6. Paragrafen 

6.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het formuleren van ambities en beleid maken én de uitvoering hiervan gaan gepaard met het maken van keuzes en het bewust afwegen van risico’s. De aandacht voor dit onderwerp is dan ook actueler dan ooit. De gemeente bevindt zich in een zeer dynamische omgeving. De regeldruk neemt toe, het takenpakket wordt uitgebreid en de verwachting van de burger wordt steeds duidelijker hoorbaar via openbare kanalen. Hierdoor bevindt de gemeente zich in een glazen huis en neemt de kans op imago- en financiële schade toe en kan de impact hiervan groot zijn. De gemeente moet daarom op gestructureerde en transparante wijze de risico’s beheersen.

De gemeente Hengelo heeft een integraal risicomanagementbeleid. Integraal risicomanagement is een brede invulling van risicomanagement, waarbij niet alleen de (wettelijke) kaders worden gevolgd, maar het risicobewustzijn breed wordt gestimuleerd. Risicomanagement is immers geen afzonderlijke activiteit, maar maakt integraal deel uit van alle (management)processen.

Om vast te stellen dat wij voldoende in staat zijn risico’s op te vangen, maken we een inschatting van het zogenaamde benodigde weerstandsvermogen.

Het weerstandsvermogen geeft inzicht in de gezondheid van de financiële positie op langere termijn van de gemeente.

Om het benodigde weerstandsvermogen te berekenen is een goede risico-inventarisatie nodig met een inschatting van het gevolg, de kans dat het risico zich voordoet en de financiële impact. Daarnaast is een kansberekening nodig omdat het niet waarschijnlijk is dat meerdere risico’s zich op eenzelfde moment én in volle omvang zullen voordoen. Deze kansberekening voeren we uit met de zogenaamde Monte Carlo-analyse.

Risico’s kunnen zich incidenteel voordoen, zoals eenmalige negatieve exploitatieresultaten. Deze risico’s worden gedekt uit de algemene reserve. De vrij aanwendbare reserves vormen daarmee de zogenoemde incidentele weerstandscapaciteit.

Wanneer de financiële impact van risico’s een structureel karakter heeft, is de algemene reserve als dekkingsmiddel niet toegestaan. Dan zal de structurele weerstandscapaciteit moeten worden aangesproken. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de onbenutte belastingcapaciteit uit hoofde van de overige heffingen.

6.2.1 Beleidsnotities

TitelRaadsbesluit
Beleidsnota Integraal Risicomanagement Weerstandsvermogen 2018-2022Volgt nog

6.2.2 Doelen

Bereiken?Doen?
We overzien de consequenties van onze keuzes en zetten daar gericht actie op, zodat we onze doelstellingen bereikenIntegraal risicomanagement implementeren. De functie van risicomanagement doorontwikkelen van een afzonderlijke activiteit naar een integraal onderdeel van alle (management)processen en projecten.Stand van zakenIn 2019 werken we aan verdere bewustwording van de functie en meerwaarde van integraal risicomanagement. De risico’s voor de hoofdthema’s en grote projecten inventariseren we in ieder geval volgens deze methode. Concreet gaat het dan in ieder geval om de risico’s op het gebied van:- Jeugd- Binnenstad- WMO- Hart van Zuid- Participatiewet- Renovatie Stadhuis & Nieuwbouw- Inkoop en aanbesteden Stadskantoor- Omgevingswet- Warmtenet- Grondexploitaties- Gegevensbescherming (AVG)- Duurzaamheid- Open bestuursstijl- Organisatie (juridisch, personeel, informatie, veiligheid)

