6. Paragrafen 

6.5 Financiering

Inleiding

De paragraaf financiering beschrijft de beleidsvoornemens ten aanzien van het beheer van de financieringsportefeuille. Vanwege de risico’s die ontstaan als een tekort aan liquide middelen optreedt of als overtollige middelen te voortvarend worden uitgezet is de financiering, meer dan andere beleidsterreinen, sterk wettelijk verankerd. Met name de Wet Fido en de uitvoeringsregeling van deze wet (Ruddo) geven de kaders aan waarbinnen gemeenten mogen handelen. Een van de wijzigingen die daarin sinds 2014 van kracht zijn is het verplichte schatkistbankieren: alle tegoeden van decentrale overheden worden automatisch afgeroomd en bij het Rijk belegd. Daarnaast hebben we als gemeente in de “Verordening op het financiële beleid en beheer van de gemeente Hengelo 2018” (art. 10) en in het Treasurybesluit 2014 regels met betrekking tot de financieringsfunctie opgesteld. In 2014 hebben we de mogelijkheden van geld uitlenen en garanties afgeven vastgelegd in de “Beleidsregels publieke taak leningen en garanties gemeente Hengelo 2014”. Bij de vernieuwing van het BBV zijn uniforme kengetallen verplicht gesteld. Deze moeten er voor zorgen, dat alle gemeenten bij de waardering van hun financiële positie gebruik maken van kengetallen, die op voorgeschreven wijze zijn berekend. Belanghebbenden kunnen daardoor een objectief beeld krijgen van de toekomstbestendigheid van gemeenten en kunnen gemeenten onderling vergelijken. De rekenregels voor rentetoerekening zijn aangepast. De toepassing daarvan is in een notitie Rente van de commissie BBV vastgelegd.

Wat willen we bereiken

We willen:

  1. over voldoende financiële middelen beschikken om de begrotingstaken binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren (aantrekken of uitzetten);
  2. een duurzame toegang tot financiële markten verkrijgen tegen acceptabele condities;
  3. de risico's verbonden aan de treasuryfunctie beheersen (renterisico's, liquiditeitsrisico's en kredietrisico's);

Hoe gaan we dit doen

a. We anticiperen op onze liquiditeitsbehoefte

We stellen prognoses op van onze toekomstige liquiditeitsbehoefte. We houden daarbij rekening met mutaties in de huidige leningenportefeuille en waardeontwikkeling van bestaande activa en de voorgenomen vervangingsinvesteringen. Door te anticiperen signaleren we vroegtijdig liquiditeitsfluctuaties en kunnen we met inachtneming van de verwachte renteontwikkelingen vroegtijdig keuzes maken. Bij het aantrekken van leningen zorgen we er voor, dat er geen overliquiditeit ontstaat. Door de zeer lage rente op de geldmarkt (transacties korter dan 1 jaar) blijft het voorlopig nog aantrekkelijk om kort geld te lenen in de vorm van kasgeldleningen en in mindere mate in de vorm van “rood staan”. De mogelijkheid wordt beperkt door de regelgeving m.b.t. de kasgeldlimiet. We maken optimaal gebruik van de mogelijkheden binnen de kasgeldlimiet zolang de markt hiertoe aanleiding geeft. Als we de kapitaalmarkt benaderen (transacties langer dan 1 jaar) overwegen we of we dit vroegtijdig doen met uitgestelde stortingsdatum of wachten met afsluiten tot de behoefte zich manifesteert. Vroeg afsluiten is duurder, maar geeft rentezekerheid en kan voordelig zijn in een aantrekkende rentemarkt.

b. We kennen de markt en maken gebruik van onze relaties

Gemeenten hebben een laag risicoprofiel voor geldgevers. We moeten er dan wel voor zorgen financieel gezond te blijven en laten zien dat we altijd aan onze betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Om de meest acceptabele condities te verkrijgen hebben we toegang tot grote geldverstrekkers, die ons lage risicoprofiel met de juiste condities waarderen. We maken tevens gebruik van tussenpersonen die, nog beter dan wij zelf, de marktontwikkelingen en toegang tot de geld- en kapitaalmarkt kennen. Door altijd meervoudige offertes op te vragen verkrijgen we optimale condities.

c. We beperken onze risico’s door de volgende beleidsuitgangspunten en maatregelen

  • Bij financieren en deelnemingen beperken we ons tot de publieke taken.

