10.131 7.443 2.688 10.131
 % Kostendekking       100

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakveld afval. De kosten zitten vooral in het daadwerkelijk inzamelen en verwerken van het bedrijfs- en huishoudelijke afval. Ook het scheiden van afval en het recyclen ervan valt hieronder. Omdat er ook bedrijfsafval op het taakveld is opgenomen worden niet alle kosten van het taakveld meegenomen.

Rioolheffing

De wettelijke basis voor het heffen van rioolheffing ligt in artikel 228a van de Gemeentewet. In de rioolheffing worden kosten doorgerekend die verbonden zijn aan het in stand houden van het gemeentelijk rioleringsstelsel.

Met de invoering in 2008 van de Wet gemeentelijke watertaken heeft de gemeente naast de zorgplicht voor het afvoeren van huishoudelijk afvalwater en regenwater ook de zorgplicht voor het grondwater. Daarmee is ook de mogelijkheid ontstaan om de kosten die verbonden zijn aan de taken die voortvloeien uit de Wet gemeentelijke watertaken, toe te rekenen aan de rioolheffing.

De rioolheffing is een bestemmingsheffing (bestemming is watertaken), er staan geen aanwijsbare tegenprestaties tegenover. De gemeente Hengelo hanteert één rioolheffing voor alle watertaken. De kosten die hiervoor worden gemaakt, worden met de rioolheffing verhaald op de gebruikers van woningen en niet-woningen.Elke gemeente is verplicht een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vast te stellen. In een GRP wordt meerjarig inzicht gegeven in de kosten die gemaakt worden voor de instandhouding van het gemeentelijk rioolstelsel. De gemeenteraad heeft op 21 november 2017 een nieuw vGRP vastgesteld voor de periode 2018-2022.

Verwachte kosten

In totaal verwachten we het komende jaar ruim € 8,5 miljoen aan kosten te maken om deze zorgplichten na te komen. Om deze kosten transparant te maken splitsen wij eerst uit op welke taakvelden wij deze kosten zullen maken. Vervolgens gaan wij in op de herkomst van de middelen voor het dekken van deze taken.

Overzicht van de taakvelden die in de heffing worden betrokken
Rioolheffinglasten taakveldoverheadBTWtotale lastenheffingoverige batentotale baten
7.2Riolering 7.362 242 917 8.521 9.270   9.270
6.3Inkomensregelingen    - -749   -749
 Totaal 7.362 242 917 8.521 8.521 - 8.521
 % Kostendekking       100

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakveld riolering. De kosten zitten vooral in daadwerkelijk nakomen van onze gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater.

Baatbelasting

Op basis van artikel 222 van de Gemeentewet kan de gemeente baatbelasting instellen voor het heffen van onroerende zaken die gebaat zijn bij de bepaalde gemeentelijke voorzieningen. Na een aantal arresten van de Hoge Raad kan deze belasting alleen nog worden toegepast om geheel of gedeeltelijk de kosten te verhalen van rioolaanleg in het buitengebied of de verharding van zandwegen. Baatbelasting kan alleen worden geheven van eigenaren van gebate objecten. Wij leggen tot en met 2020 nog jaarlijks aanslagen op voor de riolering in het buitengebied.

Bijdrage Bedrijven Investering Zones

Op basis van de Wet Bedrijven investeringszones kan een Bijdrage Bedrijven Investering Zones worden opgelegd. Met deze bijdrage kunnen bedrijven in een bepaald gebied binnen de gemeente worden verplicht om voor een periode van maximaal vijf jaar een financiële bijdrage te leveren. Deze bijdrage wordt gebruikt om investeringen in het betreffende gebied ter bevordering van de leefbaarheid, de veiligheid, de ruimtelijke kwaliteit of nader publiek belang in de openbare ruimte te bekostigen. Bij de uitvoering wordt om doelmatigheidsredenen zoveel mogelijk aangesloten bij de Wet WOZ en de OZB. In 2016 is een BIZ voor de gebruikers van niet-woningen in het centrum van Hengelo ingevoerd.

Leges en rechten

Leges

De mogelijkheid tot het heffen van leges is geregeld in artikel 229, lid 1, b van de Gemeentewet. De gemeente levert op aanvraag van individuele burgers een uiteenlopend pakket aan diensten. Door het heffen van leges worden de kosten die hiervoor worden gemaakt in principe verhaald op de burger die de dienst afneemt. Voorbeelden zijn het verstrekken van een paspoort of het verlenen van een vergunning. Degene die de dienst aanvraagt betaalt ook de leges. De heffingsmaatstaf is zeer divers en wordt vermeld in de tarieventabel die hoort bij de legesverordening.