6.2.3 Indicatoren

IndicatorWaarde
Begrotingssaldo(* € 1.000)De meerjarenbegroting is minimaal financieel sluitend in 2019. Stand van zakenHet verloop van het meerjarenperspectief in de Beleidsbegroting 2019 – 2022 is:2019€ 332020€ 1782021€ 3162022€ 243
Incidentele weerstandscapaciteit(* € 1.000)Het vrij aanwendbare deel van de reservepositie beschouwen we als de incidentele weerstandscapaciteit. Dit zijn concreet de:-de vrij aanwendbare reserves en -de post onvoorzienStand van zakenDe incidentele weerstandscapaciteit is ultimo 2019:-vrij aanwendbare reserves€ 33.087-post Onvoorzien € 166
Structurele weerstandscapaciteitDe structurele weerstandscapaciteit is de onbenutte belastingcapaciteit. Voorgeschreven is dat de gemeentelijke tarieven, leges en heffingen voor maximaal 100% kostendekkend zijn. In Hengelo is dat ook het uitgangspunt voor de belangrijkste tarieven. Tenzij een risico zich manifesteert in deze tarieftaken, biedt dit geen ruimte aan structurele weerstandscapaciteit.Wanneer een structureel risico optreedt, is het niet altijd mogelijk de financiële impact op korte termijn in de begroting op te vangen. In dat geval kan een gemeente onder zeer strikte voorwaarden een beroep doen op extra financiering van het Rijk (artikel 12 Gemeentewet). Eén van de voorwaarden is dat de gemeente de belastingcapaciteit ten volle benut. Dat kan uiteraard niet oneindig. Daarom is door het Rijk een norm gesteld tot welk niveau het nog aanvaardbaar is lokale belastingen te verhogen, de zogenaamde artikel 12 norm.Elke gemeente mag de ozb-tarieven overigens zo hoog maken als zij wil. Maar de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft met het Rijk een afspraak gemaakt over de maximale stijging van de landelijke ozb-opbrengst. Dit heet de macronorm.Het verschil tussen de werkelijke hoogte van de lokale belastingen en de aanvaardbare hoogte van de artikel 12 norm noemen we de onbenutte belastingcapaciteit en betreft de structurele weerstandscapaciteit.Stand van zakenDe gemiddelde woonlasten in de gemeente Hengelo bedragen in 2019 €713. Het landelijk gemiddelde is € 738. Voor 2019 is de benutte belastingcapaciteit dus 96,6% van het landelijk gemiddelde.Als we de onbenutte belastingcapaciteit van 3,4%, zijnde € 25 vermenigvuldigen met het aantal huishoudens, circa 38.700, komen we uit op een onbenutte belastingcapaciteit van € 967.500.
Benodigde weerstandscapaciteit (* € 1.000)Het benodigde weerstandsvermogen bepalen we door de geïdentificeerde risico’s uit te drukken in euro’s. Omdat de kans dat alle risico’s zich tegelijkertijd voordoen zeer beperkt is, passen we een zogenaamde Monte Carlo-analyse toe. Bij deze techniek wordt het optreden van de verschillende risico’s in diverse scenario’s vele malen gesimuleerd. Door deze methode hebben we een beeld van het benodigde weerstandsvermogen in vrijwel alle denkbare scenario’s.We streven ernaar dat de hoogte van de algemene reserve 50% van het benodigde weerstandsvermogen is. Stand van zakenVolgens de Monte Carlo-analyse is de benodigde weerstandscapaciteit € 21.141.
Weerstands-vermogen(* € 1.000)De weerstandscapaciteit zijn de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om onverwachte, niet-begrote kosten of tegenvallende inkomsten te kunnen dekken.De weerstandscapaciteit (weerstandsratio) berekenen we als volgt:Beschikbare weerstandscapaciteit----------------------------------------= Ratio weerstandsvermogenBenodigde weerstandscapaciteitUit deze berekening volgt een ratio. Om te bepalen of het weerstandsvermogen op het gewenste niveau is, bekijken we in welke waarderingscategorie de ratio valt. We hanteren de waarderingscategorieën zoals in de tabel hieronder weergegeven.Stand van zakenDe beschikbare weerstandcapaciteit voor 2019 is€ 34.220 De benodigde weerstandscapaciteit is€ 21.141De ratio die hieruit volgt is dan 1,6 en is daarmee ruim voldoende.
Waarderings-categorieRatioBetekenis
A>2,0Uitstekend
B1,4 < X < 2,0Ruim voldoende
C1,0 < X < 1,4Voldoende
D0,8 < X < 1,0Matig
E0,6 < X < 0,8Onvoldoende
F< 0,6Ruim onvoldoende

6.2.4 Overzicht van de belangrijkste risico’s

In onderstaand overzicht geven we de belangrijkste risico’s voor de gemeente Hengelo weer.