Dit zijn de taken, die niet alleen voor de maatschappij als geheel of grote groeperingen wenselijk zijn, maar waar de overheid tevens haar rol neemt omdat marktpartijen vanuit zichzelf deze taken niet uitvoeren. Concreet betekent dit dat we geen rol meer willen vervullen in de financiering van derden. Dit is vanaf 2014 bestaand beleid dat we hebben vastgelegd in de “Beleidsregels publieke taak leningen en garanties gemeente Hengelo 2014”. Dit heeft zowel betrekking op het actief uitlenen als op het borg staan voor geldleningen bij derden. In het verleden hebben we dit wel gedaan. Er zijn in de meeste gevallen waarborgen gesteld en overeengekomen, waaronder hypothecaire zekerheid op vastgoed. Een groepsgewijs overzicht van uitgaande geldleningen met de voorziening oninbaar en gewaarborgde leningen is opgenomen in de jaarstukken 2017 op blz. 119 en blz. 131.We lopen ook risico’s door het financieren van verbonden partijen en deelneming in andere rechtspersonen. De risico’s van verbonden partijen worden toegelicht in de betreffende paragraaf. De risico’s op verliezen bij deelnemingen zijn beperkt tot de boekwaarde. Vaak heeft financiering in een ver verleden plaatsgevonden, waardoor de boekwaarde vele malen lager is dan de reële waarde van de deelneming. De hogere marktwaarde biedt beperkte kansen. Waar verhandelen mogelijk is zonder het publieke belang te schaden zullen we dit overwegen. Zo zijn recent een deel van de aandelen Enexis verkocht en in 2017 alle aandelen Vitens. De keerzijde is, dat structurele dividendbaten weg vallen.

In volgende tabel zijn de deelnemingen opgenomen, die of een meer dan symbolische balanswaarde vertegenwoordigen of een dividendinkomst genereren.

Bedragen in euro

Aandelen vanAantal aandelenBoek- waarde aandelen 31-12-2017Markwaar- de aande- len 1)Dividend begroot 2019Borgstel- lings- provisie 2019Baten uit deel- nemingen 2019
BNG Bank NV174.486436.215200.000300.000 300.000
Enexis NV213.09940.8406.000.000130.000 130.000
Twence BV105.6810100.000140.000210.000350.000
OL Crematoria Twente0n.b.50.000 50.000
Twente Milieu NV154.285n.b.  0
Totaal algemene middelen in programma 9 620.000210.000830.000
Twence BV (in afvalbegroting in programma 7 verwerkt)482.000 482.000
Totaal programma 9   1.102.000210.0001.312.000

  1. De marktwaarde van aandelen is puur indicatief en niet meer dan een theoretisch concept. Omdat deze aandelen niet vrij verhandelbaar zijn, kan de waarde alleen met vuistregels worden benaderd. Voor Enexis is de marktwaarde afgeleid van de waarderingsopinie die Deloitte jaarlijks opstelt. Voor Twence is deze afgeleid van de intrinsieke waarde van de onderneming.

  • We stellen een financieringsbehoefte op en analyseren de leningenportefeuille, rekening houdend met de wettelijke normen kasgeldlimiet en renterisiconorm.

We gaan er vanuit dat alle bezittingen en vorderingen gedekt moeten zijn met een vorm van financiering. Door de toekomstige uitgaven en inkomsten te voorspellen aan de hand van ons meerjarenperspectief kunnen we bepalen welke (toekomstige) bezittingen nog niet zijn gedekt met bestaand eigen of vreemd vermogen. Dat deel is de financieringsbehoefte. Bij het invullen van de financieringsbehoefte financieren we tegen zo laag mogelijke kosten met inachtneming van risico’s. Kort geld aantrekken levert nu, medio augustus 2018, zelfs een rentevergoeding op. Dit maakt dat we optimaal gebruik maken van de kortgeldfaciliteit zo lang deze situatie voortduurt. De mogelijkheid om rood te staan of kasgeld aan te trekken wordt beperkt door de wettelijke bepalingen van de kasgeldlimiet: we mogen op grond van de Wet Fido niet langdurig meer dan 8,5% van onze begrotingsomvang kort financieren. Deze bepaling voorkomt dat nadelige effecten ontstaan als de variabele rente snel stijgt, een kenmerkend risico van de geldmarkt. Met de huidige gunstige rente van kort geld kunnen we een flinke stijging nog opvangen. We volgen de rentemarkt nauwgezet. Bedragen in euro x 1.000