Kostendekkendheid

De leges zijn in de tarieventabel van de legesverordening ingedeeld in drie titels:

  • titel 1, algemene dienstverlening;
  • titel 2, dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning;
  • titel 3, dienstverlening vallend onder Europese diensten richtlijn.

Op grond van artikel 229b van de Gemeentewet mag de legesverordening als geheel bezien maximaal kostendekkend zijn. Niet elke post zal dus afzonderlijk op zijn kostendekkendheid worden beoordeeld. Dit laatste zou ook moeilijk realiseerbaar zijn gezien het feit dat de kosten voor de individuele diensten moeilijk zijn te bepalen. Dat neemt niet weg dat een gemeente wel een kostendekkendheid per dienst of per samenhangende groep van diensten mag nastreven, als de gemeente in dit opzicht maar een consequente lijn volgt.

Op grond van het bovenstaande is het mogelijk om kruissubsidiëring toe te passen. Onder kruissubsidiëring wordt verstaan: het hoger stellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden. Daarnaast kan bij de tariefstelling uitdrukking worden gegeven aan het profijtbeginsel. Dat is een aparte beleidsmatige afweging. Onderlinge verschillen in - op zichzelf geoorloofde - kostendekkingspercentages tussen groepen van diensten zijn niet in strijd met de wet of met enig algemeen rechtsbeginsel.

De mogelijkheden tot kruissubsidiëring zijn door de komst van de Europese Dienstenrichtlijn (EDR) beperkter geworden. De EDR maakt kruissubsidiëring binnen een cluster van samenhangende vergunningstelsels mogelijk. Dit betreft alleen de diensten aan dienstverrichters waarop de EDR van toepassing is (titel 3 van de Legesverordening). De wetgever heeft hierin geen aanleiding gezien om artikel 229b van de Gemeentewet te wijzigen. De EDR doorkruist daarmee de wettelijke regeling van artikel 229b Gemeentewet.

Bij de introductie van de Wabo in 2010 (omgevingsvergunning, zie Titel 2 van de Legesverordening) ging de wetgever ervan uit dat kruissubsidiëring tussen het cluster omgevingsvergunning en andere in de legesverordening opgenomen dienstverleningen niet mogelijk is. De wens van de wetgever is echter niet in een wettelijke bepaling vastgelegd, zodat in principe artikel 229b van de Gemeentewet onverkort geldt. Wij gaan echter uit van maximaal 100% kostendekkendheid binnen titel 2.

Voor een aantal tarieven binnen titel 1 geldt dat deze door het rijk zijn gemaximeerd: paspoorten, rijbewijzen, kansspelen en wet bescherming persoonsgegevens.

Overzicht van de taakvelden die in de heffing worden betrokken
Legeslasten taakveldoverheadBTWtotale lastenheffingoverige batentotale baten
 Titel 1 Algemene dienstverlening
0.2Burgerzaken 242 400 2 644 641 - 641
 Totaal 242 400 2 644 641 - 641
 % Kostendekking       100
 Titel 2 Omgevingsvergunning
8.3Wonen en bouwen 1.295 889 22 2.206 2.079 21 2.100
 Totaal 1.295 889 22 2.206 2.079 21 2.100
 % Kostendekking       95
 Titel 3 Dienstverlening Europese dienstenrichtlijn
1.2Openbare orde en veiligheid 745 262   1.007 87   87
6.1Samenkracht en burgerparticipatie 394 200   594 21   21
 Totaal 1.139 462 - 1.601 108 - 108
 % Kostendekking       7

Begraafrechten

Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt een vergoeding gevraagd voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen. De heffing wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven zoals die in de verordening begraafrechten zijn opgenomen. De tarieven worden jaarlijks verhoogd met de inflatiecorrectie.

Overzicht van de taakvelden die in de heffing worden betrokken
Begraafrechtenlasten taakveldoverheadBTWtotale lastenheffingoverige batentotale baten
7.5Begraafplaatsen en crematoria 691 3   694 502   502
6.3Inkomensregelingen 3    3    -
 Totaal 694 3 - 697 502 - 502
 % Kostendekking       72

Havengeld

Onder de naam havengeld wordt op grond van artikel 229 Gemeentewet een recht geheven ter zake van het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemd gemeentewater en voor het genot van de diensten die daarmee worden verleend.