Thema/projectRisicogebeurtenisMogelijk Gevolg
Organisatierisico – JuridischTen gevolge van een rechterlijke uitspraak is de Parkeergarage BP Hofstedestraat niet langer aangemerkt als een Dienst Algemeen Economisch Belang (DAEB).De boekwaarde van de activa moet worden gewaardeerd tegen de waarde in het economisch verkeer en gegeven de exploitatie verliezen is die waarde nihil.
Sociaal DomeinDe lobby om compensatie te krijgen van het Rijk voor de tekorten in het sociaal domein heeft geen effect.De begrote compensatie van € 2 miljoen wordt niet gerealiseerd, waardoor aanvullende maatregelen moeten worden genomen.
De bezuinigingen die vanuit het inkooptraject zijn voorzien leveren niet het beoogde resultaat en de doelstelling wordt niet gerealiseerd.Er moeten aanvullende maatregelen worden genomen.
GrondexploitatieDe in de grondexploitaties gehanteerde uitgangspunten (uitgiftetempo, grondprijzen, rente en inflatie) vallen in de praktijk negatiever uit dan begroot en de gevolgen daarvan kunnen financieel niet binnen de grondexploitaties worden opgevangen.Extra verliesvoorziening voor grondexploitaties vormen.
De gemeente heeft een convenant afgesloten met de provincie over de ladder van duurzame verstedelijking.Projecten moeten worden afgewaardeerd en er is minder flexibiliteit.
Renovatie Stadhuis/Nieuwbouw StadskantoorVertraagde start van de bouw en uitlopende werkzaamheden in verband met voornamelijk aanvullende asbestsanering stadhuis en andere vloeroplossing stadskantoor.Vertraagde oplevering van stadskantoor en stadhuis.
De kans dat de geraamde kosten in post onvoorzien worden overschreden, met name vanwege het vele en deels onvoorziene achterstallig onderhoud in het stadhuis.Onvoorziene kosten voor meerwerk.

Door nieuwe inzichten in de financiële situatie en de ontwikkelingen ten aanzien van het inkooptraject is er binnen het Sociaal Domein een verschuiving te zien in de grootste risico's. Risico’s zoals onvoorziene kosten door de transitie en onverwachte bezuinigingen bij Jeugdzorg en WMO zijn komen te vervallen, omdat dit feiten zijn geworden en om die reden opgenomen zijn in de begroting. Daarentegen zijn er nieuwe risico’s toegevoegd, zoals de lobby om compensatie te ontvangen en het niet behalen van de beoogde resultaten met het inkooptraject.

Ten aanzien van Grondexploitaties zijn geen grote wijzigingen geconstateerd. De gehanteerde uitgangspunten en de huidige marktontwikkelingen geven geen aanleiding tot een wijziging van het risicoprofiel.

Het risico van de Parkeergarage BP Hofstedestraat is ongewijzigd gebleven. Er zijn geen ontwikkelingen die tot een ander risicoprofiel leiden.

De lopende grote projecten laten wel een ander risicobeeld zien. Doordat de projecten verder gevorderd zijn, is er steeds meer grip op onverwachte gebeurtenissen. Dit is duidelijk terug te zien bij het project Warmtenet en ook bij de renovatie van het stadhuis en de nieuwbouw van het stadskantoor. De nasleep van de vertraagde start van de bouw en de andere vloeroplossing hebben nog een onzekerheidsfactor, waardoor deze nog steeds als risico zijn opgenomen.