Kasgeldlimiet2019202020212022
1Begrotingstotaal303.839301.008303.277291.750
2Vastgesteld percentage8,5%8,5%8,5%8,5%
3Kasgeldlimiet (1 x 2)25.82625.58625.77924.799

Als we de kasgeldlimiet langdurig overschrijden gaan we consolideren: omzetten in geldleningen langer dan een jaar. We houden met de duur van nieuwe geldleningen rekening met het aflossingsschema van de bestaande geldleningen. Door te zorgen voor spreiding in aflossen van bestaande leningen voorkomen we dat we in enig jaar een te groot deel van onze schuld opnieuw moeten afsluiten. Dit zou in een periode van hoge rentes kunnen leiden tot een forse stijging van onze structurele rentelasten en daardoor een te zware aanslag vormen op de beschikbare algemene middelen. De wet Fido heeft hiervoor de renterisiconorm gesteld: we mogen maximaal 20% van het begrotingstotaal per 1/1 van het jaar oversluiten. De prognose is als volgt:Bedragen in euro x 1.000

Renterisiconorm2019202020212022
1Begrotingstotaal303.839301.008303.277291.750
2Vastgesteld percentage20%20%20%20%
3Renterisiconorm (1 x 2)60.76860.20260.65558.350
4Renterisico (renteherzieningen en aflossingen)15.08221.29021.0371.030
5Ruimte onder de risiconorm (3 - 4)45.68638.91239.61857.320

Het renterisico bestaat uit de verplichte aflossingen. Renteherzieningen zijn alleen afgesproken bij geldleningen die doorgeleid worden aan Welbions. Hier dragen wij als gemeente geen risico.

Zoals blijkt uit het overzicht blijven onze renterisico’s alle jaren ruim onder de renterisiconorm.

  • We speculeren niet: De gemeente Hengelo heeft geen beleggingen of derivaten uitstaan bij marktpartijen. Doordat de rijksschatkist dagelijks positieve rekeningsaldi afroomt is er geen mogelijkheid meer om uitzettingen op korte termijn te doen.

  • We laten specialisten periodiek onze financieringsstructuur en renterisico beoordelen: Periodiek laten we een financieringsspecialist mee kijken naar onze financieringsstructuur. Er wordt kritisch gekeken naar het portefeuillerisico en renterisico. Het meest recente onderzoek (2017) leidde tot de conclusie, dat in onze portefeuille geen onbenutte winstkansen zaten.

Verdere beleidsuitgangspunten

  • We passen totaalfinanciering toe

Bij de financiering van de gemeentelijke activiteiten wordt de gemeente als één geheel beschouwd. We spreken van totaalfinanciering of integrale financiering. Dat houdt in dat bij het bepalen van de financieringsbehoefte alle inkomsten en uitgaven betrokken worden, zowel reguliere activiteiten als projecten. Door totaalfinanciering worden de rentekosten geminimaliseerd. Leningen worden op de meest optimale momenten aangetrokken, rekening houdend met de gemeentelijke rentevisie, de Wet Fido, de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

  • We rekenen reële rente toe aan de taakvelden

We rekenen een reële rente toe aan taakvelden. Concreet betekent dit dat we het gemiddelde van de werkelijke kosten van geld lenen hanteren als basis voor de omslagrente voor de toerekening aan taakvelden. Het omslagrentepercentage mag het werkelijke gemiddelde rentepercentage van financieringscontracten met maximaal 0,5% overstijgen. In het verleden hanteerden we bij voorkeur een meerjarig stabiele omslagrente om de fluctuaties in doorberekende kapitaallasten te voorkomen. Door de relatief goedkope financiering in de laatste jaren is dit niet meer houdbaar en is vanaf 2016 de omslagrente al verlaagd via 4,5% en 3,75% naar 2,25%. In deze begroting 2019 hebben we de omslagrente nogmaals verlaagd naar 2%. Het (beoogde) gevolg is dat daardoor in de financieringsfunctie de “doorberekeningswinst” sterk afneemt. Voor de boekwaarde van de gemeentelijke grondcomplexen werd al een rente gehanteerd van 2%.