Overzicht van de taakvelden die in de heffing worden betrokken
Havenlasten taakveldoverheadBTWtotale lastenheffingoverige batentotale baten
2.4Economische havens en waterwegen 420 85 13 518 495 18 513
 Totaal 420 85 13 518 495 18 513
 % Kostendekking       99

Marktgelden

Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet kan de gemeente een recht heffen voor het ter beschikking stellen van een standplaats op een deel van de openbare ruimte die gebruikt wordt voor een markt. Belastingplichtig is degene aan wie de standplaats beschikbaar is gesteld.

Overzicht van de taakvelden die in de heffing worden betrokken
Marktlasten taakveldoverheadBTWtotale lastenheffingoverige batentotale baten
3.3Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen 135 41 1 177 114 56 170
 Totaal 135 41 1 177 114 56 170
 % Kostendekking       96

Rioolaansluitrecht

De wettelijke basis voor het heffen van rioolheffing ligt in artikel 229 van de Gemeentewet. In het rioolaansluitrecht worden kosten doorgerekend die verbonden zijn aan het maken van een verbinding tussen het hoofdriool en een nog niet aangesloten pand.

Overzicht van de taakvelden die in de heffing worden betrokken
Rioolaansluitrechtlasten taakveldoverheadBTWtotale lastenheffingoverige batentotale baten
7.2Riolering 75    75 75   75
 Totaal 75 - - 75 75 - 75
 % Kostendekking       100

D. Woonlastenontwikkeling

De hoogte van de gemeentelijke woonlasten krijgt regelmatig aandacht in de media. Onder woonlasten verstaan we: onroerende-zaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing. Het zijn belastingen en tarieven waarmee ieder huishouden in een gemeente jaarlijks te maken krijgt.

In onderstaande grafiek is de ontwikkeling van de woonlasten meerjarig afgezet tegen de ontwikkeling van de WOZ-waarde van een gemiddelde woning en de ontwikkeling van de consumentenprijsindex. In relatieve zin is de prijsontwikkeling van de OZB sterk te noemen. De afvalstoffenheffing en het rioolheffing liggen echter fors onder het niveau van het basisjaar, zodat de totale gemeentelijke woonlasten voor de gehele periode onder het niveau van de consumentenprijsindex blijven.

Rangorde van Twentse gemeenten naar hoogte van de gemeentelijke woonlasten,

uitgaande van gemiddelde waarden van woningen (bron: COELO).

20172018
Almelo246263
Borne265195
Dinkelland356252
Enschede248270
Haaksbergen338311
Hellendoorn250285
Hengelo259272
Hof van Twente345274
Losser233299
Oldenzaal10975
Rijssen-Holten3222
Tubbergen247102
Twenterand210120
Wierden238235
nummer 1 laagste woonlasten, nummer 398 de hoogstenummer 1 laagste woonlasten, nummer 387 de hoogste

E. Kwijtscheldingsmogelijkheden

De gemeente moet bij het vaststellen van kwijtschelding landelijke regels toepassen. Binnen deze mogelijkheden zijn de volgende eigen beleidskeuzes gemaakt:

  • Voor de ozb, onderhoudsrecht begraven, riool- en voor het vast recht bij de afvalstoffenheffing is kwijtschelding mogelijk, waardoor minima geen woonlasten betalen;
  • Voor extra containers wordt geen kwijtschelding afvalstoffenheffing verleend en ook geen kwijtschelding rioolheffing bij een grondslag > 500m3
  • Bij de normkosten van bestaan wordt uitgegaan van 100% van de bijstandsnorm;
  • Ondernemers voor de privébelastingen zijn gelijkgesteld met particulieren;
  • Kosten voor kinderopvang worden in aanmerking genomen als uitgaven bij de berekening van de betalingscapaciteit en;
  • Bij de normkosten van bestaan voor AOW’ers wordt uitgegaan van 100% van de netto AOW-norm.

Voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen in het kader van het minimabeleid is voor 2019 uitgegaan van een totaalbedrag van € 1.154.620.Hierbij gaat het om:

HeffingBedrag 2019
Afvalstoffenheffing400.000
Onderhoud grafrechten3.130
OZB2.000
Rioolheffing749.490