6.2.5 Kengetallen

1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

jaar-verslag begroting
 201720182019202020212022
netto schuldquote206,51%239,60%224,81%203,80%173,60%171,71%
netto schuldquote gecorrigeerd71,21%99,76%95,19%87,63%75,18%75,34%

De netto schuldquote geeft de verhouding aan tussen de vaste en vlottende financiering en de totale baten vóór reservemutaties en probeert daarmee een indicatie te geven van de druk van de kapitaallasten op de exploitatie. Het tweede kengetal doet hetzelfde, maar dan gecorrigeerd voor de door de gemeente aan derden (woningbouw en instellingen) doorverstrekte leningen. Voor 2018 is een stijging van beide kengetallen zichtbaar. Dit wordt aan de ene kant verklaard door de toegenomen financieringsbehoefte o.a. door de bouw van het stadskantoor. Daarnaast ontstaat een verschil tussen werkelijkheid (2017) en raming (2018 t/m 2022). In de begroting is sprake van een maximale financieringsbehoefte, terwijl het investeringstempo – en daarmee de financieringsbehoefte – altijd lager ligt dan geraamd. Vanaf 2018 laten beide kengetallen een daling zien. In de geprognosticeerde balans is een duidelijke daling zichtbaar van de saldi van zowel uitgegeven (nieuwe leningen worden niet meer verstrekt aan woningbouwcorporaties of andere maatschappelijke instellingen) als van de opgenomen geldleningen. Met de netto schuldquote staat Hengelo nog steeds nummer één op de ranglijst van alle gemeenten. Met de gecorrigeerde netto schuldquote staat Hengelo in de middenmoot.

2. Solvabiliteitsratio

jaar-verslag begroting
 201720182019202020212022
solvabiliteitsratio5,58%5,06%4,93%5,38%6,47%7,35%

De solvabiliteitsratio geeft de verhouding aan tussen het eigen vermogen (de reserves) en het balanstotaal. De hoogte wordt negatief beïnvloed door de financiering van de woningbouw. Indien deze buiten beschouwing wordt gelaten loopt deze ratio op tot bijna 14%. Het al in 2013 ingezette beleid op versterking van de algemene reserve leidt tot een structurele verbetering van de solvabiliteitspositie.

3. Grondexploitatie

jaar-verslag begroting
 201720182019202020212022
grondexploitatie29,13%30,98%26,09%19,95%10,75%11,74%

Het kengetal grondexploitatie geeft aan de verhouding tussen de boekwaarde van de grond en de totale baten vóór reservemutaties. Het is de vraag of dit kengetal veel inzicht geeft in de risico’s van grondexploitaties. De jaarlijkse herzieningen en de paragraaf grondbeleid zijn daarvoor betere instrumenten.

4. Structurele exploitatieruimte

jaar-verslag begroting
 201720182019202020212022
structurele exploitatieruimte-3,50%2,80%0,06%0,10%0,80%1,10%

Dit kengetal laat zien dat de begroting in meerjarig opzicht in structurele zin sluitend is.

In hoofdstuk 4 is het begrotingssaldo gepresenteerd als het verschil tussen de totale lasten en de totale baten. Hierbij is echter geen rekening gehouden met het onderscheid tussen structurele en incidentele baten en lasten. De incidentele lasten en baten zijn in bijlage 8.4 weergegeven. In deze bijlage is te zien dat de incidentele lasten hoger zijn dan de incidentele baten, hetgeen een gunstig effect heeft op het structurele begrotingssaldo. Het structurele begrotingssaldo ziet er als volgt uit:

- = nadeel: bedragen * € 1.000
2019:2020: 2021: 2022:
Begrotingssaldo 2019-2022 (paragraaf 4.2) 33 178 316 243
Incidentele lasten en baten (zie bijlage 8.4) 142 199 2.099 2.786
Structureel begrotingssaldo 2019-2022 175 377 2.415 3.029

5. Belastingcapaciteit

jaar-verslag begroting
 201720182019202020212022
belastingcapaciteit99,03%97,23%96,64%97,14%97,61%98,07%

Met dit kengetal wordt de hoogte van de lokale lastrendruk vergeleken met het landelijk gemiddelde. Voor de landelijke gemiddelden voor 2019 en verder is uitgegaan van een structurele verhoging van 1%. Voor de begrotingsjaren geldt dat de verwachte lokale lastendruk licht onder het landelijk gemiddelde ligt.