  • We volgen de rentemarkt nauwgezet

We nemen kennis van de ontwikkelingen op de rentemarkt en de rentevisie voor de toekomst. Zo kunnen we op de meest geschikte momenten transacties afsluiten.

Financieringsbehoefte

We gaan er vanuit, dat alle bezittingen en vorderingen gedekt moeten zijn met een vorm van financiering. Dat kan eigen vermogen (reserves) of vreemd vermogen (voorzieningen, opgenomen geldleningen of crediteurenschulden) zijn. Door de toekomstige uitgaven en inkomsten te voorspellen aan de hand van ons meerjarenperspectief kunnen we bepalen welke (toekomstige) bezittingen nog niet zijn gedekt met bestaand eigen of vreemd vermogen. Dat deel is de financieringsbehoefte. In 2018 zijn twee geldleningen van € 10 mln. aangetrokken. Deze waren nodig omdat we veel kort geld leenden, waardoor we de kasgeldlimiet dreigden te overschrijden. Samen met twee al afgesloten leningen van elk € 15 mln. met uitgestelde stortingen eind 2018 en eind 2019 hebben we de sterk oplopende financieringsbehoefte tot en met 2021 voor een deel ingevuld. Er blijft een financieringsbehoefte bestaan. De oorzaak is o.a. forse aflossingen van bestaande geldleningen. Vanaf 2022 zien we dit sterk teruglopen. Naarmate het beeld verder in de toekomst ligt zijn de aannames groter. Voor de komende jaren is de financieringsbehoefte als volgt:Bedragen in euro x 1.000

Soort kasstroom2019202020212022
Uit de exploitatie-10.000-15.000-18.000-20.000
Uit (des)investeringen32.00015.00011.00022.000
Uit financiële transacties (leningen)15.00021.00021.0001.000
Financieringsbehoefte37.00021.00014.0003.000

Wet Hof

Op 11 december 2013 is de Wet Houdbare Overheidsfinanciën officieel gepubliceerd. Europa eist dat elk land de afspraken rond de beperking van de staatsschuld respecteert en in eigen wetgeving verankert. Dit raakt ook gemeenten, omdat gemeentelijke schulden meetellen in de overheidsschuld van Nederland. Alle gemeenten samen krijgen een plafond voor het totale EMU-tekort van gemeenten in een jaar. Het EMU-saldo is het totaal van uitgaven en inkomsten van de overheid in een jaar, uitgedrukt in bedragen of in een percentage van het Bruto Binnenlands Product (BBP). De norm voor het toegestane tekort voor alle decentrale overheden in 2019 is 0,4% van het BBP, daarvan is aan gemeenten 0,272% toegewezen.

Als gemeenten allen zouden moeten bijdragen aan de verlaging van de staatsschuld, zouden ze investeringen moeten afstellen of uitstellen en moeten gaan schuiven met de tijdstippen waarop ze grote uitgaven doen of inkomsten ontvangen, b.v. uit de grondexploitaties. Dat is te ingrijpend en is in het baten- en lastenstelsel ook helemaal niet nodig. Daarom wordt afgezien van een individuele gemeentelijke norm en kent het systeem geen sancties voor de individuele gemeenten. Alleen bij een meerjarige overschrijding van de EMU-norm kan het rijk ingrijpen door eisen te stellen aan het toegestane investeringsvolume of, in het uiterste geval, in de vorm van korting op de algemene uitkering. Voor gemeenten is het zinvoller om te sturen op sluitende baten en lasten en de hoogte van de netto schuld van de gemeente. In de paragraaf weerstandsvermogen bij financiële kengetallen zijn o.a. de kengetallen solvabiliteitsratio en netto schuldquote opgenomen.Gemeenten zijn verplicht om de EMU-saldoberekening te publiceren. De staat met de berekening van het EMU-saldo is opgenomen in bijlage 8.3.