Voor een (beter) inzicht in de hoogte van de lokale lastendruk wordt verwezen naar de paragraaf 6.1 Lokale heffingen.

GEPROGNOSTICEERDE BALANS   
ACTIVA (bedragen x € 1.000)    
 Ultimo 2019Ultimo 2020Ultimo 2021Ultimo 2022
VASTE ACTIVA  
(Im)Materiële vaste activa 279.086 274.973 269.971 265.211
Financiële vaste activa 387.860 348.918 300.507 283.358
Totaal vaste activa 666.946 623.891 570.478 548.569
 
VLOTTENDE ACTIVA
Bouwgrondexploitatie 75.675 57.958 31.630 33.215
Overige vlottende activa - - - -
Totaal vlottende activa 75.675 57.958 31.630 33.215
 
Totaal generaal 742.621 681.849 602.108 581.784
PASSIVA (bedragen x € 1.000)    
 Ultimo 2019Ultimo 2020Ultimo 2021Ultimo 2022
VASTE PASSIVA
Algemene reserves (incl grex) 12.873 12.826 15.817 19.682
Bestemmingsreserves 23.762 23.852 23.162 23.053
Gerealiseerde resultaat - - - -
Eigen vermogen: 36.635 36.678 38.979 42.735
 
Voorzieningen 43.064 42.711 42.526 43.503
Vaste schulden met looptijd > 1 jaar 574.551 517.585 447.655 428.895
Totaal vaste passiva 617.615 560.296 490.181 472.398
 
VLOTTENDE PASSIVA
Theoretische financieringsbehoefte 88.371 84.875 72.948 66.651
Overige vlottende passiva    
Totaal vlottende passiva 88.371 84.875 72.948 66.651
 
Totaal generaal 742.621 681.849 602.108 581.784

In de geprognosticeerde balans wordt de meerjarige ontwikkeling van de belangrijkste balansposten zichtbaar. Het gaat daarbij enerzijds om de vaste activa, zoals investeringen in gebouwen, bedrijfsmiddelen enz., de geldleningen aan derden en de netto waarde van de grondcomplexen (boekwaarde minus voorzieningen), anderzijds om de vaste passiva, zoals reserves, voorzieningen en opgenomen geldleningen.

In de (im)materiele vaste activa zijn vervangingsinvesteringen en bekende investeringen nieuw beleid begrepen. Bij de berekening van de boekwaarde worden de vastgestelde afschrijvingstermijnen in acht genomen. Er is sprake van en lichte daling van het investeringsniveau.

De financiële vaste activa omvatten alle uitgegeven leningen aan woningbouwcorporaties, andere maatschappelijke instellingen en ambtenarenhypotheken. Nieuwe geldleningen voor de woningbouw worden alleen nog door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw verstrekt. Hypothecaire geldleningen aan medewerkers mogen wettelijk niet meer worden uitgegeven. De beleidslijn t.a.v. geldleningen aan maatschappelijke instellingen is dat deze in principe niet meer worden verstrekt.

De dalende lijn van de restant schuld van verstrekte leningen is dan ook duidelijk zichtbaar. Niettemin zijn er – naar huidig – inzicht nog lopende leningen tot 2060.

De ontwikkeling van het eigen vermogen, het totaal van de algemene en de bestemminsreserves, is de optelsom van de verwachte mutaties dotaties en onttrekkingen in de meerjarenramingen. De groei in de saldi van de algemene reserves (algemene reserve en algemene reserve bouwgrondexploitatie) is een gevolg van de vastgestelde dotaties en onttrekkingen. De bestemmingsreserves geven een constant beeld te zien.

De voorzieningen zijn gebaseerd op de voorgenomen stortingen en onttrekkingen.

Anders dan bij een “normale” balans is niet het eigen vermogen de sluitpost, maar de behoefte aan financiering van de activa. Hiermee is geen indicatie gegeven over de wijze van financiering (kort of lang). De (theoretische) financieringsbehoefte ziet er redelijk stabiel uit voor de komende jaren.