Beleid bij verstrekte geldleningen

Ons uitgangspunt is dat de we geen bankier willen zijn. We blijven instellingen ondersteunen, maar niet meer door geldleningen ter beschikking te stellen of hiervoor garant te staan. De Wet Fido en de daaraan gekoppelde Ruddo staan slechts een bancaire rol toe wanneer sprake is van een ‘maatschappelijk belang’. Verder heeft de gemeente te maken met regelgeving in het kader van staatssteun. Verstrekking of garantie van een lening tegen een relatief lage rente aan een private partij zal door de Europese Commissie al heel gauw worden gezien als ontoelaatbare staatssteun. In dit kader past terughoudendheid.

In 2014 hebben we daarom het Treasurybesluit en de beleidsregels voor verstrekken van geldleningen aangepast en opnieuw vastgesteld. We volgen daarin de verscherpte wetgeving, die ons noodzaakt om een zeer prudent beleid te hanteren bij uitzettingen. We hebben leningen uitstaan bij verenigingen en stichtingen, maar ook woningbouwcorporaties en de hypotheekverstrekking aan ambtenaren. Lopende contracten worden gerespecteerd, maar kunnen niet verlengd of overgesloten worden. Hiermee nemen de risico’s af van financiering van taken die niet tot onze kerntaken als overheid behoren. We blijven risico’s lopen over leningen aan verenigingen en stichtingen, die in het verleden zijn afgesloten.

  • Leningen aan woningbouwcorporatie Welbions

We verstrekken geen geldleningen meer ten behoeve van de woningbouw. De reeds afgesloten leningen kunnen ongewijzigd ‘uitlopen’. De leningenportefeuille uitgeleend geld neemt door aflossingen van Welbions jaarlijks af. De woningbouwcorporatie kan haar financiering nu zonder directe bemoeienis van de gemeente realiseren. De beleidswijziging brengt (beperkte) financiële gevolgen met zich mee, waarmee in de meerjarenbegroting rekening is gehouden.

  • Verstrekking van geldleningen aan overige instellingen

We verstrekken in principe geen geldleningen meer. Wel is de deur op een kier gezet voor sportverenigingen die een beroep doen op het waarborgfonds voor de sport. Deze instelling wil onder voorwaarden 50% van het te financieren bedrag garanderen, maar zal dat slechts doen indien de gemeente meedoet voor de resterende 50%. Uitgangspunt blijft dat een vereniging of stichting zonder de lening in haar voortbestaan zou worden bedreigd en dat de totale financiële huishouding van de aanvrager rente en aflossing mogelijk maakt, zodat het risico voor de gemeente beperkt is.

Inzicht in rentelasten, renteresultaat en wijze van toerekenen van rente

De volgende tabel geeft voor het begrotingsjaar 2019 aan hoe vanuit rentelasten, rentebaten en rentetoerekening het renteresultaat tot stand komt.

OmschrijvingBedrag
a.De externe rentelasten over de korte en lange financiering 22.529.000
b.De externe rentebaten over de korte en lange financiering-16.297.000
 Saldo externe rentelasten en rentebaten 6.232.000
c1.De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend-2.604.000
c2.De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend0
c3.De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend1.396.000
 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente 5.024.000
d1.Rente over eigen vermogen0
d2.Rente over voorzieningen0
 Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente5.024.000
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)-6.077.000
f. Renteresultaat op het taakveld Treasury 1)-1.053.000

  1. Het renteresultaat (f.) is een positief resultaat. De wijze van opmaken van de tabel is in de notitie rente van de commissie BBV voorgeschreven.

De aan taakvelden toegerekende rente (e.) bestaat uit € 2.731.000 die tegen een vast percentage wordt doorbelast en € 3.346.000 die tegen het omslagpercentage is doorbelast. Als we de werkelijk toegerekende rente tegen omslagpercentage delen door het totaal aan investeringen per 1 januari 2019 dan komen we op een omslagpercentage van 1,71%. Dit percentage is afgerond naar 2 %. De afwijking van 0,29% valt binnen de toegestane marge van 0,5%.